Humeur Aronian blijft tot eind goed

Hij had zichzelf ingeprent om niet in tijdnood te komen. Dat was het enige gevaar dat hij te duchten had. Als hij de stelling onder controle hield zou het gek moeten lopen als hij niet ook zijn laatste partij in het Tata Steel-toernooi won. De eindzege had hij een dag eerder al zeker gesteld, nog een winstpartij zou tot een recordscore leiden. Het mocht niet zo zijn. Levon Aronian kwam wel in tijdnood en het liep gek. Hij liet de minuten wegtikken en toen er nog maar seconden over waren greep hij mis. Tien ronden lang had de Armeniër gespeeld alsof de goden een oogje op hem hadden, nu gaf hij Loek van Wely de kans om met een venijnig schaakje een mokerslag uit te delen. Hij kon meteen opgeven.

Menige andere schaker zou zich vol zelfhaat uit de voeten hebben gemaakt. Zo niet Aronian. Wijk aan Zee is zijn lievelingstoernooi en hij wist dat er op hem gewacht werd. De winnaar was hij tenslotte nog steeds. Even liep hij nadenkend rond in de perskamer, toen kwam de glimlach terug. En zijn humor: „Zoals een goede vriend van me ooit zei, je speelt pas echt een goed toernooi als je wint terwijl je er ook een weggeeft.”

Er werd opgelucht gelachen, want niemand wilde Aronian in een slecht humeur zien. Met heerlijk gemak had hij ijzersterk spelend zijn stempel op deze 76ste editie gedrukt. Eigenlijk was het drie ronden voor het einde al duidelijk dat er een wonder nodig was om hem van zijn vierde eindzege af te houden. De hoofdprijs zeker stellen was allang niet meer zijn doel. Hij wilde indruk maken, winnen zoals alleen de allergrootsten winnen. Eerst rekende hij af met Sergei Karjakin, eigenlijk de enige die hem nog echt kon bedreigen. Een dag later overklaste hij Leinier Dominguez en nam hij een onoverbrugbare voorsprong.

Een van de eersten die hem met zijn overwinning feliciteerden was Garry Kasparov, die zaterdag te gast was. De oud-wereldkampioen sprak lovende woorden over Aronians spel en corrigeerde een journalist die een vergelijking trok met zijn overwinningen in Wijk aan Zee in 1999, 2000 en 2001: „Mij is het nooit gelukt om een ronde voor het einde al te winnen.”

Met de ratingpunten die hij bij elkaar sprokkelde, verstevigde Aronian zijn tweede plaats op de wereldranglijst. Hij is een van de topfavorieten in het Kandidatentoernooi in maart waar de uitdager voor wereldkampioen Magnus Carlsen bepaald wordt. Omdat hij vorig jaar in Londen onder de druk bezweek wil hij er nu niet al teveel belang aan toekennen: „Dit keer ga ik niet om te winnen, maar zal ik het ontspannen aanpakken. En mocht het tot een WK-match komen, dan lijkt me dat interessant.”

Op gepaste afstand, maar liefst anderhalf punt achter de winnaar, deelde Anish Giri de tweede plaats met Karjakin. Giri verloor als enige geen enkele partij en boekte het beste Nederlandse resultaat sinds 1997, toen Jeroen Piket ook tweede werd. De laatste Nederlandse winnaar, in 1985, was Jan Timman, die nu op 62-jarige leeftijd tweede werd in de Challengers. Giri was opgetogen over zijn spel: „Ik was erg goed in vorm, ik zag heel veel.” In de kritiek van Kasparov dat hij niet erg avontuurlijk was geweest, kon hij zich niet helemaal vinden. Zeker niet nadat hij in de laatste ronden met zwart tegen Nakamura twee pionnen had geofferd om gelijk spel te krijgen. Na een aantal onevenwichtige toernooien was hij toe aan een solide resultaat. Die missie werd volbracht en hij steeg naar de 15de plaats op de virtuele wereldranglijst. Voor het vervolg is hij aangewezen op uitnodigingen voor andere toptoernooien. Of deze uitslag helpt, zal blijken. „In 2011 zei de toernooidirecteur van het Tal Memorial in Moskou dat hij me uit zou nodigen als ik 20 ratingpunten meer had. Die heb ik nu, maar nu ben ik geen 16 meer. Misschien willen ze er nu nog wat punten bij zien.”

Zijn nieuwe trainer, Vladimir Tukmakov, was zeer content: „ De tweede plaats van Anish was een geweldig resultaat. Het doet me denken aan een toernooi dat ik ooit met Bobby Fischer speelde. Nadat ik tweede werd, feliciteerde iedereen mij met de toernooizege. Fischer telde tenslotte niet mee, die was een soort god. Dat had je hier ook met Aronian.”