16 jaar en een bloeiende onderneming

De ouders van Deniz Alkaç (18) zagen ook dat hij zijn tijd aan het verdoen was. „Mijn moeder belde me in de les dat ze eruit was gekomen met de leerplichtambtenaar. Ik ben meteen weggegaan.”

Op zijn dertiende vond Jesse van Doren het tijd voor een bijbaantje. Niet bij Albert Heijn of zo, hij ging liever aan de slag voor bedrijven. „Webshops vullen: fotootjes op hun plek zetten, promotietekstje erbij.” Handig: „Ik kon het thuis na school doen”. Vier jaar later werken er wereldwijd tientallen jongeren voor Jesse. Een vriend doet zijn Instagram. „Ik probeer er wel zelf nog eens wat op te zetten, maar meestal heb ik geen tijd.”

Jesse (17) beheert verschillende sociale media-accounts. Hij heeft klanten als het ministerie van Sociale Zaken en de Efteling. Naar eigen zeggen bereikt Jesse, die ook de pr doet bij telecombedrijf *bliep, nu zo’n drie miljoen mensen per maand. Hij werkt elke dag. Behalve de afgelopen dagen dan. ‘Jullie zien me over twee weken weer’, liet hij zijn klanten weten. Jesse begon een paar maanden geleden met de opleiding Small Business aan de Hogeschool Rotterdam, en nu heeft hij toetsweek. „Het liefst zou ik van school gaan”, zegt hij, „maar dat mag niet van mijn ouders”.

Hoe goed je bedrijf ook loopt, als minderjarige ondernemer zul je altijd op bepaalde problemen stuiten. Dat weet ook de 17-jarige ondernemer Bastiaan Zwanenburg. Kortgeleden werd hij uitgenodigd in Brussel om over dit onderwerp te praten met Eurocommissaris Neelie Kroes, op voorstel van een lid van het Europees Parlement. Het bedrijf van Bastiaan, een webshop in houten zonnebrillen die hij samen met een vriend heeft opgericht (omzet 200.000 euro), is volgens Kroes een voorbeeld voor anderen. „Ze vroeg me andere jonge ondernemers te vragen waar zij tegenaan liepen.” Hij weet uit eigen ervaring dat een paar dingen altijd worden genoemd: de Kamer van Koophandel, de bank en – het allermeest – school.

We moeten onze jonge ondernemers niet ontmoedigen, laat Kroes per mail weten. ‘Ik denk dat we talent gelijk moeten behandelen. Er is geen reden om een tennisspeler betere kansen te geven dan een ondernemer.’ Dat gebeurt nu wel. Kinderen met bijzondere talenten, bijvoorbeeld in de sport, kunnen in overleg met school een plan uitstippelen om hun talent met het schoolwerk te combineren. Dat betekent af en toe vrij kunnen nemen, zonder dat er een leerplichtambtenaar op de stoep staat. Stoppen met school mogen kinderen ook niet zomaar. Tot zestien jaar is school verplicht. Tot je achttiende heb je een startkwalificatie nodig: een diploma voor havo, vwo of mbo (niveau 2).

Tijd verdoen op school

Daar kan Deniz Alkaç (18) over meepraten. Hij begon op zijn vijftiende met fotograferen en ging aan de slag als radiopresentator. Hij richtte ook Bruut.tv op, een productie- en reclamebureau. Inmiddels heeft Deniz zijn bedrijf voor 40 procent verkocht aan social mediabedrijf The Storytellers en is hij directeur-grootaandeelhouder. Op zijn zestiende nam hij de stap waar veel jonge medeondernemers van dromen: hij stopte met zijn mbo-opleiding. The Dropout wordt hij ook wel genoemd, vertelt hij. „Ik ging naar het Grafisch Lyceum en daar leerde ik in drie maanden ongeveer alleen hoe ik een videostatief moest opzetten. Terwijl ik al jaren filmpjes maakte.” Op een gegeven moment zagen zijn ouders dat Deniz ervan overtuigd was dat hij zijn tijd aan het verdoen was. In diezelfde tijd kreeg hij een contract aangeboden bij omroep BNN. „Mijn moeder belde me in de les dat ze eruit was gekomen met de leerplichtambtenaar. Ik ben meteen opgestaan en weggegaan.” Van de leerplichtambtenaar kreeg hij twee jaar dispensatie.

