Liefde als bij Tristan, Isolde

Wie de gelijknamige en met drie Oscars bekroonde film van Ang Lee zag, denkt: natuurlijk. Brokeback Mountain is bij uitstek een verhaal voor een opera. Hoofdthema: een onmogelijke, grote liefde. Daarbij: rauwe emoties. Wat geweld. Een tragische dood. En een tot de verbeelding sprekende couleur locale; het onherbergzame berglandschap van de Amerikaanse staat Wyoming.

,,In Brokeback Mountain is liefde gewoon liefde, ” zegt intendant Gérard Mortier in een toelichtende tekst. ,,Daarom heb ik deze opera kort na Wagners Tristan und Isolde geprogrammeerd. Tristan, Isolde, Ennis en Jack - allen zijn bereid te sterven voor hun grote liefde. Wat de omgeving ook van hun liefde vindt.”

Het Teatro Real in Madrid is een middengroot operatheater (1600 stoelen) met een afwisselende en vooruitstrevende programmering. Het affiche van Brokeback Mountain hangt naast die voor Alceste en, inderdaad, Tristan und Isolde. Maar de internationale aandacht lijkt het huis te overvallen. Componist Charles Wuorinen en schrijfster Annie Proulx, beiden Pultizer Prijs-winnaars en kwieke late zeventigers, worden door pr-dames nerveus door het theater gejaagd op weg naar het zoveelste tv-interview of satellietgesprek. „Isn’t this fun!”, joelt Proulx – slobbertrui, paarse nagels - met een sarcasme dat door de Spanjaarden niet wordt opgepikt.

Tussen Wuorinen en Proulx – beiden hebben de reputatie “lastig” te zijn – verliep de samenwerking aan de operaversie van Brokeback Mountain naar eigen zeggen „opmerkelijk rimpelloos”. Eerder, toen er voor het eerst sprake was van een verfilming van Proulx gelijknamige korte verhaal (gepubliceerd in The New Yorker, 1997), lag dat anders. „Ik was niet in een verfilming geïnteresseerd omdat ik vreesde dat het iets afschuwelijks oppervlakkigs zou worden”, zegt ze. „Maar ik vond de film mooi. Het landschap kwam erin tot zijn recht, de dialogen behielden de juiste smaak. Uitstekend om een groot publiek te laten sympathiseren met de seksuele band tussen twee mannen. Maar het was, met die sfeervolle treurmuziek en zo, wel maatwerk voor een massapubliek.

Universeel menselijke behoefte

Haar kritiek laat Proulx grotendeels impliciet. Dat is tekenend: ook in haar verhaal zijn het niet die zich moeilijk uitende, verliefde cowboys die ontroeren, maar Proulx gave hun verlangens en hun onmacht te vatten in ruige, uitgebeende taal - het landschap gelijk.

„Brokeback Mountain was een verhaal over de universele menselijke behoefte om lief gehad te worden”, definieert Proulx na enig aandringen. „En dat is precies waar de opera wél op focust.”

Het idee voor die opera kwam van componist Charles Wuorinen, die in Proulx compacte taal „ideaal materiaal” vond voor zijn muziek. Wuorinen verwerpt tegenwoordig het label “serialisme”, maar zijn muzikale idioom doet ondanks de expressionistische reikwijdte (de eerste scène bij de berg roept Wagners Das Rheingold en Strauss’ Also sprach Zarathoestra in herinnering) nog steeds vooral academisch en modernistisch aan. Dat schuurt soms met de tekst. „Son of a Bitch!” is hier een extatische liefdesuitroep - op een atonale melodie.

Wuorinen wil met zijn opera de betekenis terughalen die de film wegliet, zegt hij. „Onmogelijke liefde. Veel oude opera’s gaan daar ook over, maar dan tussen een arm meisje en een rijke man. Dat is geen taboe meer. Ik zocht een actuele setting.”

Hoe actueel, had niemand voorzien. Wuorinen, zelf al decennia gelukkig met zijn echtgenoot en manager Howard Stokar, noemt de recente aanleidingen om homofobie aan de kaak te stellen. „De antipropagandawet in Rusland. Het in India net heringevoerde verbod op homoseksualiteit. De moorden in Oeganda. Maar mijn muziek is geen statement. Muziek met een boodschap is bijna altijd waardeloos: dan wordt de componist zelf propagandist.”

