Het einde van het gratis geld

Lichte paniek op de westerse financiële markten, grote onrust in de opkomende landen: sinds vorige week is het snelle kapitaal bezig aan een terugtocht uit de landen waar het de afgelopen jaren in een even snel tempo naar toevloeide. De munten van landen als India, Turkije, Brazilië, Indonesië en Zuid-Afrika staan onder sterke druk.

Hoewel een devaluatie van de Argentijnse peso de directe aanleiding was voor de onrust, ligt de oorzaak veel dieper.

In de ruim vijf jaar die zijn verstreken sinds de val van de bank Lehman de kredietcrisis in een acute fase bracht, hanteren westerse landen een monetaire politiek waarin de rentes tot nagenoeg nul zijn verlaagd; ook is er in veel gevallen extra geld in de economie en de financiële markten gepompt. Die reactie was adequaat, maar had als neveneffect dat het internationale kapitaal op zoek ging naar een hoger rendement: in de opkomende economieën.

Dat ruime westerse monetaire beleid, dat in de Verenigde Staten zijn meest extreme variant heeft, kan niet eeuwig doorgaan. Toen de Amerikaanse centrale bank voor de zomer van 2013 voorzichtig aankondigde de maandelijkse steunaankopen van 85 miljard dollar aan overheids- en hypotheekobligaties te gaan afbouwen, leidde dat tot een paniekerige reactie in de opkomende landen. Zij waren gewend geraakt aan de geldvloed die hun kant was opgegaan.

Die paniek was destijds nogal prematuur. Maar nu de Amerikaanse Fed heeft aangekondigd, in december, de steunaankopen daadwerkelijk te gaan temperen, wordt het menens. Er is in zulke omstandigheden vaak een aanleiding nodig, en dat was in dit geval Argentinië – hoewel nu ook de tegenvallenden groei in China en de onrust in Thailand en Oekraïne er als verklaring bij worden gesleept.

Feit is dat de wereldeconomie zal moeten wennen aan een normalisering van het westerse monetaire beleid, nu het economisch herstel in de VS, en ook in Europa, voorzichtig gestalte krijgt. Dat herstel is voor de opkomende landen wellicht enige troost: hun belangrijkste exportmarkten komen er weer een beetje bovenop.

Maar de onrust die nu op de markten heerst, onderstreept wel twee zaken. De eerste is dat de normalisering van het monetaire beleid uiterst voorzichtig zal moeten plaatsvinden, goed aangekondigd en zonder onnodige verrassingen. In de opkomende landen zal beleid moeten worden gevoerd dat de schok zoveel mogelijk verzacht. De tweede is dat ondanks alle machtsverschuivingen in de wereldeconomie er nog steeds maar één macht is die zijn stempel op de wereldwijde markten drukt: de Verenigde Staten. En zolang tegenmacht China zijn munt en kapitaalverkeer niet liberaliseert, zal dat ook zo blijven.