Europa aan zet in strijd om Oekraïne

Met de dag bereiken ons verontrustender berichten uit Oekraïne. Politie en demonstranten belagen elkaar in veldslagen die de trekken van een burgeroorlog aannemen. Vanuit het westen breidt de opstand zich uit over het hele land. De Oekraïners zitten klem tussen Europa en Rusland dat het buurland koste wat het kost in zijn invloedssfeer wil houden. De EU heeft verwachtingen gewekt die niet zijn uitgekomen en nu is de geest uit de fles. Na zelf lang de Europese integratie te hebben aangeprezen, koos president Viktor Janoekovitsj op het laatste moment voor Rusland. Hij lapte het protest aan zijn laars en joeg een pakket wetten door het makke parlement, die de Oekraïense maatschappij monddood maken. Daarna sloeg de vlam echt in de pan. Een dictatuur was in de maak en het protest radicaliseerde. Janoekovitsj oogst wat hij heeft gezaaid.

Paradeerden Europese politici aanvankelijk enthousiast op de Maidan, nu het menens is geworden laten ze zich niet meer zien. Janoekovitsj heeft voor Europa afgedaan, maar op een overwinning van de oppositie is men ook niet gerust. De oppositie is geen eenheid en bevat de meest uiteenlopende groepen: de opkomende middenklasse die een Europees georiënteerd beleid wenst; intellectuelen die verontrust zijn over de aanstormende dictatuur; de man in de straat die zich door de corrupte machtskliek bedrogen voelt; jongeren die een normaal leven willen. Maar er zijn ook voetbalfanaten die komen om te knokken, en extreem-rechtse Oekraïense nationalisten.

De oppositie wordt geleid door een driemanschap. Oud-bokser Vitali Klitsjko treedt namens de middenpartij Oedar (Stoot) op de voorgrond. De intellectueel ogende ex-minister Arseni Jatsenjoek vertegenwoordigt de nog steeds gevangen gehouden ex-premier Joelia Timosjenko van de iets rechtsere Vaderlandpartij. Nummer drie is Oleg Tjagnibok van de partij Svoboda (Vrijheid). Samen haalden de oppositiepartijen bij de parlementsverkiezingen van 2012 ongeveer de helft van de stemmen. Van de drie was Svoboda met 10 procent het kleinst, maar in de meest westelijke provincies van het land haalde ze rond de 30 procent.

Volgens sommigen kon Svoboda haar verkiezingsresultaat opkrikken dankzij heimelijke steun van Janoekovitsj of uit Rusland, die graag verdeeldheid willen zaaien binnen de oppositie. Janoekovitsj’ Partij van de Regio’s haalde landelijk 30 procent, maar domineert in het oosten van het land. Dankzij het makkelijk te manipuleren districtenstelsel kreeg ze toch een meerderheid in het parlement.

Svoboda pleit voor ‘etnische proportionaliteit’ bij het vervullen van officiële functies, met de bedoeling Joden en Russen te weren. In 2004 werd Tjagnibok uit de parlementsfractie van het verkiezingsblok Ons Oekraïne van de aanstaande president Joesjtsjenko gezet, omdat hij had opgeroepen de strijd aan te binden met de Russisch-Joodse maffia die Oekraïne regeerde. Dezelfde Tjagnibok heeft nu als een van de oppositieleiders Salonfähigkeit verworven. Svoboda krijgt steeds meer steun omdat de partij het radicaalste standpunt vertegenwoordigt. Ze speelt een sleutelrol bij het verjagen van de provinciale bestuurders uit West- en Midden-Oekraïne. Gescandeerde leuzen als ‘Eer aan de helden!’ en ‘Oekraïne boven alles’ komen uit de koker van Svoboda die ze weer heeft van de door haar op een voetstuk geplaatste collaboratiebeweging van Stepan Bandera uit de Tweede Wereldoorlog. Overigens is er ook nog een groepering rechts van Svoboda: de echte diehards zijn verenigd in de Rechtse Sector, die vindt dat zelfs Svoboda uit watjes bestaat.

Tien jaar geleden liep de Oranjerevolutie van Viktor Joesjtsjenko vast. De situatie is nu veel grimmiger. Hoe ver Rusland wil gaan om zijn invloedssfeer te handhaven, bleek in Georgië waar Moskou nog steeds twee provincies illegaal bezet houdt. Maar Oekraïne is geen Georgië. Alleen al door zijn omvang en geografische ligging is het voor Europa veel belangrijker. De crisis is ontstaan omdat de EU Oekraïne een vrijhandelsovereenkomst aanbood. Als de hoop die daarmee gewekt is, ijdel blijkt en Europa niets te bieden heeft, is radicalisering een logisch gevolg. Dat is gevaarlijk en uiteindelijk ook niet in het belang van Rusland. Europa moet Rusland ervan overtuigen dat Oekraïne geen Georgië is en ertoe zien te bewegen een gezamenlijke bemiddelingspoging te doen om te voorkomen dat tussen hen een failed state ontstaat.