‘Dat de gouden kooi verdwijnt is positief’

‘Jonge ambtenaren zoals ik komen vaak niet eens toe aan de vraag wat de aanpassing van de rechtspositie, en dus het nieuwe ontslagrecht, voor hen betekent. Of we sneller op straat terechtkomen? We krijgen vaak niet eens een vaste baan. Ik heb nu een aanstelling voor twee jaar, maar geen baangarantie. De provincie heeft gezegd alle twaalf trainees graag te willen houden, alleen moeten voor hen ook maar net formatieplaatsen beschikbaar zijn.

„Als je tegen mij zou zeggen: ‘Hoi, welkom, jij gaat vanaf nu veertig jaar bij deze werkgever werken’, dan zou me dat benauwen. Op dat punt maakt die normalisering voor mij dus minder uit. Maar ik snap dat zoiets voor mijn oudere collega’s anders ligt. Zij zijn wél met die instelling aan het werk gegaan. Voor hen is deze verandering de zoveelste met negatieve gevolgen: de bezuinigingen, de verhoging van de pensioenleeftijd... Ze weten niet meer waar ze aan toe zijn.

„Tegelijk denk ik dat meer mobiliteit binnen de overheid wel positief kan uitpakken. Het grootste probleem is de goudenkooiconstructie: mensen die al lang bovenaan hun schaal zitten, op dezelfde functie, en eigenlijk hun werk niet meer leuk vinden, maar tóch blijven zitten vanwege de zekerheid die ze hebben. Terwijl iedereen weet dat wie niet meer gemotiveerd is, zijn werk ook minder goed doet. En iedere ambtenaar die de vraag krijgt of iemand die niet langer geschikt is voor zijn werk, toch op die plek moet blijven zitten, zou daar natuurlijk ‘nee’ op antwoorden. Dus dat is volgens mij positief aan het plan, aangezien het nu soms moeilijk is om mensen te ontslaan of over te plaatsen.

„Mijn vrienden en vriendinnen reageerden verrast, een beetje lacherig, toen ik na mijn studie rechten bij de overheid ging solliciteren. Het zou voor het imago van werken bij de overheid dus wel goed zijn om de voorwaarden meer gelijk te trekken met de private sector. Al blijft het afleggen van de eed of belofte gelukkig bestaan: die laat zien dat ambtenaren aan hoge standaarden moeten voldoen als het gaat om integriteit en loyaliteit.”