Column

De ‘Fragiele 5’ en onze banken: 50 miljard

Vergeet de Brics, hier zijn de Fragile Five. Dat is op de financiële markten de verzamelnaam voor de landen die nu in de problemen zijn. Veel kapitaalinstroom kregen zij in de dagen dat de westerse monetaire politiek voor altijd ultrasoepel leek en het internationale kapitaal de wereld afschuimde op zoek naar hogere rendementen dan die in Amerika en Europa. Maar nu dreigen ze het slachtoffer te worden van een plotselinge uitstroom, waardoor de munten plots kwetsbaar zijn en daarmee de economie zelf.

Hoeveel last hebben wij daarvan? Er zijn zat Nederlandse bedrijven die zaken doen in de Fragile Five: Brazilië, India, Indonesië, Turkije en Zuid-Afrika. Ze exporteren er naartoe of ze hebben er vestigingen. Zij kunnen het moeilijk krijgen, maar als ze slim gefinancierd zijn kan het meevallen: een beetje multinational zorgt er voor dat de financiering van verre vestigingen lokaal is. Dat betekent dat als, samen met de munt, de waarde van de buitenlandse investering daalt, ook de kosten van de financiering dalen.

Van veel directere zorg is het Nederlandse bankwezen. Dat staat nog na te wankelen van de kredietcrisis, en moet waarschijnlijk zijn kapitaal nog wat aansterken om volgend jaar aan de nieuwe eisen van de Europese bankenunie te voldoen. Vooraf is er dan nog een grote test van de kwaliteit van de uitstaande kredieten. Het zou slecht uitkomen als een te grote buitenlandse exposure op de Fragile Five roet in het eten gooit.

Hoe zoek je dat uit? Met behulp van de Azië-crisis van 1997-1998. Toen ontdekte de analistengemeenschap al snel een tot dan toe weinig opgemerkte statistiek, die sindsdien ook weer wat in de vergetelheid raakte. Dat is de driemaandelijkse rapportage van de BIS, de Bank voor internationale betalingen, de Detailed tables on preliminary locational and consolidated banking statistics. Oftewel: hoeveel kredieten hebben banken uit een land uitstaan in een ander land? Het toeval wil dat de BIS vrijdag met de jongste versie kwam, die cijfers geeft tot en met september vorig jaar. Dat is vrij actueel, dus. Ze zijn nu ook in de onlinedatabank van de BIS te vinden.

Nederlandse banken blijken flink wat te hebben uitstaan – al wordt er geen uitsplitsing gemaakt in afzonderlijke banken. Aan Zuid-Afrika hebben de Nederlandse banken samen 490 miljoen euro geleend. Leningen aan Indonesië zijn al veel forser: 2,758 miljard euro. India is goed voor leningen ter waarde van 11,481 miljard euro. Brazilië, 14,124 euro. De kroon spant Turkije, waar 22,636 euro aan leningen van Nederlandse banken uitstaat.

Nederland is dus een forse crediteur in de opkomende landen die nu onder vuur zijn gekomen. Bij elkaar is er door Nederlandse banken ruim 50 miljard euro aan de Fragile Five geleend. Dat is vrij veel. Nederlandse banken zijn bijvoorbeeld in Brazilië de op vijf na grootste buitenlandse bancaire crediteur. De leningen aan Turkije zijn zelfs groter dan die aan heel China (ruim 19 miljard).

Moeten we ons zorgen maken? Het had veel meer kunnen zijn. ABN Amro raakte in 2007 in Brazilië de Banco Real kwijt. Dat was toen zij werd gestript van een groot deel van haar internationale netwerk na de overname door Santander, Fortis en Royal Bank of Scotland. Daarvóór was, door ABN Amro’s aanwezigheid, de totale exposure op Brazilië veel groter dan nu: vlak voor Banco Real uit de statistieken van de BIS liep, bedroeg de totale Nederlandse ‘exposure’ alleen al op Brazilië 90 miljard euro.

Een geluk bij een ongeluk? wacht even: ABN Amro, weer zelfstandig onder de vleugels van de Nederlandse staat, nam in oktober 2012 revanche en kocht de Braziliaanse zakenbank CR2. Maar dat is, vergeleken bij Banco Real gelukkig een peulenschil.