Wij betalen nooit iets aan het buitenland!

Nederlandse bankrekeningnummers bestaan straks met IBAN uit 18 tekens. Illustratie Martien ter Veen

Penningmeester Harry Knoors van scoutingvereniging Leif Erikson wordt er hondsmoe van. Vanaf 1 februari krijgt iedereen in Nederland een nieuw, internationaal bankrekeningnummer (IBAN). Betalingen naar andere Europese landen moeten daardoor gemakkelijker en goedkoper worden.

Maar Knoors heeft er vooral last van. Al weken is hij bezig zijn vereniging ‘IBAN-proof’ te maken. De contributie die de honderdvijftig leden elk kwartaal betalen, wordt via automatische incasso’s geïnd. Maar als de rekeningnummers straks niet meer kloppen, komt er geen geld meer binnen. Al dit omzetwerk moet hij ’s avonds doen. En in de weekenden. Want doordeweeks moet hij gewoon werken.

Knoors moet bovendien zijn hele incassosysteem omgooien. In het oude systeem kan hij geen rekeningnummers invoeren van meer dan tien cijfers. De Nederlandse IBAN-codes hebben 18 tekens: een combinatie van letters en cijfers. Knoors moet daar nieuwe software voor kopen. En hopen dat hij zijn hele ledenadministratie en boekhouding in één keer kan overhevelen. „Daar ga ik maar van uit…”

„Wij hebben helemaal geen belang bij een IBAN-nummer. Wij hebben nog nooit één grensoverschrijdende betaling gedaan. Maar we worden wel gedwongen extra kosten te maken, omdat de automatische incasso moet worden aangepast. Softwarebedrijven verdienen hier veel geld aan, terwijl verenigingen en stichtingen toch al moeite hebben om het hoofd boven water te houden.” De plaatselijke modeltreinvereniging huurt elke vrijdag een deel van het scoutingpand. Zo wordt er toch nog wat geld verdiend.

Knoors staat niet alleen in zijn frustratie. Met hem zijn er nog 20.000 à 60.000 kleine en middelgrote organisaties die de deadline van 1 februari niet gaan halen, schat De Nederlandsche Bank (DNB), die in Nederland verantwoordelijk is voor de overgang op IBAN. Het betreft sportclubs, cafés, restaurants, winkeliers, éénpitters, verenigingen, stichtingen. Volgens DNB zijn veel van die organisaties te laat begonnen met de overstap. Eerder deze maand werd bekend dat Europese Commissie die deadline wil verschuiven naar 1 augustus. Nederlandse banken zullen zo veel mogelijk 1 februari als deadline aanhouden, maar betalingen en incasso’s op basis van oude nummers moeten tot 1 augustus door de banken worden afgehandeld.

Nederland lijkt wel klaar voor IBAN

De problemen zitten bij een minderheid van alle kleine en middelgrote organisaties: 5 procent op 1,2 miljoen. Het merendeel van alle organisaties, inclusief de grote internationale ondernemingen, is al klaar voor de IBAN-overstap, zo blijkt uit cijfers van DNB. De centrale bank maakt zich dan ook niet al te veel zorgen.

Maar tegelijk verloopt de overgang ook daar verre van vlekkeloos. Vorige week bleek uit cijfers van DNB dat Nederlandse bedrijven de laatste maanden veel meer automatische incasso’s zien mislukken, door IBAN. In Nederland mislukt normaal 2 procent van de incasso’s. Nu is dat anderhalf keer zoveel: 3 procent.

Het ging hier onder meer om energiebedrijven, verzekeraars en telefoonmaatschappijen. De mislukte betalingen leidden bij hen tot hoge kosten. De bedrijven moesten acceptgiro’s sturen om de klanten te verzoeken alsnog het geld over te maken, dat toen veel later binnenkwam.

Maar sommige andere Europese landen staan er nog veel slechter voor. Daarom stelde Europees Commissaris Michel Barnier (interne markt) een overgangsregeling voor, voor bedrijven die nog niet klaar zijn.

Het Nationaal Forum SEPA-Migratie, dat namens DNB de invoering van IBAN begeleidt, zei dat Barnier vooral ondernemingen en organisaties in andere Europese landen op het oog had, waar de overgang – anders dan in Nederland – veel minder ver gevorderd was. In december werd 80 procent van de overschrijvingen met IBAN-nummers gedaan en 50 procent van de incasso’s. Maar ook hier hebben banken niet voor niets aangegeven dat zij het voorstel volgen.

Knoors begrijpt wel waarom veel kleinere organisaties nog niet klaar zijn. Het is te gemakkelijk om te zeggen dat die hebben zitten lanterfanten. Voetbalclubs, schaakverenigingen, die hebben nu eenmaal niet de middelen om hele afdelingen fulltime op de overgang te zetten.

Knoors moet het alleen doen. En hij is geen professional. „Ik moet soms mijn zoon vragen om me te helpen. Dan moet er weer een vinkje uit dat ik aan heb staan, of andersom.” De overgangsregeling geeft hem iets meer tijd om alle nummers te veranderen en zijn incasso- en boekhoudsysteem te wijzigen. Maar ook de komende weken zal hij nog menige avond of zaterdag bezig zijn. En nu maar hopen dat straks, als het is overgezet, alles goed gaat.

Het grote moment van de waarheid is uitgesteld. Maar het komt hoe dan ook.