Het werk in Ierland is niet voorbij

‘Europa is de oplossing.’ Er zijn maar weinig Europese politici die dat nog hardop en gepassioneerd durven te beweren. Eamon Gilmore, de Ierse vicepremier, wel.

De tánaiste, die vrijdag op bezoek was in Den Haag en daar met journalisten sprak, gelooft heilig in een gezamenlijke Europese toekomst. „Het hele idee achter de Europese Unie was: de krachten bundelen. Dat moeten we meer doen.”

Hij zegt: „Sinds de crisis heeft Europa zich opgesloten. We kijken naar binnen, zijn erg geobsedeerd door institutionele kwesties. De EU moet zijn zelfvertrouwen terugvinden: dit is de grootste markt ter wereld, met de grootste concentratie van koopkracht en 500 miljoen consumenten.

„Binnen de Unie is er potentieel meer groei te creëren. Er is in handelsopzicht de mogelijkheid om te groeien. En we moeten ons realiseren dat de wereld verandert. Binnen een decennium zal China de grootste wereldeconomie zijn, Afrika en Latijns-Amerika groeien. We moeten erkennen dat we samen sterk staan.”

In Ierland klinkt dan ook nauwelijks een roep om het terughalen van bevoegdheden. „Ierland is altijd pro-Europees gebleven”, zegt Gilmore. Dat betekent niet dat de Ieren niet kritisch zijn. „Velen beseffen dat wij de afgelopen jaren deel van het Europese probleem waren, en dat Europa deel was van ons probleem.

„Wat we als politici moeten doen, is laten zien dat de EU ook onderdeel van de oplossing is. Dat moet door de burger gezien en gevoeld worden. Er moet veel duidelijker worden aangegeven dat de EU voor economische groei en voor kansen staat. Dat vertaalt zich bijvoorbeeld in het jeugdgarantie-schema [de EU zette 4 miljoen euro opzij om jongeren aan het werk te krijgen, red.].

„Of in het voltooien van de interne markt. Tijdens ons voorzitterschap van de EU [begin 2013, red.] hebben we daar de nadruk op gelegd. Net zoals we de handelsonderhandelingen met de VS wilden beginnen. Voor een exportland als Ierland is dat extreem belangrijk.”

De sociaal-democraat signaleert dat ook andere collega’s inmiddels beseffen dat economisch herstel niet alleen om bezuinigen gaat. „Ja, er moet begrotingsdiscipline zijn. Ja, we moeten verspilling uitroeien. Ja, er moet toezicht zijn op overheidsuitgaven. Maar er moet ook een strategie zijn voor groei en innovatie.”

Die combinatie zorgde ervoor dat Ierland in november – drie jaar nadat het 67,5 miljard euro leende van de EU, de Europese Centrale Bank en het Internationaal Monetair Fonds – het financiële noodhulpprogramma kon verlaten. Dit jaar wordt er een groei voorspeld van 2 procent. En vorige week verhoogde Moody’s als laatste van de drie grote kredietagentschapen Ierlands status van ‘junk’ naar ‘investment grade’, een signaal aan institutionele investeerders dat het veilig is in Ierse staatsobligaties te beleggen.

Het Ierse geheim

Wat is het Ierse geheim? „Stel optreden niet uit”, zegt Gilmore. „We waren ons er ontzettend van bewust dat herstel een vogel met twee vleugels is: het was niet genoeg om te bezuinigen, maar er moest ook de nadruk liggen op het creëren van werkgelegenheid.” Zo werd de btw voor restaurants, hotels en toeristische attracties verlaagd om het toerisme te stimuleren. Dat had succes.”

Trots zegt hij: „Als land hebben wij de crisis meer gevoeld dan de meesten. Maar we komen eruit.” En: „Toen we drie jaar geleden een regering vormden, verloren we maandelijks zevenduizend banen. Nu creëren we er vijfduizend per maand.

„In het begin waren er momenten dat we vreesden voor de toekomst van het land. Begin 2011 was er nog voor vijf maanden geld. We konden de scholen openhouden tot de zomervakantie, maar er was geen geld om ze in september weer te openen. Sommige mensen vreesden dat de overheid hun pensioen niet meer zou kunnen betalen.”

Bovendien was de Ierse reputatie ernstig beschadigd: „Ik herinner me dat ik naar buitenlandse berichtgeving keek: bijna ieder artikel werd begeleid door een foto van een stervend paard of een aftandse woonwijk. Niet alleen de trojka, maar ook internationaal vonden sommigen dat de crisis onze eigen schuld was.”

De tánaiste erkent: „Daar zit een kern van waarheid in. Deels was wat er gebeurde een vastgoedzeepbel, deels kwam het doordat we in de goede jaren onverstandige beslissingen namen en onvoldoende toezicht hadden. En volgens mij was het een ernstige beleidsfout om een onbeperkte bankgarantie te beloven.”

Maar, zegt hij, dit was niet alleen een Iers probleem. „Wij waren twee keer de dupe: de bankencrisis was niet alleen een Iers, maar ook een wereldwijd probleem. Wij moesten onze banken herkapitaliseren, maar Nederland bijvoorbeeld ook. Wat wij deden om onze banken te helpen, hielp de Europese situatie te stabiliseren.”

Het is de reden dat Gilmore, net als premier Enda Kenny donderdag in Davos, herhaalt dat Ierland nog altijd een tegemoetkoming eist van de overige EU-lidstaten. „Wij hebben 40 procent van ons bruto binnenlands product in de banken geïnjecteerd. De Ierse belastingbetaler nam die schuld op zich voor er sprake was van het permanente financieringsprogramma (ESM), voor er een bankenunie was, of een van de andere instrumenten die nu beschikbaar zijn. In juni 2012 werd door de Europese Raad besloten dat de staatsschuld en de bankenschuld gescheiden zou worden. En dat er met terugwerkende kracht naar de Ierse situatie gekeken zou worden.” Hij zegt: „Wat ons betreft, ligt dit nog steeds op tafel.”

Aanpakken

Dit is een van zaken die de Ierse regering de komende maanden wil aanpakken. Want waar Gilmore op blijft hameren tijdens het gesprek, is dat Ierland weliswaar het hulpprogramma heeft verlaten, maar dat „het werk nog niet voorbij is”. Het begrotingstekort is nog niet onder de 3 procent van het bbp teruggedrongen – dat moet in 2015 zijn gehaald. En de banken lenen nog onvoldoende aan het klein- en middenbedrijf.

Maar het allerbelangrijkste: „Pas als we voelen dat het beter gaat, als er weer banen zijn voor wie die nu niet hebben, en als de jongeren terugkomen die naar Australië of Canada zijn geëmigreerd – pas dan praten we over herstel.”