Column

Griezelen bij Polare

Sluit een keten en opeens zijn we zijn allemaal de betere boekverkoper. Wie droomde er nooit van een boekwinkeltje? Maar dan smaakvol, he. Zo eentje waarin Julia Roberts verliefd op je wordt, in de film Notting Hill. Of een Politics & Prose, de intellectueelste boekwinkel van Amerika. Sluit boekwinkels en een gure wind steekt op in winkelstraten. Echt weer voor griezelverhalen over Polare. Dus hierbij het mijne.

Toen laatst een bundeltje verscheen, ging ik bij Polare aan de Oude Gracht in Utrecht kijken hoe het erbij lag. Na lang zoeken restte alleen de informatiebalie. Alle trots gesmolten. En dan jezelf moeten outen als ijdeltuit. Men had alle begrip („Sommige auteurs sturen familieleden. Elke dag.”) En kijk, boekje stond pront in de computer. Maar er stond niet bij waar het lág. Dit omdat het „een onduidelijk boek” was.

Een onduidelijk boek. Zoiets dient men zich bij Polare niet persoonlijk aan te trekken. Aangezien zowel de woorden ‘Knus’, ‘Nederland’ als ‘op zoek’ in de titel stonden, kon het ding theoretisch zowel bij woninginrichting, reislectuur als avonturenboeken liggen. Of bij theologie. Psychologie. Om nog maar te zwijgen van erotische literatuur, zelfs een beetje SM kon „in principe” ook, hóe knus werd Knus, was dan eigenlijk de vraag.

Ik wilde al met hangend hoofd naar buiten sluipen. Toen doken twee kordate verkopers naast me op, aan weerskanten, als lijfwachten. Je zag onmiddellijk dat ze stamden uit de tijd dat Polare hier Broese heette. Die mensen hebben nog mededogen in hun ogen – niet met jou, al aaiden ze me nog net niet troostend over mijn bol. Nee, zij gingen me helpen zoeken omdat het „zo sneu” was voor het bóekje.

Deze marteling heeft ruim twintig minuten geduurd. Twintig minuten zoeken, met zijn drieën, naar je eigen boekje, dat is erg hoor. Vooral wanneer twee mensen, vechtend voor hun baan en volkomen te goeder trouw, je opgewekt en onvermoeibaar op stapels kookboeken blijven wijzen, omdat ze het ook niet meer weten („Staat er geen stukje over eten in? Weet je het zeker?”).

Daarna: ‘Spiritualiteit’. Zeven kasten ‘Management’. Alle planken met wandeltochten door Nederland.

Dat we boekje vonden, ergens ver achterin, is een wonder. Dus geen kwaad woord over deze Polare. Ik ging daarna bijna wekelijks even kijken, want iemand moet het doen. De kasten werden leger, maar in de drukte rond de Boeken Top-10 viel het misschien niet iedereen op.

Nu kan ik niet meer moederen over boekje. Ik verbeeld me hoe het zachtjes „Help, help” roept, van achter die gesloten Polare-deuren. Is dat erg? Nee, natuurlijk. Voor echte schrijvers en hun boeken is het erg.

Maar nóg rampzaliger is het voor de steden. Alle hippe, betere, smaakvolle boekhandels waarover we nu fantaseren en waarvoor iedereen wel wil crowdfunden zijn prachtig, daar niet van. Vooral in de Randstad. Maar plaatsen hebben daarnaast gewone, laagdrempelige boekwinkels nodig. Een winkel waar de mensen binnen durven komen die een boek nog „een leesboek” noemen. En hun kinderen.

Al was het maar omdat ook de bibliotheken sluiten.