Het mag als lastig worden ervaren, maar school is wel degelijk belangrijk, óók voor ondernemende jongeren, zegt Mirjam van Praag. Ze is hoogleraar Entrepreneurship & Organization aan de Amsterdam Business School. Al is het maar omdat „het leven langer duurt dan je onderneming”. Bovendien kunnen vaardigheden die je tijdens je studie opdoet, zoals analytisch denken, goed van pas komen tijdens het ondernemen. „Alles pleit ervoor om zolang mogelijk je opleiding te volgen, het liefst op het hoogste niveau dat je aan kunt.”

Maar het onderwijs mag wel wat meer gericht zijn op ondernemen, vindt ze. Dat kan vroeg beginnen. Van Praag deed een proef met basisschoolkinderen, die leerden vriendschapsarmbandjes te verkopen: Bizworld. Net echt: compleet met marketing, jaarrekeningen en CEO’s. „Je zag dat de kinderen die meededen zich beter hadden ontwikkeld, op het gebied van doorzettingsvermogen en creativiteit.”

Het aantal ondernemende jongeren neemt toe. Op dit moment staan er 4.600 jongeren onder de twintig ingeschreven bij de Kamer van Koophandel (onder de 18 moet een ouder dan meetekenen), 19 procent meer dan vorig jaar. Daarnaast zijn er talloze jongeren die zich nog niet inschrijven omdat ze in het begin relatief weinig verdienen met hun bedrijf.

Jongeren willen zelfredzaam zijn

Wat drijft deze jonge voorhoede? „Deze jongeren willen iets opbouwen, ze willen zelfredzaam zijn”, zegt Daniëlle de Jongh van Jong Ondernemen, een stichting die het mogelijk maakt dat jongeren tijdens hun opleiding gaan ondernemen. Net als Jesse van Doren en Deniz Alkaç beginnen veel jongeren vanuit huis. „Daar heb je niet zoveel voor nodig, behalve een internetverbinding.”

Maar als je bedrijf eenmaal een beetje gaat lopen, kun je het niet meer zo makkelijk alleen, want minderjarigen mogen sommige zaken niet zelf beslissen. Het „was wel een dingetje” toen zijn ouders een handtekening moesten zetten onder zijn inschrijving bij de Kamer van Koophandel, zegt Olivier Eilers (18). Hij begon op zijn veertiende als dj, bouwt nu websites en heeft een bedrijf dat computerservice aanbiedt. Het betekende dat zijn ouders aansprakelijk werden voor Oliviers bedrijf. Ook bij het aanvragen van een zakelijke bankrekening had hij zijn ouders nodig. „Het duurde misschien wel twee maanden voordat die rekening was geregeld.” En volgens Olivier nogal een gedoe: „Het moest per brief!”

Toen het blog van de 18-jarige Teske de Schepper (teskuh.nl, 150.000 unieke bezoekers per maand) eenmaal goed ging lopen, wenste ze opeens dat ze het vak economie niet meteen had laten vallen. „Omzetbelasting, hoe wérkt dat, vroeg ik me af. In het begin wilde ik alles zelf doen.” Dat bleek toch niet zo makkelijk. „Gelukkig heeft mijn moeder er bijvoorbeeld aan gedacht de kinderbijslag stop te zetten, toen ik daarvoor te veel verdiende.”

Het bloggen eiste zijn tol. Teske bleef zitten in 5 havo. Vorig jaar slaagde ze alsnog, na een jaar volwassenenonderwijs. Ze dacht weleens aan stoppen. „Ik weet nog dat ik voor de allereerste keer werd uitgenodigd voor een ‘pers-event’. Wow! Maar ik kon niet, omdat ik naar school moest.” Toch heeft ze achteraf gezien geen spijt dat ze eerst haar havo heeft afgemaakt. „Ik was toen nog te onervaren om fulltime met mijn site bezig te zijn.”

Ook Deniz, die wel stopte met school, wil daar helemaal geen reclame voor maken. Het is belangrijk om een goede back-up te hebben, vindt hij. Niet stoppen voordat je echt iets hebt bereikt. „Ga eerst ná school maar eens knallen met je bedrijf.”