Brussel wil Poetin in duidelijke taal toespreken over Oekraïne

Een demonstrant tegen de regering bij een barricade in Kiev. Een EU-diplomaat hoopt dat de rust snel terugkomt, zodat er weer een politiek proces op gang kan komen. Foto Reuters

Kort, maar pittig belooft het bezoek te worden dat de Russische president Vladimir Poetin vandaag aan Brussel brengt. Door de escalatie van de onrust in Oekraïne staat de relatie van de Europese Unie met Rusland op scherp. De eerder geplande tweedaagse top werd teruggeschaald tot een minitop zonder diner.

EU-leiders willen volgens ingewijden „een strategische en fundamentele discussie over de relatie met Rusland” voeren. „Het gevoel is dat er behoefte is aan duidelijke taal.” Brussel hekelt de zware Russische druk waardoor Oekraïne in november afzag van een handelsakkoord met de EU.

Volgens Michael Emerson van de Brusselse denktank CEPS is er meer nodig, wil Europa écht stabiliteit aan de buitengrenzen bereiken. In een in Brusselse kringen veelbesproken essay hekelt hij het Europese onvermogen om een vuist te maken. „Rusland mag de boel dan gesloopt hebben, de EU heeft dat mogelijk gemaakt.”

De EU, zegt hij desgevraagd, heeft fouten gemaakt. Oekraïne kon, als het zou hervormen, weliswaar een handelsakkoord tegemoet zien. Maar dat was het dan: EU-lidmaatschap werd niet in het vooruitzicht gesteld. Dat was niet bespreekbaar, gezien de ‘uitbreidingsmoeheid’ bij kiezers. Begrijpelijk, maar politiek-strategisch gezien een „misrekening”, aldus Emerson. Rusland bood Oekraïne wat Europa niet kon of wilde bieden: lagere gasprijzen en een miljardenlening.

Waarom is uitzicht op lidmaatschap zo cruciaal? Volgens Emerson is het dé motiverende kracht: kijk maar naar de ontwikkeling van voormalige Oostbloklanden als Polen binnen de EU. Zoals historica en Oost-Europakenner Anne Applebaum het verwoordt op Twitter: „Polen en Oekraïne hadden in 1990 hetzelfde inkomen per hoofd van de bevolking. Dat van Polen is nu drie keer zo hoog. Democratie, Europa, best wel nuttig bij nader inzien?”

Diplomaten in Brussel reageren geprikkeld op Emersons analyse. „We hebben de Oekraïners een extreem goede deal aangeboden”, zegt een van hen. „Ze zouden van hun kant lange overgangsperiodes krijgen, tot wel vijftien jaar voor hun auto-industrie. Wat kun je meer doen? Moeten we een land gaan betalen voor nauwere relaties? Kolder.” Een ander: „De Oekraïners waren er zelf bij. Als er een probleem was, hadden ze dat eerder moeten aangeven.”

Tegelijkertijd groeit de irritatie over de rol van Rusland. Ook de EU zelf wordt gepest. Zo’n tachtig Europese producten worden om sanitaire redenen, die alleen Moskou zelf kent, geweerd door Rusland.

Waagt de EU zich aan een geopolitiek steekspel met Rusland? Vooralsnog overheerst pragmatisme: de EU wil de brand in Oekraïne zo snel mogelijk blussen. José Manuel Barroso, de voorzitter van de Europese Commissie, zei vorige week dat gezien de doden in Kiev nu ook sancties tegen de regering van president Janoekovitsj in beeld komen. Deze week werd duidelijk dat alleen Litouwen hier echt voor is. Een overgrote meerderheid van landen vindt dat de nadruk moet liggen op deëscalatie van het geweld, ongeacht wie er in Kiev aan de macht is.

„De kalmte moet terugkeren, zodat er een politiek proces op gang kan komen”, zegt een EU-diplomaat. Poetin zal vandaag gevraagd worden hieraan een constructieve bijdrage te leveren. In duidelijke taal. Maar Rusland blijft belangrijk. „Ik zou het geen harde taal willen noemen”, zegt een diplomaat.