Column

Euthanasieborrel

Misschien kan in de nabije toekomst een euthanasierobot uitkomst bieden. De dood aan een robot uitbesteden is helemaal niet zo gek, als je bedenkt dat het proces van euthanasie steeds verder wordt geautomatiseerd. Er kleeft aan een robot hooguit één nadeel. Nu Amazon een systeem ontwikkelt dat je een aankoop toestuurt nog voordat je het hebt besteld, kan een robot binnenkort ook besluiten je euthanasie te verlenen nog voordat het idee in je hoofd is opgekomen. Efficiënt – verzekeraars zien vast winst in zo’n aanpak – maar aan de vooruitstrevende kant.

De gedachte aan een robot kwam bij me op door het geanimeerde gesprek over de Levenseindekliniek. In dat gesprek zie je de directe omgeving van de hulpvrager onveranderlijk beschreven als een laboratorium, bewoond door zakelijke humanoïden in witte jassen. Vlekvrije, emotieloze wezens die in dienst staan van de dood van hun naaste, zonder zelf ooit door tragiek te worden gegrepen. Zo bleef het beeld maar door mijn hoofd malen van het afscheidsfeestje dat werd gehouden ter ere van de ambtenaar die aan het eind van zijn loopbaan was geraakt en die zijn leven dus als voltooid beschouwde. Kort daarna zou hij in de Levenseindekliniek worden geëuthanaseerd. Nu zat hij nog in het café met zijn collega’s.

Er is al veel geschreven over de vraag of in dit geval wel sprake is geweest van uitzichtloos lijden. Een ambtenaar die na zijn pensioen louter leegte ziet en dood wil: lijdt die ondraaglijk? Valt die onder de werking van de wet? Maar afgezien van zulke legitieme vragen, bleef ik ook zitten met bezorgdheid om zijn collega’s. Hoe zijn die thuis gekomen van dat euthanasiefeestje en hoe werkt dat door in hun leven?

Een paar jaar geleden sprak ik Chris Marnewick, een Zuid-Afrikaanse advocaat die een boek schreef over de doodstraf. Niet zozeer met argumenten tegen de doodstraf zelf, dat onderwerp parkeerde hij voorlopig, maar met een beschrijving van de uitwerking ervan op het gevangenispersoneel. De jonge jongens die de ruimte moesten schoonmaken na de executie bleken na verloop van tijd zelf gewelddadig te worden. Marnewick vroeg zich af wat het doden doet met een samenleving.

Het verschil met euthanasie mag duidelijk zijn, toch is de zorg vergelijkbaar. Een doodswens kan volmaakt begrijpelijk zijn, evenals de behoefte van artsen en anderen om hulp te verlenen, en toch kun je bezorgd zijn om het effect van de euthanasie op de omstanders. Niet eens zozeer vanwege de gebeurtenis zelf, maar vanwege de manier waarop. Het afscheidsfeestje, de kliniek, de montere verslaggeving in de media. De normalisering van het doden. Het klinische en procesmatige ervan.

Dat zo weinig aandacht wordt besteed aan de omstanders, ligt aan een wijdverbreid misverstand over de mensheid. Het fundamentele misverstand dat er twee soorten mensen zijn. Enerzijds de hulpbehoevenden, de patiënten, de mensen met een probleem, de prikkelgevoeligen die met liefdesverdriet – ‘un gros coup de blues’ – in het ziekenhuis moeten worden opgenomen. En anderzijds de assistenten, de onwankelbaren, de altijd stabiele en nooit eens ontregelde types. De mensen zonder gevoel. De boer die in ‘Boer zoekt vrouw’ over drie vrouwen zegt: „Ze ontlopen elkaar niet veel.” Aan de ene kant de psychiatrisch patiënten, de depressieven, met hun ondraaglijk lijden. Aan de andere kant de mensen van plastic. Collega’s die naar je euthanasieborrel komen zonder met hun ogen te knipperen.

In werkelijkheid bestaat die scheidslijn natuurlijk niet. Er is bij euthanasie, ziekte of lijden geen schokvrije omgeving. Er bestaan geen geboren assistenten. Omstanders hebben hun eigen ziel en je mag verwachten dat die krassen oploopt bij het afscheid van een lichamelijk gezonde collega die de volgende dag in een kliniek aan zijn eind wordt geholpen. Nonchalanter gaan doen over levensbeëindiging heeft onvermijdelijk gevolgen voor de samenleving. En voor het collectieve denken over leven en dood.

Euthanasie claimen als een recht voor ieder die niet meer ‘in zinvolle vorm’ leeft, miskent dit maatschappelijke probleem deerlijk. Pressiegroep Uit Vrije Wil claimde een tijdje geleden het recht op medische hulp voor ieder die ouder dan zeventig is. „Alles van waarde ligt achter ons en een chronische beleving van leegte resteert”. De groep heeft zich onlangs teleurgesteld opgeheven, maar nu lijkt medisch Nederland de euthanasiewet toch langs die lijnen te lezen. Last van chronische leegte? Bestel de bitterballen maar vast voor je afscheidsborrel!

Euthanasie is een groot goed. Maar ik ben benieuwd wat de frivolisering ervan doet met de samenleving, zolang die nog niet volledig uit robots bestaat.