Turkse knoop is veel groter dan Erdogan alleen

illustratie petar pismestrovic

Turkije is in de greep van een conservatief-religieuze politieke koers die premier Erdogan op een steeds autoritairdere manier probeert af te dwingen. Daar komen sinds enkele weken de onthullingen bij over sjoemelende ministers, hun frauderende zonen en de titanenstrijd tussen de aanhangers van de islamitische Turkse prediker Fethullah Gülen en de regende AK-partij. Deze krant drukte bij een achtergrondartikel over de hoogst brandbare cocktail van ontwikkelingen de beeltenis af van de premier. Je zou het kunnen afdoen als saaie (foto)journalistiek. Toch knaagt het, niet alleen in journalistieke zin. Erdogan drukt weliswaar een belangrijk stempel op de ontwikkelingen in Turkije, maar hij is niet de enige en hij staat bovendien in een politieke traditie. Als de premier morgen onder de tram komt, zegevieren verdraagzaamheid en vrijzinnigheid heus niet plotsklaps in Turkije.

De moderne Turkse geschiedenis laat zien dat wie de meerderheid van de stemmen behaalt bij verkiezingen het voor het zeggen heeft. Niet alleen de religieus-conservatieven verenigd in de AK-partij van Erdogan, maar ook de zogeheten sociaal-democraten en andere links-nationalistische partijen hebben nog niet besloten dat het land van een ieder is – ongeacht etnische afkomst, religieuze overtuiging, levensstijl en seksuele geaardheid. Dat is een van de redenen waarom demonstranten van een nieuwe, stedelijke generatie in het Gezipark en op het Taksimplein in hartje Istanbul demonstreerden voor een samenleving waarin ruimte is voor verscheidenheid en vrijheid van geest. Hun oproep reikte verder dan de AK-partij en Erdogan.

Jarenlang trok de religieus-conservatieve regering, die sinds 2002 aan de macht is, gezamenlijk op met de Gülenisten, aanhangers van de islamitische prediker Gülen die in zelfgekozen ballingschap in de VS leeft. De beweging kent wereldwijd miljoenen volgelingen. Geholpen door een netwerk van scholen, ngo’s, bedrijven en media nestelen steeds meer Gülenisten zich in het Turkse overheidsbestuur, de politie en de rechterlijke macht. Nu hun belangrijkste gezamenlijke vijand, het Turkse leger dat zich als de waakhond opstelde van het seculiere Turkije, met beider inzet onder het gezag van de politiek is gebracht, is de liefde tussen de islamitische bondgenoten bekoeld. Dat is de achtergrond, zo wordt algemeen betoogd, dat juist nu door openbare aanklagers van Gülen-huize die grootscheepse corruptieschandalen worden aangepakt. De gemeenteraadsverkiezingen in maart zijn immers een belangrijke graadmeter voor de populariteit van de AK-partij.

De Gülenbeweging heeft een ander idee van het nieuwe, islamitische Turkije dan de AK-partij. Zij hecht aan de Turkse nationale identiteit en keurt bijvoorbeeld de besprekingen tussen de regerende AK-partij en de Koerdische PKK af. Maar bovenal komt de AK-partij uit een andere islamitische traditie dan Gülen. De eerste wordt gezien als opvolger van de meer politiek georiënteerde Turkse islam (Milli Görüs – het nationale gezicht). Erdogan hecht aan de band met andere sunni-moslims. Hij zoekt aansluiting met de universele islam en de mondiale gemeenschap van moslims, de umma. De Gülenisten stammen uit de Turkse soefi-traditie, de meer spirituele islam. Ze kijken neer op Arabieren die in hun ogen weinig op hebben met de verworvenheden van de moderne wetenschap en de verenigbaarheid hiermee met de islam. In tegenstelling tot de AK-partij houden de Gülenisten zich officieel verre van politiek. Ze verenigen zich noch maken deel uit van politieke organisaties en partijen. De prediker Gülen poogt via eigen scholen een nieuwe generatie van goedopgeleide, devote moslims te kweken, die tegelijk in de Turkse traditie staan. De ‘gouden’ generatie, van mannen wel te verstaan, die op schakelposities in de samenleving de harten en hoofden van de massa rijp moet maken voor de islamitische levensvisie van de Gülenbeweging. Officieel is dat nog steeds de marsroute. In de praktijk is de beweging door de verlammende politieke polarisatie in Turkije de politieke arena ingetrokken. Dat gebeurt onder de radar omdat het voor vrijwel elke politieke analist of onderzoeker onmogelijk is om echt greep te krijgen op de ondoorzichtige kluwen van netwerken die de Gülenbeweging vormt. Maar onmiskenbaar valt uit de stroom publicaties over de infiltratie van Gülenisten in het ambtenarenkorps, de politie en de rechterlijke macht af te leiden dat de controle over het Turkse staatsapparaat dé inzet is van de strijd tussen Erdogan en de Gülenbeweging. In Turkije is de staat op vrijwel alle terreinen voelbaar en vallen politieke partijen die lang aan de macht zijn vrijwel samen met de staat, devlet. In het sterk centralistisch georganiseerde Turkije is dat een begrip dat meer omvat dan in West-Europa. De staat beschikt over aanzienlijke macht en bevoegdheden, zonder de gebruikelijke checks and balances in een democratie.

Erdogan en zijn AK-partij zijn via verkiezingen aan de macht gekomen en kunnen door de kiezer ter verantwoording worden geroepen voor hun daden. Maar hoe controleer je als Turkse stemgerechtigde een beweging die haar orders krijgt van een prediker in het buitenland? Een beweging die met een eigen islamitische agenda mee wil beslissen over de toekomstige inrichting van het land zonder daarvoor politiek verantwoording af te leggen. Laat de foto van Erdogan als eenzame illustratie van de met elkaar verknoopte ontwikkelingen in Turkije in het beeldarchief. Het land verdient een groepsportret.