Column

Simone Aanvalstactieken

Omdat herkenning nu eenmaal de meest primaire motor van ontroering is, werd ik dit weekend gegrepen door de fotoserie van de 11-jarige Timon en zijn legerspel, vastgelegd door Peter de Krom, die gisteravond de Zilveren Camera in de categorie ‘Binnenland Documentair’ won.

De foto’s van Timon wierpen me jaren terug, toen ik iedere woensdagmiddag direct vanuit school naar de legerdump op het industrieterrein aan de rand van Leiden ging. Het rook er naar leer en aarde, een dichte lucht die alles van buiten verdreef. Ik kocht een nieuwe veldfles (en dacht de soldaat nog te kunnen proeven), zocht een pet met gevoerde oorflappen voor de winter (die ik nooit zou dragen, omdat mijn obsessies jeugdig waren: manisch krachtig, maar kort) of nam nieuwe veters mee voor mijn kistjes (een paar maten te groot, gemaakt voor mannenvoeten).

Timon draagt geen kisten, maar schoenen waar je beter op kunt rennen. Met een geweer in de hand jaagt hij op vriendjes die deze middag tot vijand zijn bestempeld. De camouflagekleding die hij draagt, maakt hem in de bebouwde kom een opvallende verschijning.

Het avontuur moet Timon uit zijn hoofd halen. Onder het kleuterklimrek op de speelplaats ligt een rubbermat voor zachte landing en de knikkerpotjes zijn keurig symmetrisch gelegde kuiltjes, om de zoveel stenen één. Van de bouwput in zijn straat heeft Timon een oorlogsgebied gemaakt. In de richel tussen twee aan te leggen straten ligt een vriendje gesneuveld in het zand, het geweer als grafsteen, een helm over de kolf.

De hele serie van Peter de Krom is op nrc.nl te zien en daar floreert de corrigerende vinger: ‘Eng, raar ook dat ouders dit toestaan’. ‘Loko-loko’, schrijft iemand en: ‘daar zit een steekje los’. Als gemakzuchtige oordelen in kogels konden worden omgezet, had Nederland een heel dodelijk leger.

Timon heeft een zelfgemaakt arsenaal van twintig wapens, gebaseerd op echte modellen. Het verschil tussen een Bazooka en een Walter P22 zie ik niet. Ik had wel een kogel om mijn nek, maar geen wapens. Er waren geen vriendjes om op te vuren en vijanden waar je niets om geeft zijn je munitie niet waard.

Het schijnt dat Timon steeds minder bondgenoten overhoudt die meegaan in zijn spel. Zijn leeftijdgenootjes haken af waar het serieus wordt. Gelukkig kan hij van aanvalstactieken altijd nog overstappen op verdedigingsstrategieën. Zo was ik van al mijn attributen uit de dump het meest dol op mijn torpedo-oordopjes. Ze zaten in een rood, rond doosje met een kogelkettinkje eraan om ze niet kwijt te raken. De vleeskleurige dopjes voelden een beetje vettig, waardoor je gemakkelijk kon fantaseren dat ze tweedehands waren. Deed je ze in dan hoorde je niemand. Het zogenaamde oorsmeer van een soldaat hield de echte wereld vredig ver weg.