Ranglijstdenken

De mascotte van Vitesse is een arend. Foto Pics United

Joost de Wit, de algemeen directeur die intern ‘Jopie’ wordt genoemd, werkte nog niet zolang bij Vitesse en kon de berichtgeving in de media soms niet volgen. Om zicht te krijgen „op de processen” nodigde hij zo nu dan

journalisten uit op zijn werkkamer.

Waarom was er bijvoorbeeld wel veel aandacht in de media voor bijzaken als de lege plekken in stadion Gelredome en niet voor het geweldige spel, of de aanwezigheid van een sterspeler als de Braziliaan Lucas Piazon? Dan behoorden die lege plekken op de tribunes toch ook zo tot het verleden?

Ik zat tegenover hem in zijn werkkamer in het nieuwe, goudkleurige trainingscomplex. Hij viel maar meteen met de deur in huis.

„Vind jij mij een trekpop?”

Hij had gehoord dat ik dat in een radioprogramma had gezegd.

„Een feitelijke onjuistheid, en dat kan ik bewijzen. Bij Vitesse bepalen we zelf wat we doen, dat gebeurt echt niet bij Chelsea.”

Er ontspon zich een vreemd gesprek.

„Ik ben geen trekpop, echt niet.”

Ik schreef het op en zei dat ik zijn collega Peter Gansler wel een trekpop vond. De Amerikaan was aangesteld om Vitesse internationaal te vermarkten. Hij joeg de supporters tegen zich in het harnas door aan te kondigen dat hij het traditionele shirt wilde veranderen en geloofde in „storytelling”: het creëren van helden en voetbalsprookjes.

De derby tegen NEC werd op last van Peter Gansler groots geafficheerd met termen als ‘90 minuten pure passie’ en ‘11 man tegen 11 man’.

Op het wekelijkse persuurtje van de club, normaliter een bijeenkomst waarop de trainer in trainingspak vertelt en de pers noteert, verzette trainer Peter Bosz zich tegen „het ranglijstdenken” waarmee journalisten zijn spelers opzadelden met extra druk. Hij vergeleek de situatie met „een lekker wijf in de kroeg”.

„Als jij in de kroeg zit en er komt een lekker wijf binnen, wat doe je dan?”

Niemand reageerde.

„Dan kijk je om, maar het heeft geen zin om lang te staren of om gek of stoer te doen. Ik sta op het standpunt dat je meer indruk maakt als je gewoon jezelf blijft.”

Op de vraag waarom wielrenners wel tegen ranglijsten konden en voetballers niet zei hij: „Dat is weer appels met peren vergelijken. Voetballen is geen wielrennen, bovendien zitten die lui onder de doping.”

Journalisten hadden geen idee wat „goedkope stemmingmakerij” en „makkelijk scoren” met een jongen van 21 kon doen. „Jullie kennen de druk niet.”

Tegen mij: „Hoeveel reacties krijg jij op een stukje?”

„Honderd”, overdreef ik.

„Dat bedoel ik”, zei Peter.

Keeper Piet Velthuizen kwam onder de douche vandaan, de bruine toilettas onder de oksel geklemd. Hij droeg sinds kort een bril met een zwart montuur, wat niet betekende dat zijn ogen achteruit waren gegaan. „Ik heb al jaren lenzen, jong. Je hoeft echt niet te denken dat ik minder zie, hahaha. Ik vond het gewoon mooi staan bij mezelf, een bril. Ik denk dat het een stukje uitstraling toevoegt.”

Bril of geen bril, hij had al een paar dagen niet naar de ranglijst gekeken.

„Dat kun je beter niet doen, dan raak je in de war. Je moet naar jezelf kijken. Persoonlijk hou ik me er helemaal niet mee bezig hoe hoog of we staan.”

Ik zei dat Vitesse met Ajax bovenaan stond.

„Dat heb ik gehoord ja”, zei Piet. „Daarvoor hoef ik niet naar de ranglijst te kijken, dat maakt de pers ervan.”

Na afloop van de teleurstellende wedstrijd tegen NEC (1-1) stonden we in een doodlopend gangetje achter een bord met de tekst ‘schrijvende pers’ te wachten op de Israëliër Dan Mori. Een stukje storytelling van jewelste: niet mee mogen op trainingskamp en dan scoren tegen de aartsrivaal. Helaas beperkte hij zich op last van de clubleiding tot „het verhaal van de wedstrijd”.

Op het hoofdveld van het inmiddels verlaten Gelredome verwerkte technisch directeur Mohammed Allach het puntenverlies tegen NEC. Hij wandelde, schuddend met het hoofd, van het ene naar het andere doel en zakte ter hoogte van de middenstip even door de knieën. Wat er in dat hoofd gebeurde was geen verhaal, eerder een boek.