Pianist Pollini is innemend en intelligent verteller

De Italiaanse pianist Maurizio Pollini (1942) heeft een bijzondere band met het Amsterdamse Concertgebouw.

Aan de lijst gedenkwaardige concerten die hij er de afgelopen 41 jaar gaf gaf mag ook zijn recital van zondagavond in de serie Meesterpianisten worden toegevoegd. Hij kwam voor een programma rond Chopin, voor de pauze, en daarna Debussy.

Pollini mag dan al een lange carrière achter zich hebben, aan de Steinway liet hij horen dat hij nog steeds tot de wereldtop behoort en dat zijn herkenbare toucher nauwelijks aan enige slijtage onderhevig is.

De pianist spreekt altijd klare taal. Hij is een innemend en intelligent verteller, die als geen ander vloeiend weet te schakelen van de ene naar de andere verteltrant.

Dat viel op in Chopins contrastrijke Ballade in F en diens Tweede pianosonate, waarvan hij een boeiende vertolking gaf. Het derde deel, de Marche funèbre, klonk zeldzaam spannend door de manier waarop Pollini de noten bindt terwijl hij ze toch een voor een laat spreken.

Chopin is een van de componisten waarmee Pollini het sterkst wordt geassocieerd, toch is hij als Chopin-specialist juist wat atypisch – veel van zijn collega’s zijn fanatieker met het gebruik van rubato en pedaal.

Zijn uitvoeringen van Debussy bleken verrassender. Met veel gevoel voor kleur liet Pollini in de Twaalf preludes, boek I de noten prachtig rondzingen.

De orkaanverklanking in Ce qu’a vu le vent d’Ouest klonk angstaanjagend. In de toegiften wist Pollini echter niet dezelfde concentratie op te brengen.

Zijn inzet in de laatste van de Études opus 10 was zwak, maar dat had geen invloed op de hoerastemming. De meester kreeg een minutenlang, liefdevol applaus.