Cocktail van vrees tast valuta’s aan

Duwt Argentinië de andere opkomende markten naar beneden, of is het andersom? Niemand die het precies kan vertellen. Maar feit is dat de verliezen die sinds donderdag worden geleden op de valuta van opkomende economieën doorzetten. Wereldwijd sloten de beurzen gisteren in de min.

In Argentinië kwam er gisteren iets meer duidelijkheid over de mate waarin huishoudens Amerikaanse dollars mogen kopen. De waarde van de peso is sinds vrijdag zo’n 20 procent gedaald, nadat de overheid had bekendgemaakt dat het niet langer verboden is om dollars te kopen. Door deze versoepeling hoopt de overheid de officiële en de zwarte markt, die voor een torenhoge inflatie zorgde, meer op één lijn te krijgen.

De onrust in Argentinië viel ongeveer samen met een bericht uit China dat beleggers negatief verraste: de industriële productie is deze maand voor het eerst in een half jaar gekrompen. Dit werd gekoppeld aan ander ongunstig nieuws uit China: de economische groei is vorig jaar blijven steken op 7,7 procent. Ook werd enkele weken geleden duidelijk dat lokale overheden zich in grotere schulden hebben gestoken om de vooruitgang te blijven financieren dan eerder werd gedacht. Daar komt nog bij dat de Chinese overheid slecht zicht heeft op een groot deel van deze schulden, omdat die door tussenkomst van schaduwbanken zijn gefinancierd.

Vooral het schuldenprobleem voedt de gedachte dat opkomende economieën niet voor eeuwig prachtige cijfers kunnen blijven produceren. Dat is immers niet af te doen als een tijdelijke tegenvaller.

Een andere bron voor zorgen over de opkomende markten is het besluit van de Federal Reserve om het steunprogramma voor de Amerikaanse economie af te bouwen. Een gevolg hiervan is dat het aantrekkelijker wordt om te beleggen in Amerikaanse staatsobligaties, waardoor beleggers kapitaal terugtrekken uit opkomende economieën als India en Indonesië.

Dat maakt die landen, die tijdens de financiële crisis in het Westen hebben geprofiteerd van beleggers die op zoek waren naar rendement, opnieuw kwetsbaar. Volgens Alexandre Tombini, gouverneur van de centrale bank van Brazilië, werkt de stijgende langetermijnrente in ontwikkelde economieën zoals Amerika als een „stofzuiger”, die geld uit de opkomende landen opzuigt.

Het zijn dus ontwikkelingen in de twee grootste economieën van de wereld, Amerika en China, die de basis vormen voor de stress in de opkomende markten. Daar komt bij dat veel van die markten nu ook hun eigen problemen hebben.

Turkije staat bovenaan de lijst. De lira bereikte gisteren even zijn laagste koers ten opzichte van de dollar ooit. Dat noopte de centrale bank om een noodvergadering in te gelasten, die vanavond zal plaatsvinden en waar vermoedelijk tot een renteverhoging wordt besloten. Premier Erdogan is daar tegen. Het vermoeden bestaat dat de centrale bank hierom eerder van een renteverhoging heeft afgezien. Beleggers keken toch al met zorgen naar Turkije, vanwege een groot corruptieschandaal waarin ook Erdogans zoon genoemd wordt.

In Zuid-Afrika, de grootste economie van het continent, staken de mijnwerkers van de drie grootste platinadelvers ter wereld, waardoor de halve wereldproductie van het edelmetaal stil is komen te liggen. In Thailand en Oekraïne drukken opstanden van de bevolking op de economie.

Al deze dingen komen nu dus bij elkaar, en dat leidt bij beleggers tot een soort cocktail van vrees voor opkomende markten. Volgens de Braziliaanse gouverneur Tombini zit er niets anders op dan dat de centrale banken van deze landen de rente verhogen, om zo te voorkomen dat de inflatie te ver stijgt. India nam dat besluit vanmorgen al. Daar werd de rente voor de derde keer in een half jaar verhoogd.