Een schaatscarrière die in Dubai wegsmelt

Nu is het weer Anni Friesinger die met haar schaatsen aan de stoelpoten van een voorzitter zaagt. Ze verwacht een tweede kind, haar langeafstandsrelatie met de Friese boer Ids Postma bevalt ook prima (dat is: elkaar nooit langer dan tien dagen niet zien en nooit langer dan zes weken bij elkaar zijn – zo legde ze dat zelf uit in Bild), maar het heeft haar als inmiddels ex-topschaatster niet mild gestemd. Tenminste niet als het gaat om haar eeuwige vijand Claudia Pechstein en de voorzitter van de Duitse schaatsbond, Gerd Heinze. Wat Anni Friesinger betreft, hoepelt Heinze op. Want hij heeft de kant gekozen van Pechstein, die twee jaar geschorst is geweest wegens (vermeend) dopinggebruik. En het is zijn schuld, blijkbaar, dat de Duitse vrouwen zich niet hebben geplaatst voor de ploegenachtervolging bij de Olympische Spelen in Sotsji.

Wie voorzitter van een schaatsbond wordt, waagt zich op, kom, hoe heet dat, iets met ijs. Doekle Terpstra merkte het vorig jaar als voorzitter van de KNSB, toen Sven Kramer zich boos op hem maakte („dit bestuur doet eigenlijk niets”). Dat ging volgens Terpstra „alle perken te buiten”, maar het resultaat was dat híj er begin september de brui aan gaf. Sindsdien zit de KNSB zonder man met hamer en dat zal wel tot na Sotsji voortduren.

Nee, dan Ottavio Cinquanta. Lid van het IOC, en al sinds 1994 voorzitter van de wereldschaatsbond ISU. Toen hij werd gekozen, werd het jaar erop Rintje Ritsma Europees en wereldkampioen, en was Sven Kramer nog een jongetje van acht, dat al wel wist dat hij schaatser zou worden.

Als deze Italiaan in 2016 uit eigen beweging opstapt, zoals hij heeft beloofd, zal hij 78 jaar zijn en vermoedelijk nog altijd gehaat in Nederland. De aversie is wederzijds. In De Telegraaf vertelde Ottavia dat hij destijds wat adviezen meekreeg van zijn voorganger, de Noor Olaf Poulsen. Eén daarvan luidde: „Probeer niet de KNSB te begrijpen. Dat zal je nooit lukken. Weet je waarom de KNSB zo’n lastige bond is? Omdat Nederlanders een lastig volkje zijn.”

Goed om dat eens van een ander te horen. Ottavia kreeg het vorig jaar ook aan de stok met Ireen Wüst, die ervoor had gepleit om van het allroundtoernooi een olympisch nummer te maken, waarvoor ze bijval kreeg van Sven Kramer. „Ik praat niet met sporters”, zei de ISU-voorzitter, zelf een oud-schaatser en voormalig ijshockeyer.

Zo los je dat blijkbaar op.

Een volgend conflict tussen topschaatsers en bondsbonzen zit eraan te komen. De inzet is een nogal woest plan. Hoewel, woest. Als er Olympische Winterspelen kunnen worden georganiseerd in Sotsji, waar vijf jaar geleden nog de Europese kampioenschappen beachvolleybal werden gehouden, als in het snikhete Qatar het WK voetbal op de agenda kan worden gezet, dan is schaatsen in Dubai natuurlijk ook een optie. Icederby gaat dat evenement heten. Wedstrijden voor vier schaatsers op een baan van 220 meter, voor het eerst in mei te testen in dit Arabische emiraat.

Volgens Jeroen Otter, coach van de Nederlandse shorttrackers en adviseur van de organisatoren, zijn er bedrijven in het Midden-Oosten die er geld in willen stoppen. Op de uitslagen kan worden gegokt en daar begint de ellende. Want waar gokgeld wordt ingezet, is matchfixing niet ver weg. Toch voelen Michel Mulder, Sjinkie Knegt en Kjeld Nuis, blijkens uitlatingen die ze in Het Parool deden, wel voor deelname. Omdat er een oliedollar valt bij te verdienen of, zoals Mulder zei: „Voor de fun en om Dubai eens te bekijken.” Maar dan botsen ze op de vicevoorzitter van de ISU, de Nederlander Jan Dijkema. Dreigend sprak hij tegen de NOS: „Schaatsers die meedoen, zullen er rekening mee moeten houden dat ze niet meer aan onze toernooien mogen deelnemen.” Kortom: in Dubai kan een schaatser zijn hele carrière zien wegsmelten. Topschaatsers, het zal ze wel nooit lukken om de ISU te begrijpen.