Bleekselderij: slecht bij borrel, heerlijk in soep

Ik denk dat ik voor het eerst een stengel bleekselderij zag in 1975. Hij stond met een aantal soortgenoten in een grote bierpul en werd omringd door radijsjes en worteltjes, die bewonderend naar ‘m opkeken. Een schaaltje dipsaus - doorgaans een soort halvo-naise, met wat geknipte peterselie erdoor- stond er meestal ook bij.

Zo’n rauwkost potpourri was vroeger vaste prik op feestjes en partijen. Tegenwoordig zie je ‘m gelukkig niet meer zo vaak. Persoonlijk vind ik rauwkost een uitermate ongeschikte hap voor bij de borrel. Alcohol heeft wat tegenwicht en demping nodig in de vorm van zetmeel en calorieën en dat heeft zo’n zo’n koude stengel niet te bieden.

Gekookt of gebakken is het echter een prachtige groente. Bleekselderij staat, tezamen met wortel en ui, aan de basis van menige saus, soep en stoofpot. En je kunt er ook een heerlijke soep van maken.

Haal de stengels van een stronk bleekselderij en was ze schoon. Snij het onderste randje eraf en trek met een mes de draden van de ribbeltjes aan de buitenkant. Bewaar wat van de blaadjes, als die er tenminste nog fris uitzien. Hak de stengels in stukken van een paar centimeter.

Fruit een flinke ui in wat olijfolie. tot ‘ie zacht en glazig is. Voeg een fijngehakte teen knoflook toe, roer de bleekselderij erdoor en bak even mee. Giet er een scheut Pernod over, wacht tot die goeddeels verdampt is en doe er dan een klein scheutje water bij. Laat de selderij -met een deksel op de pan- helemaal gaar stoven in zo’n 20 minuten.

Doe alles dan in de keukenmachine en maal het goed fijn. Wie geen keukenmachine heeft kan ook een staafmixer en een mengbeker gebruiken. Doe de selderijpuree weer over in een pannetje, voeg wat crème fraiche, zout en flink zwarte peper toe en roer er ongeveer een halve liter kippen of groentebouillon door. Serveer de soep met wat reepjes gerookte zalm erin en gegarneerd met een van de selderijblaadjes die u bewaard heeft.