De foeilelijke nageboorte van Quentin Tarantino

Een pedofiele maniak stopt kleine meisjes vol taart met slaapmiddel, verkracht ze ‘in alle gaten’, breekt hun vingertjes, rukt hun teennagels uit en onthoofdt ze met een zaag, waarna hij de hoofdjes begraaft om de ouders extra te treiteren. Het wordt wellustig uitgemeten in de Israëlische film Big Bad Wolves, de shocktitel van dit filmfestival van Rotterdam. Zulke titels horen bij het IFFR. Op het kruispunt van exploitatie, cult en arthouse, bizar, walgelijk dan wel ijzingwekkend. Hoe dan ook: ‘grensverleggend’.

Al is het de vraag wat er nog grensverleggend is aan Big Bad Wolves. De Israëlische film speelt zich grotendeels in een kelder af, waar een wraakzuchtige vader en een politieman een creepy godsdienstleraar bovengenoemde behandeling zelf laten ondergaan. Op dat verkrachten na dan: een opa met een lasapparaat vult die lacune. Is de leraar een pedofiele maniak? Of niet?

De regisseurs rechtvaardigen dit martelfiësta als metafoor voor de staat Israël, gefundeerd op ‘existentiële angst’, hetgeen paranoia, intolerantie en machogedrag veroorzaakt die, zo ratelt de persmap voort, „ een ideaal klimaat scheppen voor extreme acties en reacties”.

Welja. Ik zag gewoon een film over nare kerels die een mogelijke pedofiel scheel martelen. Hoe intens en spannend ook, Big Bad Wolves is martelporno, een horrorgenre dat zwelgt in tortuur, vernedering en pijn. Het kwam tien jaar geleden in zwang, toen martelen ook in het echt een comeback maakte, en rechtvaardigt zichzelf met de gedachte dat het slachtoffer het verdient of er zelfs een beter mens van wordt (de Saw-serie).

Wat zo’n titel op het IFFR doet? Nou, Quentin Tarantino zag Big Bad Wolves en riep na afloop met zijn bekende enthousiasme dat hij zich in het hele jaar nog niet zo vermaakt had. Dan is je kostje gekocht: ‘Tarantino: de beste speelfilm van 2013!’ Hij is immers nog altijd de hoogste arbiter van goede slechte smaak.

Het IFFR noemt Big Bad Wolves dan ook Tarantino-esk met „meanderende dialogen die slalommen tussen macabere humor en absurdisme” en „een flinke dosis ultrageweld”. Dat laatste klopt, maar met zijn puberale grappen over barbecuegeur en Joodse moeders kan de film niet in zijn schaduw staan.

Erl lopen vele lijnen tussen Tarantino en martelporno. Het genre kreeg zijn naam na de louche film Hostel van diens vriend Eli Roth; een van de schokkendste scènes in Tarantino’s debuutfilm Reservoir Dogs betreft Michael Madsen die terloops een geknevelde agent een oor afsnijdt. Maar dat is één scène in een virtuoze film, niet een vol uur tortuur die een vieze smaak nalaat, zoals Big Bad Wolves. Martelporno is de foeilelijke nageboorte van Quentin Tarantino.