Proulx zelf schreef het libretto. „Makkelijk!”, lacht ze. „En leuk om te doen. Ik heb de echtgenotes van Jack en Ennis een stem gegeven, het karakter van Ennis verder ontwikkeld, een geest toegevoegd – want een beetje opera heeft een geest – een koor en wat humor. Tragedie werkt beter in contrast met af en toe een grapje.”

Het libretto is ook breedsprakiger geworden dan het verhaal. Veel van het onuitgesprokene tussen Jack en Ennis wordt uit volle borst gezongen. „Pretty lonesome up here”, zingt een van hen op de ruige berg. En een adelaar roept: „Vrij! Je bent hier vrij!”. Proulx heeft haar “show, don’t tell”-beginsel ingeruild voor boter bij de vis.

”Of dat jammer is? Nou, wat een rare vraag! Totaal niet. Het verhaal ís er toch nog? Ik zie het meer als een laagjes-taart. Eerst het verhaal, toen de film, nu libretto en opera.”

Wuorinen: „De taal moest ook wel dingen verhelderen, omdat muziek dat niet kan. Muziek drukt slechts zichzelf uit. Al heb ik wel met toonsoortsymboliek gespeeld. De mannen zingen in de toonsoorten B en Cis, tussen ze in ligt C. Dat is de berg, en – in mineur – de dood.”

„Op papier is een libretto vaak schrikken”, glimlacht regisseur Ivo van Hove – in het dagelijks leven artistiek leider van Toneelgroep Amsterdam, maar ook veelgevraagd als operaregisseur. „Heb je wel eens een libretto van een Mozart-opera “droog “ gelezen? Niet doen. Ik heb dat overigens óók niet gedaan in dit geval, en dat was maar goed ook. Wuorinen componeerde de gezongen scènes heel compact – als kameroperaatjes. Maar daartussen zitten rijk georkestreerde tussenspelen. Als Jan (Versweyfeld, Van Hoves vaste decorontwerper en partner) en ik aan ons concept waren begonnen zonder dat te weten, hadden we het zo weg kunnen gooien.”

Voor Van Hove – die „met de thematiek als in katholiek Vlaanderen opgegroeide homoseksueel zeker iets heeft” - is Brokeback Mountain een sprong in het diepe: een wereldpremière, waarvan „je niet even een cd-tje kunt opzetten”. „Wij moeten dit verhaal voor de eerste keer vertellen. En ik lees geen noten. Maar ik snap genoeg van partituren om te zien bij welke passages ik alert moet zijn, waar ik de dirigent moet vragen wat er precies aan de hand is; een beetje als Klein Duimpje die zijn weg zoekt met hulp van kruimeltjes. En natuurlijk wordt mijn vrijheid als regisseur begrensd door de muziek. Die stroomt door en stelt kaders: ik kan haar niet stilzetten. Maar juist in die begrenzing schuilt de uitdaging.”

Snapshots, trucs en details

Op de voorgenerale, vrijdagavond, wordt die uitdaging zichtbaar. Scènes volgen elkaar extreem snel op en de regie zit vol trucs om changementen te minimaliseren. Het rek met trouwjurken waar Ennis’ verloofde de hare uit kiest, zakt – pffft - zo uit de lucht. De gezinshuishoudens van Ennis en Jack – herkenbare Versweyveld-decors vol degelijk meubilair - zijn parallelle werelden: twee open woonkamers naast elkaar.

Tenor Tom Randle (Jack) vindt dat van Hove , „vooral een veelvoud aan details heeft aangebracht” in zijn spel. En dat moest ook, zegt hij, terwijl hij zich geruisloos omkleedt in de jeans en het houthakkersoverhemd van Jack. „De opera is opgedeeld in theatrale snapshots. Alles is extreem compact, en dan tellen de kleinste dingen”

Hij gespt zijn riem vast, met een stalen westernbuckle met ingegraveerde stierenkop, precies als in Proulx verhaal. „Zoals ik al zei: de details zijn in deze voorstelling heel belangrijk.”