‘Helft Nederlanders is aan het lijnen’

De aanleiding

Bij een nieuw jaar horen goede voornemens. Stoppen met roken bijvoorbeeld. Vaker langsgaan bij je oma. En natuurlijk: afvallen. Voor media is het begin van het jaar een goede gelegenheid om eens iets met die voornemens te doen.

Dat deed het Algemeen Dagblad ook. „Eén op de twee is aan het lijnen”, stond zaterdag 18 januari boven een artikel. Maar liefst 47 procent van de Nederlanders zou aan het lijnen zijn of van plan zijn dat binnenkort te doen. „Is dat niet onrealistisch hoog?”, vraagt lezer Miriam Tiekstra ons.

En, klopt het?

Het AD gaf TNS NIPO de opdracht uit te zoeken hoe Nederland afslankt. We bellen het marktonderzoekbureau om het onderzoek op te vragen. „Dat kunnen wij niet verstrekken, tenzij wij toestemming krijgen van de opdrachtgever”, zegt een woordvoerder. „Het AD is eigenaar van de gegevens.”

Een telefoontje dan naar het AD. Renske Baars is een van de twee auteurs van het stuk, maar ook zij mag het onderzoek niet geven. Wel kan ze vertellen dat 1.092 mensen hebben deelgenomen aan het onderzoek. Ze vertelt dat de steekproef representatief is. De ondervraagden zijn 18 jaar en ouder; de verdeling is gemaakt op basis van geslacht, regio en gezinsgrootte.

Ze voegt eraan toe dat ze de hoofdredactie zal vragen of ze het onderzoek mag sturen. Zondag vertelt ze over de telefoon dat we het onderzoek niet mogen inzien.

Zou het Voedingscentrum er misschien iets zinnigs over kunnen zeggen (u weet wel: „de autoriteit die consumenten wetenschappelijk onderbouwde en onafhankelijke informatie biedt over een gezonde, veilige en meer duurzame voedselkeuze”, aldus de website)? Patricia Schutte van het Voedingscentrum: „Eén op de twee mensen in Nederland lijdt aan overgewicht, dus het lijkt me aannemelijk.” Dat ongeveer de helft van de Nederlanders te zwaar is, wordt onderschreven door het Rijksinstituut voor Volkgezondheid en Milieu (RIVM). Dat schrijft dat 53 procent van de mannen en 44 procent van de vrouwen in 2012 te zwaar was.

In het AD-artikel wordt ook professor Frans Kok opgevoerd, hoogleraar aan de Wageningen Universiteit en autoriteit op het gebied van voeding en gezondheid. We vragen hem of hij het onderzoek heeft ingezien.

„Nee”, zegt hij. „Ik moest afgaan op wat de journalist mij vertelde. De uitkomst lijkt me plausibel, al zijn er een paar mitsen en maren. De mensen die al lijnen en zij die dat van plan zijn worden hier bij elkaar opgeteld. En heel belangrijk is hoe je lijnen definieert. Kleinere porties eten, meer bewegen, dat is nogal wat anders dan daadwerkelijk een dieet volgen.” In het stuk wordt geen definitie van ‘lijnen’ genoemd. Bij de tekst staan wel een paar afbeeldingen met percentages. Er staat dat 15 procent van de mensen die proberen af te vallen een dieet volgt. 82 procent geeft te kennen ‘een beetje op te letten met eten’. Hier waren meer antwoorden mogelijk. Ga dus maar na: 15 procent van de 47 procent – die nog onderverdeeld moet worden in ‘valt al af’ en ‘is van plan af te vallen’ – is dus aan een dieet.

Iets anders waar Kok vraagtekens bij zet, is de grootte van de ondervraagde groep. „1.092 is te weinig om zulke conclusies te trekken”, zegt de professor, die met 1.80 meter en 75 kilo een uitstekend Body Mass Index (BMI) heeft. „Voor een betrouwbaar resultaat heb je minimaal enkele duizenden mensen nodig, zeker als je het nog uitsplitst naar geslacht en leeftijd.”

Conclusie

Uit onderzoek van TNS NIPO zou blijken dat 47 van de Nederlanders aan de lijn is of van plan is af te vallen. Het onderzoeksbureau en opdrachtgever AD geven ons geen inzicht in het onderzoek, dus moeten we afgaan op wat het dagblad afdrukte en ons vertelde.

De steekproef is aan de krappe kant. Daarnaast is er het probleem hoe je ‘lijnen’ definieert. Is dat al ‘een beetje op je eten letten’? Als we uitgaan van een dieet, dan wordt de bewering al in het eigen artikel weerlegd. Slechts 15 procent van de mensen die te kennen geeft aan de lijn te doen, volgt een dieet. Het AD neemt het begrip afvallen erg ruim, bovendien zou de groep ‘afslankers’ dan ongeveer net zo groot zijn als die met overgewicht. We beoordelen de bewering als grotendeels onwaar.