Zo vaak dezelfde elf, en toch gaat het steeds mis

ADO-verdediger Tom Beugelsdijk troeft Feyenoord-spitsGraziano Pellè af in een kopduel. Beugelsdijk maakte in de eerste helft met een kopbal de 1-0 voor ADO Den Haag. Foto Jiri Buller

Toen duidelijk werd dat middenvelder Kelvin Leerdam zijn contract niet wilde verlengen, eind oktober 2012, ontstond het basiselftal van Feyenoord dat nog steeds dienst doet. Tonny Vilhena verving Leerdam en afgezien van blessures, schorsingen of vormverlies kiest trainer Ronald Koeman bijna vijftien maanden later nog voor dezelfde elf spelers.

Geen van de andere topploegen in de eredivisie is al zo lang bij elkaar. Vijftien maanden geleden speelde Ajax nog met Toby Alderweireld, Ryan Babel en Christian Eriksen. Bij Vitesse deed toenmalig trainer Fred Rutten een beroep op Tomás Kalas, Marco van Ginkel, Wilfried Bony, Gaël Kakuta en Jonathan Reis. Voor FC Twente kwamen Nikolai Mihailov, Edson Braafheid, Douglas en Nacer Chadli in het veld. De constante formatie kan voor Feyenoord alleen maar worden uitgelegd als een voordeel: de spelers zijn op elkaar ingespeeld en het elftal moet inmiddels toch precies weten wat de trainer verlangt.

Op goede dagen, zoals vorige week bij FC Utrecht, komt dat er ook uit. In een galavoorstelling won Feyenoord met 5-2 en de Rotterdammers onderstreepten hun kampioensambities. Maar hoe kan het dan dat diezelfde ploeg, met als enige wijziging John Goossens voor de geschorste Vilhena, afgelopen zaterdag zo slap begon bij de nummer laatst in de eredivisie, ADO Den Haag? Na een 2-0 achterstand bij rust kwam de ploeg van Koeman terug tot 2-2, om uiteindelijk met 3-2 te verliezen. Voor ADO scoorden Tom Beugelsdijk, Danny Bakker en Roland Alberg. Jordy Clasie en Graziano Pellè deden wat terug.

Koeman weet het onderhand ook niet meer. Hij had zijn elftal nog zó gewaarschuwd, zei hij na afloop van de wedstrijd. ADO zou Feyenoord naar verwachting met veel agressie tegemoet treden. „We wisten het van tevoren, en toch konden wij dat niet bespelen”, zei de trainer.

In Den Haag kwamen voor Feyenoord twee problemen aan het licht die de ploeg al anderhalf jaar tarten. Ten eerste is het verschil tussen thuis- en uitduels onacceptabel voor een club die de landstitel ambieert. Net als vorig seizoen verliest Feyenoord precies evenveel uitwedstrijden als het er wint. En ten tweede komt Feyenoord zelden terug als het achterstaat. Dit seizoen kwam het elftal van Koeman in precies de helft van de wedstrijden, dertien van de 26, op achterstand. Slechts twee keer wist de ploeg alsnog te winnen. Vorig seizoen was dat drie keer in de achttien duels waarin Feyenoord op achterstand kwam.

Geconfronteerd met deze statistieken gaf Koeman op de persconferentie na afloop van de wedstrijd tegen ADO een veelzeggend antwoord op de vraag hoe het komt dat zijn ploeg soms zo inzakt. Is het een mentaliteitskwestie? „Misschien is het wel gewoon kwaliteit”, aldus Koeman.

Inderdaad kun je de cijfers op twee manieren interpreteren. Óf het elftal is goed genoeg voor de titel, maar is mentaal zwak. Óf het elftal is überhaupt niet goed genoeg voor het landskampioenschap. In dat geval is zeven punten achterstand op Ajax, na twintig competitieduels, zo onaardig nog niet.

Sinds het moment waarop het bestaande Feyenoord-elftal ontstond, haalde de club slechts twee nieuwe spelers: de Zweedse aanvaller Samuel Armenteros wordt gehuurd van Anderlecht en middenvelder Otman Bakkal kwam transfervrij over van Dinamo Moskou. Geen van beiden maakt indruk. Feyenoord zal het moeten doen met zijn vaste elf spelers, van wie er zeven voortkomen uit de eigen opleiding.

Van hen beleven Vilhena en linksbuiten Jean-Paul Boëtius de onvermijdelijke terugval na een goed eerste jaar. En de vier routiniers die de eigen jeugd ondersteunen, hebben niet allemaal meerwaarde. De kwaliteiten van Pellè zijn bekend en achterin is Joris Mathijsen een betrouwbare speler. Maar voor middenvelder Lex Immers en rechtsbuiten Ruben Schaken moet Feyenoord misschien iets anders verzinnen.

Technisch directeur Martin van Geel valt te prijzen voor zijn behoudende aan- en verloopbeleid, precies wat de club nodig heeft om er financieel weer bovenop te komen. Maar doet Koeman er goed aan om zijn contract te verlengen? Als de periodieke slapte van zijn elftal een mentaliteitskwestie is, lijkt Koeman niet meer in staat om zijn spelers te raken met motiverende woorden. En als het kwaliteitsgebrek is, moet hij zich afvragen of hij nóg een jaar vlak onder de echte top wil spelen. Ook komende zomer zal Feyenoord immers geen miljoenen spenderen aan nieuwe spelers.

Of Feyenoord moet een van zijn talenten verkopen. Wie daar het meest voor in aanmerking komt, is de 22-jarige middenvelder Jordy Clasie. Wekelijks toont hij aan dat hij een van de beste spelers van de eredivisie is. De miljoenen die hij zou opleveren, kan Feyenoord besteden aan enkele gerichte versterkingen. Op koopjesjacht dus – en misschien kan Koeman, als hij toch blijft, dan nog één keer boetseren aan een kampioenskandidaat.