Arbeider versus hillbilly

Regisseur Scott Cooper wierf een sterrencast voor Out of the Furnace. Zijn debuutfilm, Crazy Heart, had Jeff Bridges in 2010 immers zomaar een Oscar bezorgd, dus wie weet? Dat de opvolger bij de Oscarnominaties werd genegeerd, ligt ook niet aan het ijzersterke acteren. Hooguit hadden de acteurs beter moeten lezen: het verhaal is erg pover.

Het decor: het dorp Braddock in de roestbelt van Pennsylvania, zo uit de klasieker Deer Hunter. Russell (Christian Bale) is zo’n stoïcijnse, berustende arbeider die gespierde dingen doet in een 19de-eeuws ogende staalfabriek. Zijn broertje Rodney (Casey Affleck), een labiele Irakveteraan, onderhoudt het gezin met gokken en illegale vuistgevechten wanneer Russell door pech in het gevang belandt. Voor vuurwerk zorgt hillbilly Harlan DeGroat (Woody Harrelson), een psychotische ploert die crack kookt en vuistgevechten organiseert. Bij hem komt Rodney zijn laatste partij boksen, dan stopt hij er echt mee. Dus dan weet je het wel.

Ondanks het fraaie schmieren van Harrelson en Affleck, die samen deze op zich sfeervolle wraakfilm kleur geven, is Out of the Furnace een feest van clichés, met een ontknoping zo uit het handboek ‘Grote Amerikaanse Tragedie’. Regisseur Scott Cooper ontpopt zich tot de Coldplay van de film: een man die platte teksten authentiek en diep doorvoeld wil laten klinken. Hier lukt hem dat niet helemaal.