Savall adembenemend met 17de-eeuwse barokmuziek

Je kunt een beetje nostalgisch worden bij een dansant programma dat ‘de feestelijke geboorte van het orkest’ viert, zoals Jordi Savall doet met zijn Le concert des nations. In de ZaterdagMatinee liet de kosmopolitische barokclub met 17de-eeuwse muziek horen wat in de latere orkestcultuur grotendeels verloren zou gaan: enige ruimte voor improvisatie en bezetting naar eigen inzicht, een instrumentarium met ruwe randjes.

Bovendien lijkt de bescheiden vaderlijke Catalaan Savall in niets op de moderne maestro. In danssuites van Preatorius en William Brade sloeg hij de maat met zijn strijkstok. In Brades Ein Schottisch Tanz liet hij zijn kleine gamba smaakvol schmieren als een fiddle, begeleid door doedelzaknoten van theorbe en cello. Savall benadrukte het hoofse karakter van de voor koning en gegoede burgerij geschreven muziek, met evenwichtige flow en een aardse klank. Zo bleef hij ver van de recordtempi van lichtzinnige barokorkestjes. Dat Lully en Purcell zelfs in hun koninklijke werken zeer dicht tegen de eenvoudiger volksmuziek aanleunden, kan leerzaam blijven voor huidige componistengeneraties.

Neem Purcells A bird’s prelude uit The fairy queen: meer dan twee zachte fluiten en een herhalend basloopje waren niet nodig om het uitverkochte Concertgebouw de adem te benemen.

Floris Don