Alleen aanbellen waar je kans hebt op een stem

Alle politieke afdelingen in vierhonderd Nederlandse gemeenten stellen zich dezelfde vraag. In welke buurten zullen we campagne voeren? Er is maar beperkt budget, een beperkt korps vrijwilligers, en de verkiezingen van 19 maart naderen snel. Partijen moeten dus kiezen, waar te flyeren, in welke straten de rozen uit te delen, bij welk winkelcentrum op die zeepkist te staan.

Tot dusver maakten partijen die keuzes altijd op basis van een mix van boerenverstand en stembureau-uitslagen. VVD: in de rijke buurten. CDA: in de straten met veel gezinnen. GroenLinks: in autoloze hofjes vol bakfietsen. Partijen sloegen slecht scorende buurten vaak integraal over: jammer voor het handjevol kiezers aldaar, het kostte te veel moeite hen te vinden.

Dat behoort binnenkort tot het verleden. Er is een nieuw informatiemodel beschikbaar, gebaseerd op postcodes. Het is dertig keer zo verfijnd als informatie gebaseerd op de stembureau-uitslag. Partijen kunnen zien in welke straten hun kiezerspotentieel woont. Ze zien waar aanbellen nut heeft – ook in de buurten die ze voorheen oversloegen. Enkele tientallen partijafdelingen gebruiken het model deze campagne. Samen jagen zij op de stem van 2,7 miljoen kiesgerechtigden.

Het model is het werk van één man. Joost Smits. Bestuurskundige, softwareontwikkelaar, oud-deelraadslid voor de VVD in Rotterdam, veertiger achter een laptop. Smits bracht na de Tweede Kamerverkiezingen van 2010 – in samenwerking met NRC Handelsblad – al de verkiezingsuitslag per stembureau in kaart voor heel Nederland. Plots kregen partijen een nationaal beeld van hun score per buurt. Smits herhaalde dit werk na de Kamerverkiezingen van 2012. En voor Rotterdam bracht hij de uitslagen per stembureau in kaart voor de periode van 1998 tot en met 2010.

Zo kwam Smits tot een ontdekking. De uitslagen per buurt waren stabiel. Er waren buurten waar, zeg, D66 steevast goed scoorde – verkiezing na verkiezing. Hetzelfde ging op voor de andere partijen: in stembureaus waar de SP het relatief goed deed in tijden van verkiezingswinst, deed de partij het ook relatief goed in tijden van verlies. De kiezer mocht op drift zijn, aldus Smits, „maar op buurtniveau zag ik dat helemaal niet terug”.

Kennelijk was er een stabiel verband tussen stemgedrag en het profiel van een buurt. Kortom, redeneerde Smits, wie het dna van een buurt minutieus in kaart brengt, zou kunnen doordringen tot het dna van het electoraat zelf.

Wat maakt een PvdA-buurt precies tot een PvdA-buurt, vroeg hij zich dus af. Welke variabelen zijn bepalend? Smits – een ervaren softwareontwikkelaar – bouwde een statistisch rekenprogramma om die variabelen te achterhalen. Hij legde bestanden aan vol demografische data van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) – data gebaseerd op postcodegebieden. Inkomen, percentage eenpersoonshuishoudens, percentage niet-westerse allochtonen, huishoudens met kinderen. Dat ‘postcodeprofiel’ koppelde Smits aan de score van partijen in de stembureaus – eerst in Rotterdam, daarna in een handvol andere gemeenten. En vervolgens liet hij zijn computerprogramma uitrekenen welke variabelen per partij significant samenhingen met het stemgedrag, en welke variabelen juist niet. Het resultaat: een ‘mandje’ aan factoren die bepalend zijn voor een stem op één partij.

In gewone mensentaal: Smits kan bij benadering zien wat een PvdA-kiezer tot een PvdA-kiezer maakt. Zo blijkt een goede PvdA-score in Amsterdam vooral samen te hangen met de aanwezigheid van niet-westerse allochtonen, maar ook met een oververtegenwoordiging van 45- tot 65-jarigen, mensen van 75 en ouder, en van eenpersoonshuishoudens. Op dezelfde wijze produceerde zijn rekenprogramma mandjes voor GroenLinks in Den Haag (buurten met veel 25- tot 45-jarigen en eenpersoonshuishoudens) en de SP in Apeldoorn (buurten met laag inkomen, veel niet-westerse allochtonen, 25- tot 65-jarigen). Toeval is zo goed als uitgesloten: de statistische betrouwbaarheid van het verband tussen ‘mandje’ en werkelijke stembusuitslag overstijgt de 80 procent. Zoals Smits het bescheiden uitdrukt: „Over een hele stad genomen kan ik een uitspraak doen die redelijk betrouwbaar is.”

Smits zoomt ook in op buurten waar partijen slecht scoren. Zoals gezegd: ook daar zit soms een clubje kiezers. „Ik probeer te achterhalen waar zij naar alle waarschijnlijkheid zitten. Welk postcodeprofiel in die ‘slechte’ buurt wél overeenstemt met die partij.”

Omdat deze kiezersprofielen zijn gebaseerd op postcodes, kan Smits er adreslijsten van maken. Per postcode wonen in Nederland gemiddeld slechts 40 mensen, dus Smits’ informatie gaat over straathelften, over de oneven nummers 1 tot en met 27 in de Wilhelminalaan.

Die adreslijsten verkoopt Smits aan lokale partijafdelingen – een compleet pakket kost 1.500 euro. Hij werkt samen met de Politieke Academie, een stichting die politieke partijen ondersteunt – in dit geval bij het inrichten van de campagne op basis van Smits’ lijsten. Voorzitter van de Politieke Academie Frank van Dalen, tevens oud-raadslid voor de VVD in Amsterdam: „Het is Joost Smits gelukt de heilige graal te vinden. De feedback van partijen is positief. Hij blijkt buurten waar hij nooit is geweest vaak beter te doorgronden dan de campagneleiders in die gemeente zelf.”

Van Dalen zelf kent Amsterdam goed, en toch staarde hij onlangs verbaasd naar een kaart van Smits met de verdeling van het CDA-kiezersprofiel over Amsterdam. „Ik zag een CDA-enclave in Amsterdam-Zuidoost. Dat snapte ik niet. CDA in de Bijlmer? Ik reed erheen, en ja hoor: ver in Zuidoost trof ik een paar keurige wijkjes, met laagbouw. Nette straatjes, gezinnetjes. Dat stond totaal niet op mijn netvlies.”

Partijen kunnen meer kaarten kopen van Smits en de Politieke Academie. Kaarten over de concurrent: welk kiezersprofiel lijkt het meest op het eigen? Smits: „De VVD denkt vaak dat de PVV een rivaal is. Dat zie ik niet terug. Wel CDA en D66.” Ook bestelbaar: een kaart van het kiezersprofiel van een partij, opgedeeld in blokken van 500 bij 500 meter. „Met die kaart kunnen partijen in één oogopslag zien, waar ze moeten zijn,en waar niet. Een soort vingerafdruk van de gemeente.” Van Dalen: „Partijen zijn door dit soort informatie letterlijk straten gaan wegstrepen. Andere straten voegen ze voor het eerst toe. Ze komen erachter: de vorige campagneplannen zaten vol blinde vlekken.”