Column

Graaiersbelasting. Kent u dat woord?

Welkom in de beursarena, lieve 125.000 beleggers in certificaten van de coöperatieve Rabobank. Het is feest vandaag. We vieren uw première op de rode loper van het mondiale financieel-kapitalistische systeem. Daarom vandaag geen geklaag over foute zaken (Libor-rentemanipulatie) of over vervelende tijdingen (die reorganisatie van vrijdagavond), maar louter dankbaarheid.

Dankbaarheid voor wat uw bank, de Rabo, de laatste 115 jaar heeft bereikt. Dankbaarheid voor alle kredieten, woninghypotheken, maar ook voor alle afdrachten aan de fiscus, met name eentje die me eerder was ontgaan. Maar in het prospectus van de beursnotering van uw certificaten viel het getal me opeens op.

Uw Rabobank betaalde voor de zeven leden van de raad van bestuur die in 2012 of een deel daarvan in dienst waren 1,4 miljoen euro als extra belastingheffing op topbeloningen.

Deze heffing van 16 procent op het salaris boven de 150.000 gold in 2012 als eenmalig. Buiten dit beursgebouw heet het op z’n Amsterdams graaiersbelasting. Ik hou het op de officiële naam: crisisheffing. De fat cats hoeven niet zelf te betalen, dat doet de werkgever. Daarom zie je de heffing opduiken in talloze jaarverslagen. Het kabinet heeft de heffing inmiddels tot chagrijn van VVD en werkgevers met een jaar verlengd. Dus dat wordt weer dokken.

Om de bijdrage van de Rabobank in het beste perspectief te zien is het goed om wat andere voorbeelden te noemen.

De Rabo neemt in haar eentje voor alleen de bestuurders ruim 0,2 procent van de totale opbrengst van deze heffing van 628 miljoen euro voor haar rekening. Die 0,2 procent lijkt niet veel, maar telt wel aan. De raming in het regeerakkoord van de crisisheffing was ‘maar’ 500 miljoen. Laat ons blij zijn dat er ondanks de crisis meer dan voldoende werkgevers zijn die hun mensen meer dan 150.000 euro betalen.

Maar laat ons ook bedenken dat de regeling een stuk eenvoudiger zou werken als nog 448 andere bedrijven een vergelijkbaar aantal bazen plus beloningen zouden hebben als de Rabo. Wie durft? Dat levert hetzelfde op als nu, maar met minimale extra administratieve lasten. Want bedenkt u wel: in 2012 zijn 13.500 werkgevers aangeslagen voor meer dan 44.000 werknemers.

Laat mij u meenemen langs wat jaarverslagen. Om te beginnen een kleine smet op het Rabo-blazoen. Ik kan me vergissen en dan hoor ik het wel van u, want u heeft natuurlijk allen het prospectus van deze certificaten gelezen. Maar ik las nergens hoeveel de Rabobank als geheel aan crisisheffing betaalt, want ik heb zo m’n vermoeden dat er bij uw bank meer mensen zijn dan alleen de bestuurders die een bom duiten verdienen.

In dat opzicht verdient ING een eervolle vermelding. De bank- én de verzekeringsdochter vermelden in hun jaarverslagen de relevante heffingen: 16,1 miljoen euro bij de bank, 5,8 miljoen bij de verzekeraar.

Uit deze bedragen kunt u afleiden dat de financiële sector vooraan loopt. Zij draagt 125 miljoen euro bij, blijkt uit cijfers van het CBS, het Centraal Bureau voor de Statistiek. En wie van u denkt: hiermee staat de geldwereld bovenaan? Steek uw hand maar op.

Dacht ik wel. Maar al die handen hebben het mis. Het meeste betaalt de sector zakelijke dienstverlening. Dan hebben we het dus over advocaten, directeuren van brievenbus-bv’s en accountants. Samen 178 miljoen.

Nog eentje dan. In welke bedrijfstak betalen werkgevers al een heffing voor werknemers van 20 jaar en jonger? In 2012 ging het om 20 man. Weet iemand ’t antwoord? Nee? Nog een tip. In die sector zit ook een club die ervan baalt dat ze in 2013 minimaal 3 miljoen moeten betalen? Ik zeg... arena...

Klopt, meneer, Ajax én de sector sport, cultuur en recreatie. Jammer dat de Rabobank gestopt is met de professionele wielerploeg. De fiscus was helemaal binnengelopen.