De meiden van de Schilderswijk

„Ik wil hier nooit meer weg”, vertelt Zoulikha Massaoudi (r.) na haar rondleiding metKaoutar Hadchoune door de Schilderswijk. Foto Ad Nuis

‘Dit stukje van de buurt noemen wij het doolhof. Het is vroeger gebouwd voor de joden, maar die wilden hier niet naartoe en bleven in het centrum wonen, dus toen kwamen er Nederlandse mensen, dat kun je ook zien aan al die fietsen. ’s Morgens gaan ze het doolhof uit om ergens te leven, ik weet ook niet precies waar. Best wel vreemd eigenlijk, want hier in de buurt is zoveel te doen.”

Even weet ik niet wat me het meest verbaast: de smalle straatjes met de Anton Pieckachtige huisjes te midden van de liefdeloze stadsvernieuwing van de Haagse Schilderswijk, of de nuchtere toon waarop de Marokkaanse Kaoutar Hadchoune praat over de witte enclave in de meest verkleurde buurt van Nederland, op krap een kilometer afstand van het Binnenhof. Rondleidingen door oude stadswijken zijn er genoeg, maar die zijn altijd architectonisch, historisch of kunstzinnig gericht. Als er al bewoners aan het woord komen, dan is hun inbreng sterk geregisseerd: laat ons zien wat wij denken te willen zien.

Het werd een wandeling van anderhalf uur van „het portiek zonder naambordjes” via het doolhof naar het Teletubbiesplein. Onderweg praten de gehoofddoekte Kaoutar Hadchoune en Zoulikha Massaoudi (beiden 19) honderduit over hun wijk, over welke bankjes door Turkse vrouwen zijn ingepikt en welke door Marokkaanse, over de voetballessen voor meisjes die ze geven, over garages voor scootmobiels en over het brood dat overal op straat ligt omdat moslims geen eten weg mogen gooien en het dus maar in de parken strooien.

Of alles klopt wat de twee vertellen is de vraag – zo zou de wijk haar naam ontlenen aan de vele schilders die hier hebben gewoond, zoals Ferdinand Bol en Gerard Dou – maar hun perspectief is een verademing. Een wijk met 89 procent niet-westerse allochtonen blijft een statistische abstractie, een vergaarbak van problemen. Pas door de ogen van Hadchoune en Massaoudi zie je een buurt waar mensen wonen, werken en rondhangen in het park. Het is hun wijk, zoals er ook een Schilderswijk is van de familie Özdemir en de familie Felicia.

Niet alleen de gebedshuizen zijn gescheiden naar etnische afkomst – alhoewel er in Massaoudi’s moskee „donkere mensen” komen – ook de winkelstraten. De grote doorgaande Hobbemastraat is bijna helemaal Turks, de iets smallere Hoefkade is vooral in Marokkaanse handen. Alleen de „Kingstreet”, die beide straten verbindt, is gemengd. Hier vind je ook Antillianen en Nederlanders – er is zelfs een dierenwinkel.

Nieuw in de buurt zijn de shisha lounges, waar je waterpijp kunt roken. Hun moeders zijn er bang voor, vertellen ze na afloop van de wandeling, omdat er de hele tijd over Syrië wordt gepraat. Hadchoune, fel: „Hoe kan het nou dat die overal opengaan, terwijl de bibliotheek op de Hoefkade dicht moet? Dáár wil je jongeren toch juist naartoe hebben?”

Eind 2013 waren er proefwandelingen voor stedenbouwers en ambtenaren. Op 6 februari is de eerste rondleiding met een open inschrijving. Een buitenkansje om de Schilderswijk met andere ogen te bekijken. Massaoudi: „Ik wil hier echt nooit, nooit, nooit meer weg. Dit is thuis, hier voel ik me veilig en vrij.”