‘Wie de kranten leest, denkt dat Venezuela een paradijs is’

Krantenverkoper Roberto moet de klanten van zijn kleine kiosk in Caracas steeds vaker teleurstellen. Hun favoriete krant is er niet, of is half zo dik als normaal. „Mijn leveranciers geven me van iedere titel maar drie of vier kranten. Meer is er niet.”

Venezuela zit in een papiercrisis. Tien regionale kranten hebben inmiddels hun redacties moeten sluiten, meldde de Inter-Amerikaanse Vereniging voor Media vorige week. Nog eens veertien kranten, waaronder de grote landelijke dagbladen El Universal en El Nacional, drukken minder pagina’s. Ze proberen zolang mogelijk te putten uit de voorraden die ze nog hebben. Uitgevers waarschuwen dat er nog maar voor drie tot zes weken krantenpapier is.

De schaarste is een symptoom van de ontwrichte economie van Venezuela. Maar de papiercrisis heeft ook gevolgen voor de persvrijheid. De bron van het probleem is een tekort aan een ander soort papier: Amerikaanse dollars. Venezuela importeert bijna alles, van tandpasta tot televisies. De daarvoor benodigde dollars moeten bedrijven aanvragen bij de regering. Ze krijgen steeds vaker ‘nee’ te horen. Volgens de socialistische regering zijn de dollars, verdiend met de export van olie, nodig voor de import van voedsel. De schaarste wordt nijpender. Supermarkten hebben soms dagenlang geen eieren, melk of wc-papier. „Het klinkt logisch dat eten belangrijker is dan krantenpapier”, zegt Phil Gunson, journalist voor The Economist in Venezuela. „Maar het komt neer op indirecte censuur.”

President Hugo Chávez, die in 2013 overleed, slokte jaren geleden al de onafhankelijke radio en televisie op. De laatste kritische televisiezender van Venezuela, Globovisión, werd vorig jaar opgekocht door een zakenman die trouw is aan de regering. Oppositieleider Henrique Capriles is sindsdien van de buis verdwenen.

Nicolás Maduro, de nieuwe president, zet het beleid van Chávez voort. Iedere dag worden uitzendingen op radio en tv onderbroken voor een bulletin over de successen van de ‘socialistische revolutie’. De propaganda strekt zich uit naar het internet. Vorige week benoemde Maduro een speciale onderminister voor sociale media, José Miguel España Figueroa. Hij was het brein achter de Twitter-account van president Chávez, die 4 miljoen volgers had, ruim 10 procent van de bevolking. „Hier zijn wij, de kinderen van de hoogste commandant Hugo Chávez! Bouwend aan het vaderland. Samen met onze arbeiderspresident @Nicolás Maduro”, was z’n eerste bericht als Twitter-minister.

Terwijl de kranten steeds dunner worden, barst Venezuela van het nieuws. Het moordcijfer van 2013 heeft alle records gebroken. Apotheken kampen met een tekort aan medicijnen. De inflatie passeert de 50 procent. Allemaal onderwerpen die de Venezolaanse televisie links laat liggen. De onafhankelijke dagbladen werden tot voor kort met rust gelaten door de socialisten. Ze hebben te weinig lezers om een serieus gevaar te vormen voor de regering. Maar nu er toch te weinig dollars zijn, is het een perfect moment voor de regering om de kritische kranten failliet te laten gaan. „De regering pakt vooral de regionale kranten van deelstaten waar de oppositie aan de macht is”, zegt politiek consultant Gerardo Gonzales. „Die kranten waren de enige plek waar de oppositie nog een stem had.” Kranten die loyaal zijn aan de socialistische regering beweren dat ze ook last hebben van de papierschaarste. Maar zij hebben wel dollars toegewezen gekregen om papier te kopen en verschijnen nog altijd in volle dikte.

De hoofdredacteur van El Nacional, de oudste krant van Venezuela, waarschuwt dat er straks geen onafhankelijke kranten meer zijn. „Het is een ernstig probleem”, zei hij in een concurrerend dagblad. „Niet alleen voor de media, voor de hele samenleving.”

Krantenverkoper Roberto heeft slechts een stapeltje regeringsgezinde kranten in zijn kiosk liggen. Rommel vindt hij. Er staat niets in over de moorden en de economische crisis. „Als je de kranten van de regering leest, denk je dat Venezuela een paradijs is.”