In het oog van de camera van de baas

Mag je baas jou stiekem filmen? Omdat hij denkt dat jij degene bent die steeds medicijnen uit het ziekenhuis steelt? Of omdat hij gewoon wil zien of je je werk goed doet? Mag je baas jou heimelijk achtervolgen als jij je hebt ziek gemeld en hij wil controleren of je niet stiekem elders werkt?

Volgens juriste Heleen Pool (50) is niet duidelijk wat een werkgever wel mag doen en wat niet. Maandag promoveerde zij op haar onderzoek Particuliere recherche door werkgevers aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.

Natuurlijk zijn er regels, zegt Pool. En er liggen rechterlijke uitspraken. Maar al met al vormen die „een lappendeken met her en der gaten”. Hierdoor weten werkgevers niet of zij een grens overschrijden, zegt zij, en zijn werknemers onvoldoende beschermd tegen schending van hun privéleven door hun baas.

Een van de belangrijkste wetten waar rechercherende werkgevers mee te maken krijgen is de Wet bescherming persoonsgegevens. Dit is een wet die sterk verwant is aan artikel 8 uit het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Hierin staat dat iedereen ‘recht [heeft] op eerbiediging van privéleven, familie- en gezinsleven’. In Nederland ziet het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP), een onafhankelijke instantie, erop toe dat zorgvuldig met persoonsgegevens wordt omgegaan.

Eerder deze maand rapporteerde het CBP over Media Markt, waar werknemers vorig jaar door mystery shoppers met een verborgen camera heimelijk werden gefilmd. Niet omdat het bedrijf vermoedde dat zij artikelen stalen, nee, vanwege „trainingsdoeleinden”. Daarnaast werden werknemers door hun manager op basis van beelden van beveiligingscamera’s op hun gedrag aangesproken. In beide gevallen handelde Media Markt in strijd met de wet, oordeelde het CBP. Mogelijk volgt nog een boete.

De baas mág je in de gaten houden

Juridisch gezien mág een werkgever zijn werknemer controleren, legt Pool uit, maar alleen onder strikte voorwaarden. Allereerst moet er een verdenking van concreet wangedrag zijn, zoals diefstal of fraude. Die verdenking moet wel serieus zijn, beklemtoont ze. „Een anonieme tip is niet genoeg om je winkel vol te hangen met verborgen camera’s.”

Vervolgens moet de werkgever bedenken welk middel hij wil inzetten en met welk doel. Pool: „Bij elk middel moet hij zich afvragen: is dit noodzakelijk om het doel te bereiken?”

Idealiter gaat de baas eerst in gesprek met de werknemer, maar als die ontkent en vervolgens niet meer steelt, kan hij niet worden ontslagen of aansprakelijk worden gesteld voor de eerdere diefstallen. Het kan in zo’n geval noodzakelijk zijn om, in plaats van een gesprek, cameratoezicht in te zetten om een dief te betrappen.

Maar, zegt Pool: „Vervolgens moet de werkgever dat middel niet méér inzetten dan nodig. Dus wél een camera bij de medicijnkast, maar niet in de omkleedruimte. Een werkgever moet zich altijd afvragen op welke manier hij zo min mogelijk inbreuk maakt op iemands privéleven. En niet alleen op dat van de vermoedelijke dader, maar ook op de rest van de werknemers. Zij doen gewoon hun werk.”

Inbreuk op het privéleven, dat is in dit verband een veelgebruikte formulering. Hoewel het klinkt alsof inbreuk per definitie fout is, is het als zodanig niet zo erg, zegt Pool. „Het gaat erom of de inbreuk geoorloofd is of niet.”

Maar hoe dat beoordeeld dient te worden is onduidelijk. Het is één van de hiaten die Pool aantrof. „Rechters hebben tot nog toe geen expliciete aandacht gehad voor de vraag of er überhaupt sprake was van inbreuk”, zegt ze. „Zonder hun afwegingen te motiveren noemden zij de ene kwestie wél inbreukmakend en de andere niet. Terwijl: als er geen inbreuk is, hoef je je ook geen zorgen te maken over schending van het privéleven door de baas.”

Pool heeft een toetsingskader ontworpen dat werkgevers, werknemers en rechters een handvat kan bieden, zoals ze zelf zegt. Eigenlijk zijn het twee toetsen. Een inbreuktoets: maakt het gedrag van de werkgever inbreuk op het privéleven? En een rechtvaardigheidstoets: als dat het geval is, mag dat dan?

„Dit instrument kan werkgevers helpen vooraf na te denken over welke middelen ze inzetten en op welke manier. En werknemers kunnen nagaan wat hun baas wel of niet mag doen.”

Bedrijven: zorg tijdig voor beleid

Hoewel Pool haar toetsingskader heeft afgeleid uit artikel 8 EVRM, het recht op privéleven, is het juridisch nog niet erkend. „Het is de vraag of het wordt nagevolgd in de rechtspraak.” Pool hoopt op een proefproces waarin een rechter beoordeelt aan welke eisen recherchegedrag van werkgevers moet voldoen. Zij denkt dat haar kader hierin een belangrijke rol kan spelen.

Pool adviseert werkgevers tijdig beleid te ontwikkelen: hoe om te gaan met eventueel wangedrag? Werknemers moeten hiervan op de hoogte zijn, maar nog liever ziet ze dat werknemers nauw betrokken zijn bij de totstandkoming van beleid. Als er dan diefstal plaatsvindt, weet iedereen wat is afgesproken. En dan vormt cameratoezicht misschien inbreuk op het privéleven, maar wel een geoorloofde inbreuk. Dáár gaat het om.