Minder prikken nodig tegen kanker

Meisjes hoeven nog maar twee in plaats van drie inentingen tegen het humaan papillomavirus (HPV) te krijgen. Dat heeft het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) vandaag bekendgemaakt. Uit studies van de fabrikant, onlangs bij de Europese geneesmiddelenautoriteit EMA ingediend, blijkt dat twee vaccinaties even goed beschermen tegen baarmoederhalskanker als drie.

Marina Conyn, leider van het nationale vaccinatieprogramma, zegt dat zij zelf ook een beetje overvallen is door de plotselinge wijziging. Het jaarlijkse HPV-vaccinatieprogramma begint binnenkort – in enkele regio’s, waaronder Zeewolde, morgen al. Het voorzag erin dat meisjes een maand na de eerste prik de tweede zouden halen, en na de zomervakantie de derde.

„Voor ons kwam deze wijziging dus een beetje ongelukkig”, zegt Conyn. Het RIVM heeft alles in het werk gesteld om op het nieuwe schema over te schakelen, zodat de meisjes hiervan profiteren. Alle meisjes van 13 die dit jaar de eerste oproep krijgen voor HPV-vaccinatie, hoeven nu nog maar twee prikken te halen.

Meisjes die al twee HPV-prikken hebben gehad, moeten meestal nog wel een derde prik krijgen voor een goede bescherming, zegt Conyn. „Een belangrijke voorwaarde voor het overstappen op een tweeprikkenschema is dat er voldoende tijd tussen de twee prikken zit om de immunologische afweer tegen het virus op te bouwen. In het drieprikkenschema zat maar een maand tussen de twee eerste prikken, en dat is te kort.”

Het in Nederland gebruikte HPV-vaccin, Cervarix van fabrikant GSK, beschermt tegen twee HPV-stammen die samen 70 procent van alle baarmoederhalskanker veroorzaken. Het virus verspreidt zich via seksueel contact. Om die reden worden meisjes ingeënt voordat zij seksueel actief worden.

Bij de introductie van het vaccin in 2010 was er veel weerstand, hoofdzakelijk omdat het vaccin naar verwachting niet volledig zal beschermen tegen baarmoederhalskanker. „In het begin zat het opkomstpercentage onder de 50 procent”, zegt Conyn. „Nu zitten we al op 60 procent.”

Ze durft niet te speculeren of de opkomst verder verbetert met een prikje minder. „Een pijnlijke arm kan vervelend zijn. Ik kan mij voorstellen dat de drempel nu lager wordt.”