Weinig reden tot vreugde in Egypte

Egypte ‘vierde’ afgelopen zaterdag dat het volk drie jaar geleden in opstand kwam, wat uiteindelijk leidde tot de val van president Mubarak. Het resultaat was zaterdag – de ‘dag van de nationale vreugde’ – ten minste 49 doden in de hoofdstad Kairo en enkele duizenden arrestaties. Een dag eerder waren bij enkele bomaanslagen, opgeëist door de jihadistische groepering Ansar Beit al-Maqdis, zes doden gevallen.

De vraag is dus: wat is Egypte eigenlijk opgeschoten sinds het vertrek van de vroegere luchtmaarschalk Mubarak die twintig jaar aan het bewind is geweest? Het leger was de baas in het land en het leger is nog steeds de baas. Er was slechts een korte periode waarin Morsi de democratisch gekozen president was en diens Moslimbroederschap de macht leek te hebben gegrepen.

Inmiddels zit Morsi gevangen en heeft Mubarak de cel mogen verlaten; hij heeft nog huisarrest. Niemand zal ervan opkijken als de huidige minister van Defensie, tevens legerleider en couppleger, Abdel Fattah Al-Sisi binnenkort bekendmaakt dat hij zich kandidaat stelt voor het presidentschap. Onder grote delen van de bevolking is hij populair; terroristische aanslagen zullen de roep om een ‘sterke man’ alleen maar groter maken.

De basis daarvoor werd eerder deze maand gelegd toen de Egyptische bevolking per referendum weer eens over een nieuwe Grondwet mocht stemmen. Bij een opkomst van nog geen 39 procent zei 98 procent ja tegen het ontwerp. De tegenstanders, zoals de aanhangers van de Moslimbroederschap, bleven thuis.

De Grondwet oogt hier en daar als een vooruitgang, zoals de gelijkheid van man en vrouw en de religieuze vrijheid die erin worden gewaarborgd. Daar staat tegenover dat politieke partijen op religieuze grondslag, zoals de Moslimbroederschap, worden verboden. Vanzelfsprekend laten de Moslimbroeders zich niet weg definiëren; het verbod is vooral een uiting van de angst dat zo’n partij bij verkiezingen opnieuw succesvol zal zijn – en zich vervolgens schuldig maakt aan machtsmisbruik, zoals onder Morsi het geval was.

Vooral bevestigt de Grondwet de macht van het leger, dat grote economische belangen in Egypte heeft, en ook van de politie. Als Al-Sisi, aan wie honderdduizenden Egyptenaren zaterdag hun steun betuigden, straks tot president wordt gekozen, krijgt de legermacht een democratische bevestiging.

De vraag is dan hoe de nieuwe president en het ook dit jaar te kiezen parlement daarmee zullen omgaan. En dus of het Tahrirplein in Kairo over enkele jaren of eerder weer zal volstromen met opstandelingen. Egypte is een land waarin de tegenstellingen tussen de bevolkingsgroepen groot zijn en het vermogen om tolerant te zijn tegen andersdenkenden helaas klein is.