Ondertussen op kantoor

In mijn bedrijf zijn ze natuurlijk allemaal kort, efficiënt, sprankelend en nuttig, maar uit andere kantoortuinen hoor ik vaak geklaag over vergaderingen. Dat ze saai zijn. Dat er niks besloten wordt, dat collega’s zich er schaamteloos zitten te profileren, dat er gedommeld wordt. Dat de voorzitter maar doorleutert en ze aan de andere kant van de tafel de dode vogellucht uit zijn mond kunnen ruiken. Thuis vergaderen we toch ook niet, zeggen ze dan. Terwijl nergens zo veel to do-lijsten worden gemaakt, zo veel punten op de horizon, zo veel crises het hoofd worden geboden en zo veel slechtnieuwsgesprekken worden gevoerd als in een gemiddeld Nederlands gezin. Of ik dát eens een keer kan schrijven. Alvast dank.

Natuurlijk, lieve vrienden. Vergaderingen zijn als FIFA-lotingen. Alles is doorgestoken kaart, het duurt veel te lang en het enige wat je nog een béétje bij de les houdt, is een lekker wijf. Maar toch komt iedereen elke keer weer opdagen en er opgewonden over doen. Dat is niet voor niets. Vergaderen heeft een functie. Zonder vergaderingen geen kantoortuin.

Want vergaderen is het theater van de kantoorjungle. Er wordt vooraf gerepeteerd bij de koffieautomaat en na afloop komen de recensies. Hoe zelfverzekerd de baas was, of hij werd weggelachen. Hoe de sfeer was, of Johan weer onderuitging, of Annelies weer had gezopen. De vergadering is de voorstelling waar je wordt gemaakt of gebroken. Zonder vergadering zou niemand zich nerveus hoeven maken. Zou niemand zich hoeven opmaken.

Wat natuurlijk niet wegneemt dat vergaderen spannender zou kunnen. Ik heb daar wel ideeën over. Schrap er bijvoorbeeld eens één – verwarring. Of zet er een thuistapje bij, een boksbal, of een pijnbank – voor het tempo. Verder kun je denken aan vergaderen met legoblokjes, in een sauna, of tijdens het modderworstelen – voor het perspectief. Of vergaderingen waarop iedereen maar één woord mag zeggen. Wat ook kan: vergaderen als een fluisterspel: nummer 1 smiespelt zijn voorstel bij de persoon links van hem in het oor, en als ze de kring rond zijn, hamert de voorzitter het af op wat hij heeft verstaan.

Maar stoppen met vergaderen – ik dacht het niet, mensen. Waar anders kun je zien wie ad rem is, wie dist, wie opkomt, wie neergaat? Waar anders kun je horen wie het woord krijgt, en wie op weg is naar het einde? Waar anders kun je zo veel tijd verspillen, of horen dat jij niet mee mag doen, en anderen wel? En wat dacht je van al die managers die zonder vergadering niets anders te doen zouden hebben – ontwrichtend.

Zonder vergadering zouden er geen veelbetekenende blikken zijn tussen mensen ‘die erbij waren’. Zonder vergaderingen geen geheime notulen, geen collega’s die er boos uit weglopen. Zonder vergadering zou niemand meer kunnen klagen dat ze er te veel hadden. Zonder vergaderingen is er niets op kantoor wat je moeiteloos zou kunnen afschaffen.