Column

Oxfams dubbeldekker? Maak daar ’n Daf van.

Een dubbeldekker. Daarin passen volgens Oxfam de 85 rijkste mensen ter wereld, die samen evenveel bezitten als de onderste helft van de gehele wereldbevolking: 3,5 miljard mensen. En dat zorgde vorige week, aan de vooravond van het World Economic Forum, voor de nodige opschudding.

Dat maakt benieuwd hoe dat in eigen land zit. Zijn de vermogensverhoudingen hier ook zo scheef? Je eerste opwelling is: natuurlijk niet. Maar dat zit geheel anders.

Oxfam baseert zich op twee bronnen. De eerste is de Forbes-lijst van rijkste mensen ter wereld. De tweede is het World Wealth Report van de bank Credit Suisse. De methodiek van Forbes is niet onomstreden, maar dat is zij waarschijnlijk per definitie. Een lijst van rijke mensen is altijd onvolkomen, en je moet als lezer uitgaan van de integriteit van de opstellers. Het rapport van Credit Suisse heeft ook onvolkomenheden, en daar besteedt het uitgebreid aandacht aan. Maar ook hier geldt: je moet ergens van uit gaan.

Hoe vergelijk je dat met Nederland? De eerste bron moet hier zijn de Quote-500. Die lijdt wellicht aan dezelfde euvels als de Forbes, maar ook hier geldt: beter is er niet, en het is aannemelijk dat het een integere poging is. De tweede bron is het CBS, dat vermogensstatistieken bijhoudt. De jongste, van twee weken geleden, is over 2012. En dus nemen we, met dank aan Quote, ook de de Quote-500 van dat jaar.

Wat was het vermogen van de 85 rijkste Nederlanders, dus een Hollandse dubbeldekker vol? Volgens Quote is dat 61,2 miljard euro. Dat vergelijken we vervolgens met de vermogensstatistiek van het CBS, waar huishoudens keurig in tienden zijn onderverdeeld. Dus: hoeveel vermogen heeft de tien-procentsgroep van minst vermogende huishoudens, hoeveel vermogen heeft de tweede tien-procentsgroep daarboven, enzovoort. Tot het met de tiende tien-procentgroep: de meest vermogende huishoudens.

Wat blijkt nu: de 60 procent minst vermogende huishoudens in Nederland hebben samen maar 9,8 miljard euro. Pas de zevende tien-procentsgroep heeft samen een fors vermogen: 79,5 miljard. Dat maakt, samen met die 9,8 miljard van de eerste zeven groepen, dat de onderste 80 procent van alle huishoudens tezamen 89,3 miljard heeft.

De verbijsterende conclusie moet dus zijn dat de 85 rijkste Nederlanders, met 61,2 miljard euro, dus samen even veel bezitten als tussen de 70 procent en 80 procent van alle Nederlandse huishoudens, van onderaf gerekend. Dat is veel erger dan de wereldwijde calculatie van Oxfam! Wat is hier de adder? Pensioenaanspraken, bijvoorbeeld. Maar die zijn aan de onderkant van de vermogensmarkt niet zo heel hoog, als je ze contant zou mogen maken. Een veel belangrijker verklaring is: schulden. Het netto-vermogen is voor de onderste tien-procentsgroep in Nederland sterk negatief. In deze groep overtreffen de schulden verre het bezit, en zij heeft dan ook een vermogen van -43 miljard. Dat trekt de optelsom van de onderste tien-procentsgroepen natuurlijk sterk naar beneden.

Een berekening á la Oxfam zou zo voor de meeste westerse landen negatief uitvallen. Want in het arme deel van de wereld hebben de armste mensen niet alleen geen vermogen, maar ze hebben ook een vermogen niet: het vermogen tot het maken van grote schulden. Zo zou je hoogstwaarschijnlijk kunnen betogen dat de tien-procentsgroep van minst vermogende Afrikanen veel ‘rijker’ is dan de onderste tien-procentsgroep van elk willekeurig westers land. Want geen vermogen is statistisch beter dan een negatief vermogen.

Maar die uitkomst zal nooit de bedoeling van Oxfam zijn geweest. Zij wijst er alleen op hoe wankel dergelijke snappy- berekeningen kunnen zijn. Ook al zijn ze goed bedoeld, en happen ze heerlijk weg.