Shell moet knokken voor Pernis

Een stad van licht en glimmende schoorstenen. Ruim veertig fabrieken op een terrein van meer dan 800 voetbalvelden groot, ruim 2000 werknemers. De raffinaderij van Shell in Pernis is de grootste van Europa.

Toen de nieuwe topman van de Nederlands-Britse oliemultinational, Ben van Beurden, twee weken geleden de financiële wereld deed opschrikken met een winstwaarschuwing, was stagnerende raffinage één van de problemen die hij noemde. Naast de hoge kosten die het bedrijf moet maken om nieuwe bronnen op te sporen en ontwikkelen. En de aanhoudende problemen in Nigeria. De oliewinning op land is daar door sabotage en diefstal steeds lastiger geworden.

„Het resultaat over 2013 is niet wat ik van een bedrijf als Shell verwacht”, zei Van Beurden. Analisten hadden voor het laatste kwartaal een brutobedrijfsresultaat van 5 miljard dollar (3,6 miljard euro) voorspeld, maar Van Beurden meldde dat het slechts 2,9 miljard dollar zou worden.

Morgen maakt de nieuwe topman de definitieve cijfers bekend over 2013. Analisten verwachten dat hij dan ook zal zeggen hoe hij het bedrijfsresultaat denkt te verbeteren. In de Britse media zijn berichten verschenen dat Shell in 2014 en 2015 voor zo’n 15 miljard dollar aan activiteiten zal afstoten.

Flinterdunne marges

Maar gaat het mes ook in de raffinaderij in Pernis, waar Shell en zijn voorlopers al meer dan honderd jaar ruwe olie bewerken tot benzine, diesel, smeerolie en tal van andere olieproducten? Qua rendement zou dat niet onlogisch zijn. Uit de laatst beschikbare cijfers (derde kwartaal 2013) blijkt dat de winstmarge per vat schrikbarend is gedaald: van 6 dollar in het derde kwartaal van 2012 naar 80 dollarcent per vat in het derde kwartaal van 2013. Bijna een decimering.

Energie-expert Coby van der Linde, verbonden aan Clingendael International Energy Program (CIEP), denkt dat de raffinaderij nog net geen rode cijfers draait. „Maar de marges zijn wel flinterdun geworden”. Dat zijn ook de woorden die olieconsultant Patrick Kulsen (PJK) gebruikt. Maar zelfs als Shell Pernis met verlies zou draaien, zou de raffinaderij om strategische redenen in de lucht worden gehouden, denkt Kulsen. Pernis is de spin het in web van Shell dat zich uitstrekt van de opslag in de Europoort tot de petrochemie in Moerdijk en de Shell-raffinaderij Rheinland bij Keulen. Pernis stilleggen zou ook het einde van Moerdijk en Rheinland betekenen.

Bovendien doet Pernis het nog relatief beter dan andere raffinaderijen doordat het een groot aantal verschillende producten kan maken. Kleinere raffinaderijen met een beperkter assortiment hebben het veel moeilijker. In de afgelopen vijf jaar hebben vijftien raffinaderijen in Europa de deuren moeten sluiten. Verschillende raffinaderijen liggen stil of staan te koop. De capaciteit is met bijna 10 procent teruggelopen.

Vechtmarkt

Hoe komt dat? Het eenvoudige antwoord is dat raffinaderijen in Europa te veel benzine maken en te weinig diesel. Maar achter dat feit gaat een aantal mondiale verschuivingen schuil. Te beginnen in de Verenigde Staten. Europa exporteerde grote hoeveelheden benzine naar de VS totdat dat land op grote schaal brandstoffen uit schaliegesteente ging halen. De ruwe olie kwam uit het Midden-Oosten en werd in Europa, met name in de Rotterdamse haven, omgewerkt tot benzine. Maar dankzij de nieuwe, eigen oliebronnen zijn de VS wat dat betreft zelfvoorzienend geworden. Er is zelfs nog benzine over om te exporteren. In plaats van afnemer zijn de VS op de wereld markt een concurrent geworden voor de Europese benzine.

Van diesel, wereldwijd de belangrijkste transportbrandstof, produceert Europa op dit moment echter te weinig om concurrerend te kunnen zijn. Bovendien zijn ook hier nieuwe concurrenten op de markt gekomen. In het Midden-Oosten en Azië zijn de afgelopen jaren enorme raffinaderijen verrezen die de eigen markten bedienen. En Rusland, dat tot voor kort alleen maar ruwe olie naar Rotterdam exporteerde, raffineert ook steeds meer en beter. De doorvoer van stookolie uit Rusland bijvoorbeeld is sterk toegenomen. Maar die wordt in Rotterdam verder niet meer bewerkt.

Raffinage in Europa is een vechtmarkt geworden, waarop Chinezen, Russen, handelaren en durfinvesteerders opereren. Voor 2014 worden diverse overnames en sluitingen verwacht. In Groot-Brittannië en Frankrijk staan verschillende bedrijven te koop.

Morgen zal Van Beurden moeten zeggen hoe Shell Pernis in deze stagnerende markt overeind blijft. Coby van der Linde verwacht dat de nieuwe topman eerst zal proberen om het raffinagecomplex nog efficiënter te laten draaien om de kosten naar beneden te brengen. Van Beurden heeft wat dat betreft de nodige ervaring, onder andere bij de petrochemie.

Afstoten van onderdelen van Shell Pernis ligt niet voor de hand. Op het enorme complex is alles met elkaar verbonden en bovendien is juist de veelzijdigheid van de raffinaderij en het grote assortiment aan producten dus een voordeel.

Maar het belangrijkste voordeel van Pernis ten opzichte van raffinaderijen verder in het achterland is de ligging: aan open zee. Daarmee hebben de raffinaderijen in Amsterdam, Rotterdam en Antwerpen een relatief voordeel, zegt Van der Linde. „Zij zullen het het langst volhouden. De last man standing in de Europese raffinage”.