Regels en wetten, wat heb je eraan?

Zo’n vijftien jaar geleden woonde ik nog thuis, in de pastorie, zoals dat heet. Mijn vader is dominee en wist van wanten. Recht door zee en niet bang voor de consequenties. Zo introduceerde hij een idee dat door mijn kerkelijke vriendengroep meesmuilend de ‘Voorberg-tax’ werd genoemd. Als ik meer dan twee biertjes op had op een avondje met vrienden – allemaal uit de kerk, want zo ging dat toen – herinnerden ze mij met leedvermaak aan de tax: twee biertjes, meer niet, ongeacht je leeftijd.

Onvoorstelbaar ondertussen, maar het was een toonbeeld van Bijbelse en kerkelijke logica, toen. Na twee ben je nog helder genoeg volgens de politie, dus ben je ook helder genoeg om recht voor God te staan. Letterlijk. Toen kon ik de Voorberg-tax wel schieten, ondertussen is het een dierbaar artefact uit de geschiedenis van mijn familie en van mijn kerk die consequent wilde zijn.

Een kerk die grossierde in onhaalbare geboden, daar kon er best nog eentje bij. Op straffe van? Ach niet eens zoveel. Het ging om een idee, het draaide ten diepste om een gezamenlijke hoop – niet dat ik dat toen zag, maar mildheid en inzicht komt naar men zegt met de jaren.

Vorige week las ik een verslag van een 17-jarige. Hij schreef dat hij lachend overal de alcoholica in ontvangst nam, die hem werd aangereikt over toonbanken en togen vol stickers met NX18. De 17-jarige betoogde dat de nieuwe wet ter verhoging van de alcoholleeftijd niet ging werken. Niet eens omdat het niet te handhaven is, maar omdat het hogere doel niet wordt bereikt.

Hij stelde namelijk dat door deze campagne onder jongeren een gevoel van ALLES18 is begonnen. Niks tot 18 betekent voor de gefrustreerde 16-jarigen van nu ALLES na de 18de verjaardag en het liefst meteen op dezelfde avond en in grote hoeveelheden. Die campagne is rap voorbij als half Nederland zich op zijn 18de verjaardag kapotdrinkt. En de 17-jarige neemt zich voor om daar fiks aan bij te dragen. Zelfdestructie met een hoger doel, martelaarschap voor de volgende generatie. Lang leve die mooie wet.

Extra horde op de weg

Regels en wetten zijn incapabel om mensen te veranderen. Dat is een oud theologisch inzicht dat ik voor de gelegenheid graag eens onder het stof vandaan haal. Het is de gedachte waarop het vroege christendom zijn identiteit bouwde. De ziel van het jodendom, de verering van de wet, kreeg een nieuwe invulling: het volgen van een geïnspireerd persoon, Jezus van Nazareth, die eigenzinnig allerlei wetten brak en nieuwe formuleerde.

Als dominee-in-residence veer ik dus op als ik de 17-jarige een feilloze analyse zie maken van de handicap van wetten. De bijbelbrievenschrijver Paulus zag het al in het jaar 55. Wetten zijn de dood in de pot. Ze zijn niet meer dan een extra horde op de weg naar wat we toch al wilden bereiken.

Als het ideaal achter wetten niet wordt gedeeld door de groep waarvoor die wet is bedoeld, werken wetten averechts. Wat voor straf je er ook opzet. Ze creëren dan irritatie, agressie of hypocrisie. Dus beste christen-politici, hou ook maar op met de Tien Geboden te gebruiken in het publieke domein. De samenleving gelooft heus niet meer. En deze geboden hebben nooit de bedoeling gehad om – ik zeg maar wat – te zorgen dat het op zondag wat rustiger is op straat. Dat gebod over sabbatsrust was een faciliteit voor gelovigen. Punt.

Als het ideaal niet wordt gedeeld, heeft stilzitten absoluut geen religieuze zin. Dus moet je er ook geen algemene wet van maken. Dan krijg je brokken. Kijk maar naar de 17-jarige. Brengt de omweg die hij moet nemen om aan drank te komen straks iets zinnigs teweeg? Het bacchanaal dat hij voor zich ziet op zijn 18de – als wraakoefening op een anonieme wetgever – logenstraft die hoop.

Door wetten gaat het hart op slot

Moreel leven heeft weinig te maken met je onthouden van wat verboden is. Moreel leven heeft te maken met een innerlijke overtuiging over wat goed is. Daar passen wetten en straffen niet bij. Zodra een overtuiging namelijk een bindend karakter krijgt op straffe van wat dan ook, gaat het hart op slot. Een gegeven dat veel kerken nog niet begrepen hebben en veel overheden ook niet. Jezus lijkt zich niet te bekommeren om wetten, regelgeving en bestuurbaarheid.

Hij vertelt bijvoorbeeld aan mensen die er prat op gaan dat ze zich keurig aan de wet houden, een verhaal over twee zonen. De ene eist de erfenis al op voor zijn vader dood is. De vader geeft hem zijn halve bezit. De zoon verpatst de boel en jaagt het geld er vervolgens in een moordend tempo doorheen. Aan lager wal geraakt, realiseert hij zich dat hij een idioot is geweest. Hij gaat terug naar zijn vader, zonder pretenties en schoorvoetend.

Zijn oudere broer ziet hem komen en voelt de haat gloeien als zijn vader de jongen welkom heet en een feest aanricht. De oudste blijft buiten staan. Hij werkte hard en ijverig voor waardering. Netjes volgens de regels. En nu staat hij buiten vol zelfrechtvaardigende haat tegen zijn vader en broer.

Jezus verkondigt aan liefhebbers van keurige wetten en regels: hoe sneller je jezelf naar de tyfus helpt, hoe eerder je beseft dat er iets niet klopt in je benadering van het leven. Als de wet ons hypocrisie leert, dan liever authentiek naar de bliksem. Aan lager wal geraakt kunnen we dan concluderen, wie we eigenlijk zijn en dat we wat anders willen. Misschien is dat zuipfeestje van die 18-jarigen dus zo gek nog niet. Want elke zware kater roept toch weer een vorm van bekering bij je op.

Maar hoe dan wel?

Een samenleving heeft innerlijke motivatie nodig, gedeelde idealen. Ik geloof in netwerken en gemeenschappen die een verhaal delen, een moraal. Die zelf besluiten te participeren in de samenleving, omdat ze daar een eigen reden voor hebben, een hoger ideaal. Ik zie buurtclubs die weer hun buurt aanvegen, niet omdat ze anders boetes krijgen – maar omdat zij een andere buurt willen.

Ik bouw weer aan een nieuwe kerk omdat ik geloof dat zo’n soort beweging nodig is, juist nu. Wij moeten zelf besluiten welke wetten we houden, welke nieuwe wetten we voor onszelf formuleren en welke wetten we breken. Dat is onze verantwoordelijkheid. We moeten een mogelijke wet die het opvangen van illegalen verbiedt breken, willen we geen slechte mensen worden. We moeten voor onszelf ideeën creëren over wat goed is om te doen en elkaar daarin ondersteunen.

NX18 was de campagne. ALLES18 is de reactie. De hoop zit niet in een wet, maar in netwerken en gemeenschappen met een eigen visie op leven. Zij kunnen een innerlijke motivatie losmaken waar wetgevers alleen maar van kunnen dromen. Waar ik voor sta en hoe ik mij daarnaar gedraag wordt niet bepaald door een wet, maar door mijn hoop, mijn ideaal en de mensen met wie ik dat deel.