‘Roemenen en Bulgaren hebben aandacht nodig’

De werkgevers en de overheid moeten dringend meer investeren in scholing, taaltraining en arbeidsmarktbegeleiding van Oost-Europese arbeidsmigranten. Anders dreigt volgens de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) een herhaling van de ‘tragiek van de gastarbeidersgeschiedenis’. Roemenen en Bulgaren hebben sinds 1 januari van dit jaar geen werkvergunning meer nodig voor Nederland.

In een studie schrijft de WRR dat Oost-Europese arbeidsmigranten de Nederlandse schatkist tot nu toe geld opleveren: per werknemer jaarlijks 1.800 euro netto. Ze maken weinig gebruik van sociale voorzieningen. Maar volgens de WRR kan dat veranderen, omdat hun arbeidspositie onzeker is: vooral uit Bulgarije komen werknemers naar Nederland van wie bijna een derde alleen op de basisschool heeft gezeten. De Roemenen in Nederland zijn over het algemeen beter opgeleid.

In een lezing in Almelo reageerde minister Lodewijk Asscher (Sociale Zaken, PvdA) gisteravond op uitspraken van eurocommissaris Viviane Reding van Justitie: zij had gezegd dat landen die zich zorgen maken over Oost-Europese migranten hun sociale voorzieningen minder royaal zouden kunnen maken. Asscher noemde dat „de wereld op zijn kop”. „Het is precies de angst die sommige mensen voelen bij Europa. Een Europa met een sociale zekerheid op het niveau van Bulgarije, is niet mijn Europa.”