‘Laat coffeeshop in loods professioneel wiet telen’

„Ik zou het een stuk prettiger vinden als het helemaal legaal werd. Als ik nu moet gaan inkopen, moet ik met een hoop geld over straat. Dat is een groot risico. Ik heb dit altijd als een gewoon bedrijf gezien. Het is veel beter voor je rust als alles wat je doen moet, ook gewoon mág.”

Albert Ten Hove, eigenaar van coffeeshop Oya in Gouda, ziet wel wat in de voorstellen voor gereguleerde wietteelt. Als het maar slim gebeurt. Over de invulling heeft hij zijn twijfels. Een club waar ieder lid recht heeft op vijf plantjes, die dan worden beheerd en verwerkt door de coffeeshop? Hij neemt nog een trekje van zijn joint en lacht alleen maar. Een stichting die voor heel de stad produceert? „Het gaat om veel geld, de verleidingen zijn groot. Ik heb alle verslavingen wel gehad, heroïne, cocaïne, maar ik heb geleerd: geld is de zwaarste hard drug. Daarom: als dat allemaal wordt opgezet en geleid door van die Nyenrode-types, dan weet ik het niet. Het vak integriteit hebben ze daar nooit gehad.”

Zijn idee? Laat de coffeeshops hun eigen wietteelt verzorgen. „Geef ons een loods waar je professioneel kunt werken. Wat er in en uit gaat is boekhoudtechnisch goed bij te houden. Dan kan je ook als coffeeshop concurreren op de kwaliteit van je product. Dat moet wel mogelijk blijven. Je kan dan ook experimenteren. Vroeger was er veel meer variatie, nu komt bijna alles van dezelfde plant. Het is eenheidsworst.”

In een lang gesprek aan de bar van zijn zaak wijst hij vaak op de verschillen tussen coffeeshops. Zelf ziet hij zich, vijftig jaar en al 35 jaar roker, als een idealistische ondernemer. Hij heeft één coffeeshop met een vrij vaste klantenkring en verkoopt ongeveer 1.200 joints per week. Het is al moeilijk genoeg om daarvoor steeds topkwaliteit te vinden. „Ik wil mensen verwennen en als ik daar ook nog geld mee kan verdienen, is het helemaal leuk. Het is net als met voedsel. Je wilt toch ook geen plofkip eten. Als ik zou willen, zou ik veel meer kunnen verdienen. Mensen weten niks, je kunt makkelijk rotzooien met de kwaliteit. Maar mij gaat het erom: hoe sta je de volgende dag op.”

Lang niet iedereen redeneert zo, zegt hij. Hij ziet drie soorten coffeeshops. De halve idealisten zoals hij. Daarnaast mensen die puur commercieel denken, „de zakkenvullers’’. En als derde een groep die eigenlijk gewoon misdadigers zijn. Het is belangrijk om dat niet uit het oog te verliezen. Net zo min als dat de meeste wiet die in Nederland wordt geteeld, naar het buitenland gaat. „Ik denk dat er in Nederland per dag vijfhonderd kilo wordt verbouwd en dat tachtig procent daarvan naar het buitenland gaat.’’ Daarom zou gereguleerde wietteelt wel meer rust geven bij de coffeeshops, maar de problemen rondom de kwekerijen zijn er niet mee opgelost.

Veel gemeentes pleiten voor regulering van wietteelt met als argument dat zo ook de misdaad de wind uit de zeilen wordt genomen. Heeft hij daar mee te maken? Ten Hove draait er wat omheen. Hij heeft de zaak nu 24 jaar, en het is in ieder geval niet meer zo als vroeger. „Toen kwamen mensen hier nog met twee plastic zakken van Albert Heijn aanzetten. De huisteelt was een soort extra voor mensen die vaak niet zo veel hadden. Ze kochten er een nieuw bankstel van, of lieten de badkamer verbouwen.” Zo openlijk gaat het niet meer. Hoe dan wel? „Ik heb geen vaste leveranciers. Mensen komen en gaan, als ze worden opgepakt. Ik stel geen vragen, mij interesseert alleen het droge eindproduct. Mensen komen toch wel bij me als ze iets goeds hebben. Ze weten dat ik er een goede neus voor heb. Letterlijk. Ik ruik het meteen als er niet goed is gespoeld. Dan hangt er nog een poepgeur aan, van de overbemesting.’’

Hij is wel blij dat hij geen leveranciers heeft in het zuiden van Nederland. „Daar zijn mensen brutaler. In het zuiden vallen er doden op die wietkwekerijen. In het Westland niet”, zegt hij. „Laten we die wietteelt maar legaliseren”, zegt hij. „Maar dan wel op een slimme manier, zodat iedereen er iets op vooruitgaat: de overheid, de gemeente, de coffeeshop. En natuurlijk de belastingdienst. Ik heb er geen probleem mee om belasting te betalen. In Nederland krijg je daar ook veel voor terug.’’