Column

Marcel Yilmaz

Enorm gerustgesteld na het kijken naar Nieuwsuur, het actualiteitenprogramma dat er acht maanden over deed om het vertrouwen te winnen van Yilmaz, een gewezen soldaat der Tweede Klasse bij de Koninklijke Landmacht, die in Syrië andere jihadisten leerde schieten op blikjes en bomen.

We zagen filmpjes van Yilmaz, een jongen met een ingevallen gezicht en een grijnzend gebit. Van hoe hij in zijn Nederlandse uniform – de baret was met Arabische teksten versierd – in de laadbak van een terreinwagen met wat bewapende collega-strijders door een kaal Syrisch landschap reed, de lange baard wapperend in de wind. En hoe hij zijn gewonde hand – volgens Nieuwsuur het werk van een vijandige scherpschutter, volgens mij juist niet het werk van een scherpschutter – toonde aan een mobiele telefoon.

Yilmaz bleek van het type dat wel een leeslamp op zolder heeft, maar het aan/uit-knopje nog niet heeft gevonden. Het liefst was hij namelijk met het Nederlandse leger Syrië binnen gevallen.

„Dan had ik me meteen aangemeld.”

En waarschijnlijk had je nog mee gemogen ook, dacht ik.

Maar goed, tot zijn grote teleurstelling gingen we niet en dus was hij zelf maar gegaan. Net zoals alle andere jihadisten streed hij uit naam van alle onderdrukte Syriërs voor de invoering van een islamitische wetgeving omdat ‘het woord Gods het allerhoogste dient te zijn’.

Hij maakte van de gelegenheid gebruik om een groot vooroordeel weg te nemen. Er werd ten onrechte beweerd dat jihadstrijders naar Syrië gingen om te leren hoe ze bommen moesten maken. Hij kon iedereen geruststellen. Ze gingen wel, maar ze kwamen niet meer terug.

„Het hoofdstuk Nederland is afgesloten. We zijn gegaan om te sterven.”

Op de vraag of hij iets miste in Nederland kwam het antwoord ‘kapsalon en mijn familie’.

In die volgorde.

En dat beeld zit dus al de hele dag in mijn hoofd. Dat die Yilmaz voor hij ging sterven niets liever zou willen dan een paar bakken friet kapsalon eten, en dat hij dat dan via een tussenpersoon laat weten aan een redacteur van Nieuwsuur, die daarvoor acht maanden op Skype heeft gezeten. Schieten op blikjes, een bloedende hand en het gemis van een frietje kapsalon.

Onze jihadstrijders verschillen in niets van de deelnemers aan het reality-programma Utopia.