Banksplitsing is van de baan, na druk EU-landen

Te grote en daardoor potentieel riskante banken hoeven niet in kleinere banken te worden opgesplitst. De Europese Commissie ziet onder druk van EU-lidstaten af van dit voornemen, blijkt uit een vandaag gepresenteerd bankenplan. Het is verder aan nationale bankentoezichthouders om te bepalen of risicovolle activiteiten van banken eventueel ‘omheind’ dienen te worden.

De Commissie pleit wel voor een verbod op ‘eigenhandel’, transacties die niet in opdracht van klanten worden gedaan en puur voor eigen gewin, met geld van bijvoorbeeld spaarders. Die activiteiten zijn volgens eurocommissaris Michel Barnier (Interne Markt) te riskant en stroken niet met de maatschappelijke rol van banken. Dit soort handel is sinds de financiële crisis uitbrak weliswaar fors gedaald. Maar Barnier wil met het verbod voorkomen dat de banken dit straks opnieuw gaan doen.

Het bankenplan wordt gezien als een afzwakking van de adviezen van een commissie onder leiding van president Liikanen van de Finse centrale bank. Die stelde voor om zakelijke activiteiten en die voor consumenten te splitsen in verschillende entiteiten.

Met name Duitsland en Frankrijk voelden weinig voor Europese regels, uit vrees dat de positie van ‘nationale kampioenen’ als Deutsche Bank, BNP Paribas en Crédit Agricole zou worden aangetast. Zij wensten bovendien een grotere rol voor eigen toezichthouders en voerden eigen regels in. Daarmee werd het gras deels voor de voeten van Barnier weggemaaid. Ook België en het Verenigd Koninkrijk hebben eigen regels ingevoerd.

Eerder deze week noemde Barnier zijn bankenplan „het sluitstuk” van de Europese bankenunie, die in essentie de rekening van een volgende financiële crisis bij investeerders legt en belastingbetalers ontziet. Maar volgens Brussel zijn er in Europa ongeveer dertig banken die zo groot en belangrijk zijn dat ze in geval van crisis toch weer gered zullen moeten worden met belastinggeld. Alleen zo kan dan mogelijk een systeemcrisis worden afgewend.

Hoewel het maar om dertig (van de in totaal 8.000) banken gaat, vertegenwoordigen zij 65 procent van alle waarde in hun sector. Volgens Barnier hebben deze banken een concurrentievoordeel ten opzichte van andere banken omdat duidelijk is dat ze hoe dan ook altijd gered zullen worden. Het beter afschermen van de meest risicovolle onderdelen maakt het gemakkelijker om zulke banken te saneren in geval van crisis. Maar nationale toezichthouders mogen bepalen of dit nodig is of niet.