Hij lekte een misstand naar de krant en werd toen ontslagen

Rotterdams moskee-internaat Foto Robin Utrecht

Een ambtenaar hoort loyaal en discreet te zijn. Loyaal aan het bestuur van de gemeente, dat hij faciliteert en ondersteunt. Ook als de dingen even niet gaan zoals hij dat wil, betoogt de advocaat van de gemeente Rotterdam.

De ambtenaar over wie de advocaat het heeft, zit aan de andere kant van de rechtszaal. Hij was bouwinspecteur bij de gemeente en werd ontslagen. Hij zou „kwalijk en laakbaar” hebben gehandeld door vertrouwelijke documenten en bandopnames over een moskee-internaat aan NRC Handelsblad te verstrekken. De ambtenaar eiste gisteren in kort geding dat de gemeente zijn strafontslag terugdraait.

De zaak begint als de inspecteur bij een controle in de zomer van 2011 tientallen meisjes aantreft op de zolder van een moskee in het zuiden van Rotterdam. Niemand kan hem vertellen hoeveel het er precies zijn. De moskee heeft geen vergunning om de kinderen er te laten wonen. Het gebouw wordt slecht onderhouden. Onder de slaapzaal bevindt zich de pizza- en shoarmaoven van een restaurant waarvoor de moskee evengoed geen vergunning heeft. Wat als er brand uitbreekt?

De ambtenaar meldt de „zorgwekkende” situatie bij zijn leidinggevenden. Er verandert niets. De inspecteur mag er van de deelgemeente niets aan doen. Handhaven is niet wenselijk. In een vergadering wordt hem verteld dat optreden het PvdA-bestuur van de deelgemeente Feijenoord „stemmen” zou kosten.

De gemeenteadvocaat legt dit anders uit. Er liep op dat moment een vergunningsaanvraag: de moskee wilde een nieuw gebouw neerzetten en heeft geen zin om extra geld te steken in onderhoud van het huidige pand. Dat noemt de advocaat begrijpelijk: „De overheid moet af en toe pragmatisch zijn.”

De bouwinspecteur vindt dat er met twee maten gemeten wordt, en stapt naar de gemeentelijke ombudsman. Die acht het niet mogelijk een integriteitsonderzoek te beginnen. Daarop besluit de ambtenaar eind 2012 deze krant van informatie te voorzien, zo vertelde hij gisteren in de rechtszaal. „Ik vond dat men argumenten gebruikte die gewoon niet integer zijn.” De maanden na de publicaties werden maatregelen genomen om het toezicht op kinderen in de internaten te verbeteren.

Een rapport van het Bureau Integriteit Nederlandse Gemeenten (BING) bevestigde in juni vorig jaar dat de deelgemeente zich in de zaak van het moskee-internaat schuldig heeft gemaakt aan „onbehoorlijk bestuur”. Verantwoordelijk PvdA-wethouder Karakus erkende dat er fouten zijn gemaakt. Toen was de ambtenaar al ontslagen. De inspecteur, voorheen kostwinner van zijn gezin, zit in de bijstand.

De zaak om zijn strafontslag ongedaan te maken, draaide gisteren om de vraag of hij terecht vertrouwelijke informatie heeft gelekt. Hij moest aantonen dat een maatschappelijk belang gediend was, en hij de misstanden eerst intern heeft gemeld. Het ging ook om het waarheidsgehalte en of er geen sprake was van persoonlijk gewin. Dat laatste lijkt uitgesloten; bestuursrechter Nifterick viel het op – haar hand op de stapel documenten voor haar – dat „iedereen” in het dossier zegt dat „de motieven van meneer oprecht zijn geweest”.

De advocaat van de gemeente Rotterdam noemt het verhaal van de bouwinspecteur „ongeloofwaardig” en vraagt zich af wat hem heeft „bezield” zijn ambtsgeheim te schenden. „Is het soms opgekropte woede?”

Er is geen enkel maatschappelijk belang gediend, meent hij. Het moskee-internaat was immers nooit zó brandgevaarlijk dat het per direct ontruimd diende te worden. Er waren dus geen kinderlevens in gevaar. De ambtenaren waren volgens hem net bezig het internaat veiliger te maken. „Daar hebben we echt geen media-aandacht voor nodig.” De bestuursrechter herinnert de advocaat eraan dat de gemeente jaren niets deed aan het moskee-internaat dat al sinds 2004 slecht werd onderhouden.

De gemeente rekent het de ambtenaar zwaar aan dat hij heimelijk geluidsopnamen heeft gemaakt van twee vergaderingen. In de opnamen zeggen ambtenaren dat de situatie in het internaat „gevaarlijk” is en dat om politieke redenen niet gehandhaafd mag worden. De advocaat meent dat dit een „informeel overlegje” betrof waaraan geen waarde moet worden gehecht. Het delen van de vergaderingen was volgens de advocaat „volstrekt onnodig” en „beledigend” voor de deelnemers van het overleg.

De bestuursrechter doet binnen twee weken uitspraak in het kort geding en later volgt er nog een uitspraak in de bodemprocedure. Een officier van justitie moet nog altijd besluiten of de ambtenaar strafrechtelijk wordt vervolgd. De gemeente had ook aangifte gedaan, een actie die de bestuursrechter betitelt als „niet heel deëscalerend gedrag. Dat is toch de zaak op de spits drijven.”

Op de vraag van de rechter of de gemeente bij het strafontslag voor de klokkenluider blijft, roept de advocaat opgewekt: „Ja, nu zeker. We hebben een bekentenis!”