Hoe langer je kijkt, hoe meer verschillen

De zonnebloemen die Van Gogh in 1888 schilderde en die in het bezit zijn van de National Gallery.

Zoek de verschillen. Het is moeilijk je er niet toe te laten verleiden tijdens een bezoek aan de tentoonstelling The Sunflowers in de National Gallery. Links de Zonnebloemen die Van Gogh in 1888 schilderde en die in het bezit zijn van de National Gallery. Rechts de Zonnebloemen van één jaar later, die gewoonlijk in het Van Gogh Museum in Amsterdam hangen. Tot eind april hangen ze naast elkaar.

Links maakte Vincent van Gogh als eerste, en was bedoeld als decoratie van de logeerkamer van het Gele Huis. De schilder Paul Gauguin zou naar Arles komen en had eerdere stillevens van uitgebloeide zonnebloemen gewaardeerd. Van Gogh wilde twaalf zonnebloemschilderijen maken, dat werden er uiteindelijk zeven. Rechts is een kopie van links, en was een cadeau voor Gauguin na de ruzie tussen de twee schilders.

Beide werken zijn onmiddellijk herkenbaar. Van posters, ansichtkaarten, paraplus en plastic toeristentasjes. De publiekstrekkers van beide musea. Vijftien zonnebloemen in een aardewerken vaas.

De rechter lijkt gestileerder

Maar hoe langer je kijkt, des te opvallender het verschil: in de Londense versie is Van Goghs handtekening bescheidener, in de Amsterdamse staat deze groter uitgeschreven over de vaas. Het behang links lijkt lichter, dat rechts is rijker in kleur. Links is het geel van de bloemen groener. Rechts roder, en de bloemknoppen zijn groener; het hele stilleven doet in de Amsterdamse versie gestileerder aan dan links.

Het is jammer dat de twee schilderijen zo dicht naast elkaar hangen. Want de energie die normaal van de Zonnebloemen afspat – en die Van Gogh ook zelf stopte in het schilderen ervan, zo schreef hij zijn broer Theo – valt weg doordat je louter nog vergelijkt. Eind 2011 pakte de National Gallery dat slimmer aan met de twee versies van Leonardo Da Vinci’s De Maagd op de Rotsen. Die hingen weliswaar in dezelfde ruimte, maar niet naast elkaar. Dat gaf afstand om elk schilderij afzonderlijk te waarderen.

De tentoonstellingsruimte wordt nu verder gevuld met tekst over het samenwerkingsproject tussen de National Gallery en het Van Gogh Museum, en de röntgenfoto’s die van beide schilderijen werd gemaakt. Die laten zien dat Van Gogh bij beide op eenzelfde manier te werk ging.

Wel weer slim is dat de National Gallery maar een beperkt aantal bezoekers binnenlaat. Daardoor staat er een lange rij buiten, maar zijn de twee doeken binnen in relatieve rust te bekijken.

Bovendien komt de tentoonstellingsruimte uit op de ‘gewone’ Van Gogh-zaal. Daar hangt onder andere zijn even beroemde schilderij De Stoel (1888), het minder bekende Twee Krabben (1889, twee rozerode, bijna spartelende krabben op een zeegroene achtergrond, en Hoofd van een boerenvrouw, een van de veertig boerenportretten die Van Gogh in Nuenen maakte, en die begin dit jaar door een particulier aan de National Gallery werd geschonken.