Een ‘lichte vorm’ van slavernij

foto ANP

De woning in Amsterdam-West zal hooguit 100 vierkante meter zijn, en toch had Gersina B.C. twee meisjes uit Brazilië nodig om die schoon te maken. Dat wil zeggen: omdat ze de eerste slordig vond, liet ze nog een tweede komen. Ze sliepen met zijn drieën in de woonkamer, Gersina op de bank, de meisjes op de vloer.

Tot hiertoe liepen de herinneringen aan de periode mei 2010 tot september 2011 aardig parallel. Verder lagen de verklaringen van verdachte en veronderstelde slachtoffers zo ver uit elkaar als maar mogelijk is. „Alles is gelogen”, zei Gersina tegen de Amsterdamse rechtbank.

Gisteren werd de zaak, na drie zittingsdagen sinds mei vorig jaar, afgesloten met een zware strafeis: vijf jaar cel wegens mensenhandel, mishandeling en het helpen aan illegaal werk en verblijf. Officier van justitie Jolanda de Boer achtte bewezen dat de 41-jarige Braziliaanse verdachte haar veel jongere landgenoten maanden had gedwongen tot huishoudelijk werk, zonder betaling, met regelmatige mishandeling op de koop toe. Hun paspoorten zouden Gersina en haar ex-vriend hebben afgenomen om hun het weglopen te beletten. „Een lichte vorm van slavernij.”

Toen de zaak in september 2013 weer voorkwam, leek die een mooie illustratie van het rapport dat de Nationale Rapporteur Mensenhandel net had uitgebracht. Daarin vroeg zij aandacht voor de brede definitie: „Mensenhandel”, schreef ze, „zien we overal om ons heen. Nog steeds in de prostitutie, nog steeds in de ‘bekende’ risicosectoren als land- en tuinbouw en horeca, maar nu ook in op het eerste gezicht onschuldige fenomenen, zoals straatkrantverkoop, bedelarij of het aanvragen van toeslagen.” Zij pleitte ervoor „ook onschuldige fenomenen vanuit het mensenhandelperspectief te bekijken”.

De Boer trok de zaak van de Braziliaanse meisjes gisteren in dat brede perspectief. „Sinds 1 januari 2005 is niet alleen seksuele uitbuiting strafbaar”, maar „andere vormen” zijn dat ook.” Het aantal ‘andere’ zaken is nog niet zo groot, zei ze, „maar groeiende”. Ze wees op de almaar verhoogde strafmaat bij artikel 273f uit het Wetboek van Strafrecht: sinds april maximaal 15 jaar. ‘Den Haag’ en de top van justitie vinden bestrijding van mensenhandel belangrijk.

Advocaat Babur Beg noemde het „een sleepnet-artikel”. Hij wreef De Boer een meer dan professionele ijver aan. Hij begon zijn pleidooi met: „Haat verblindt. En daarbij kijk ik naar de officier van justitie.”

In de wandelgangen refereerde hij aan een vinnig briefje van de president van de Amsterdamse rechtbank. In juli 2012 had De Boer in een interview gezegd dat de rechtbank wel harder mocht optreden tegen mensenhandel. Oost-Europese pooiers zouden „met fluwelen handschoenen” worden aangepakt. Rechtbankpresident Carla Eradus schreef daarop: „Iedereen weet dat rechters geen straf kunnen opleggen voor onbewezen feiten.” Zij wees op de complexiteit van deze zaken en op de onwil van veel slachtoffers om aangifte te doen of te getuigen.

De Braziliaanse vrouwen kwamen wel getuigen, op de zitting in september. Hun verklaringen waren niet eenduidig, maar in hoofdlijnen kwamen ze overeen. Gersina had hen naar Nederland gehaald voor huishoudelijk werk: drie uur per week, à tien euro per uur. In plaats daarvan werkten ze „gemiddeld 24 uur per dag”, zoals een van hen ernstig verklaarde. Voor niks. En de Gersina had hen voortdurend mishandeld. De vrouw had hen geslagen met alle denkbare keukengerei: een bezemsteel, een dweil, een waterkoker, een staafmixer, een komkommer. Toen de politie een meisje aantrof, zat ze vol littekens.

Gersina kwam in de knoop toen ze zei dat het ene meisje op doorreis was en zij haar wel wilde helpen. Ze spraken af dat ze „een beetje zou helpen” bij het schoonmaken en bij het naar school brengen van de kinderen. Maar over de komst van het tweede meisje zei Gersina dat ze aan een Braziliaanse vriendin had gevraagd of die een nieuw meisje naar Nederland wilde sturen omdat het eerste „zo slordig was”.

Voor advocaat Beg waren vooral de verklaringen van de ex-vriend van zijn cliënte lastig te pareren. Twee zittingsdagen lang zat Alex C. (57) als een muis in de beklaagdenbank. Toen hij in september door de rechtbank werd verhoord, kostte elke zin een eeuwigheid, zo hard moest hij tegen zijn tranen vechten. Ja, Gersina had de meisjes welbewust uit Brazilië laten komen; ja, ze werkten elke dag voor haar, soms tot ’s avonds laat; en ja, Gersina mishandelde hen regelmatig, net zoals ze haar ex-vriend vaak dreigde en sloeg. „Ze is een kruitvat als ze boos wordt.” En Alex gaf waarschijnlijk de beste verklaring voor het grote raadsel van de zaak: wat kunnen twee jonge vrouwennou dag in dag uit te poetsen hebben in een Amsterdams rijtjeshuis? „Gersina kan niet tegen stof.”

Uitspraak volgt op 19 februari.