Dit verhaal is waar. Of niet

Sommige inktvisringetjes zijn niet gemaakt van inktvis, maar van varken. Van varkensdarm en van varkensanus.

En onzinverhaal, toch? Een typisch voorbeeld van een broodje aap?

Lastige vraag. Probeer het verhaal maar eens te checken. Dan vind je geen bewijs van een varkensdarm die als inktvis is verkocht. Dus moet je het beoordelen als „een heel, heel, heel onwaarschijnlijk verhaal”, zegt mediawetenschapper Peter Burger. Maar: „Dit verhaal blijft beter hangen dan de ontkrachting ervan. Je kunt een miljoen ‘echte’ inktvisringetjes vinden waar niets mee mis is, maar believers zullen zeggen dat dat nog niet bewijst dat die ene van varkensdarm niet bestaat. Ze willen het geloven, omdat het spookverhalen over de voedselindustrie bevestigt.”

De mediawetenschapper smult van dit type verhalen – in de volksmond broodjeaapverhalen of urban legends. „Sagen” noemen ze het in zijn vakgebied. Jarenlang deed hij er onderzoek naar en vandaag promoveert hij op misdaadverhalen met zo’n bedenkelijk karakter. Hij nam bijvoorbeeld de „smiley-bende” onder de loep, van allochtone criminelen die meisjes verkrachten en vervolgens twee messneden in de mondhoeken maken: een lugubere ingekerfde ‘smile’.

Bewijs ontbreekt, maar het is daarom niet minder hardnekkig – en de redenen voor die hardnekkigheid onderzocht Burger. „De verhalen spelen op je gevoel. Mensen blijven ze vertellen: ‘Oké, maar het zou waar kúnnen zijn.’ En, zeggen ze, ook als het niet waar is, helpt het je toch om op je hoede te zijn voor verkrachters.”

Zo gaat het nu ook met het „dieventekenverhaal”, een verhaal waar Burger al een tijdje „campagne” tegen voert. „Oost-Europese bendes zouden symbooltjes tekenen op huizen om aan te geven wat er voor inbrekers te halen is. Een rondje is geld, een rechthoekje is een breedbeeld-tv. Officieel zal de politie niet zeggen dat het waar is, maar opmerkelijk genoeg twitteren individuele rechercheurs erover. Ze vinden dat het geen kwaad kan dit verhaal te verspreiden, al is het onwaar. Het gevaar is natuurlijk dat het kwalijke stereotypen over Oost-Europeanen in stand houdt.”

Maar het is een „ideaal verhaal”, zegt Burger: het heeft de ideale ingrediënten om te blijven hangen. Zie het als een soort checklist: het speelt in op stereotypen en angsten. Het is een alledaags voorbeeld dat een maatschappelijke ontwikkeling concreet maakt. En het is moeilijk te ontkrachten.

Het kan ook wél waar zijn

Maar helaas: die checklist werkt niet om broodjeaapverhalen te lokaliseren. Burger was van plan „de formule van het broodjeaapverhaal te kraken”, toen hij met zijn promotieonderzoek begon. „Maar ik zag in dat dat niet mogelijk was. Een ideaal verhaal, zoals veel broodjeaapverhalen zijn, kan namelijk ook wél waar zijn.”

Neem het verhaal van asielzoeker Mauro. Voor de tegenstanders van het strenge asielbeleid was het ideaal: „Met die jongen werd een algemeen probleem concreet. Hij spreekt goed Nederlands en zit op voetbal, en zo iemand wordt dan uitgezet. Niemand twijfelt eraan dat zijn verhaal waar is, maar het ging fungeren als voorbeeld van kwalijk beleid.”

En daarmee vertelt het vooral een verhaal dat sommigen goed uitkomt. Zo werkt ook het verhaal over de ‘biefstukvrouw’ – de inmiddels veelbesproken anekdote over een vrouw die haar uitkering kwijtraakte doordat justitie via haar bonuskaartgegevens zag dat ze veel biefstuk kocht. „Het speelt in op onze zorgen over technologie. Het is alledaags, iedereen heeft die bonuskaart. Het is iets kleins met grote gevolgen.”

Maar is het een broodje aap? Misschien zullen we het nooit weten – of nooit onthouden. „Verhalen zijn sterker dan statistieken, daar kun je moeilijk tegenop. Het enige probate middel is degene die het verhaal vertelt zwartmaken. Maar voor de producenten van inktvisringetjes zal het nog moeilijk zijn van de geruchten over de varkensanus af te komen.”