Eindelijk uit greep van de grote vier

Rafael Nadal ondergaat een behandeling aan zijn rug in de finale tegen Stanislas Wawrinka. De geblesseerde Spanjaard zou uiteindelijk in vier sets verliezen van de Zwitser, die zijn eerste grandslamtitel pakte. Foto AP

Het winnen van een grandslamtoernooi leek het voorrecht van Roger Federer, Rafael Nadal, Novak Djokovic en Andy Murray. Sinds Roland Garros in 2005 wist alleen Juan Martin Del Potro op de US Open in 2009 een hoofdprijs van dit viertal weg te kapen. Dat bleek een incident. Tot gisteren de 28-jarige Stanislas Wawrinka de Australian Open op zijn naam schreef. De Zwitser rekende in Melbourne als eerste tennisser ooit op een grandslamtoernooi af met Novak Djokovic én Rafael Nadal. Hij won de finale van de gekwetste Spanjaard in vier sets: 6-3, 6-2, 3-6 en 6-3. Alleen op de wereldranglijst moet de nieuwe nummer drie dit tweetal nog voor zich dulden.

Het werkte verfrissend om weer eens ander gezicht met de beker in zijn handen te zien. ‘De grote vier’ legden de afgelopen tien jaar de lat zo hoog dat de rest van het deelnemersveld bij voorbaat kansloos was. Tennissers als Andy Roddick, David Ferrer, Juan Martin Del Potro en Robin Söderling deden kortstondige aanvallen op de top. Maar steeds moesten ze het zowel fysiek als mentaal afleggen tegen de Zwitser, de Spanjaard, de Serviër en de Schot. En ook Wawrinka leek tot een generatie tennissers te behoren die genoegen moest nemen met overgebleven kruimels op kleinere toernooien.

De erelijst van Wawrinka was voor de Australian Open dan ook zeer bescheiden. Zijn grootste zege haalde hij op de Olympische Spelen van Peking. Uitgerekend aan de zijde van zijn landgenoot Federer veroverde de gedrongen tennisser een gouden medaille in het dubbelspel. Verder moest Wawrinka het doen met toernooizeges in plaatsen als Umag, Casablanca, Chennai en Oeiras. Dat was het lot van de tennisser die overal en altijd in de schaduw stond van zijn grote vriend Federer. Het lag niet voor de hand dat hij hem ooit nog eens zou overschaduwen. Vandaag is hij hem op de wereldranglijst voorbij.

De afgelopen jaren is reikhalzend uitgekeken naar een nieuwe generatie tennissers, die de macht zou moeten overnemen. Jongeren die het meeste kansen worden toegedicht zijn Grigor Dimitrov (‘baby-Federer’), Milos Raonic en Bernard Tomic. Dit drietal wist op de grandslamtoernooien tot dusver geen prestatie van formaat neer te zetten. Daarvoor is hun spel eenvoudigweg nog te grillig. Daarnaast komen ze op mentaal vlak nog tekort om zeven partijen achtereen op het allerhoogste niveau naar toe te trekken. De weg naar de toptien duurt steeds langer. De jongste tennisser in die lijst is de 25-jarige Argentijn Del Potro.

De aanval op de top kwam dus uit een onverwachte hoek. Generatiegenoot Wawrinka speelde de afgelopen veertien dagen in Melbourne het beste tennis uit zijn loopbaan, die twaalf jaar geleden begon. De zoon van een Duitse vader en een Zwitserse moeder was het jaar al goed begonnen door in het Indiase Chennai een toernooizege te halen. In de kwartfinales van de Australian Open doorbrak Wawrinka een enorme barrière door titelverdediger Djokjovic in een zinderend gevecht van vijf sets te verslaan. Desondanks ging hij na een zege op Tomas Berdych gisteren als underdog de finale in tegen Nadal.

De cijfers voorafgaand aan de eindstrijd waren niet bemoedigend voor Wawrinka. Ze stonden twaalf keer eerder tegenover elkaar. Twaalf keer was Wawrinka kansloos geweest. Stan the Man wist zelfs niet eens een set af te snoepen van de nummer één van de wereld. Toch was het vertrouwen bij Wawrinka groot. In aanloop naar de finale had hij een dag langer rust dan Nadal, die in de halve eindstrijd afrekende met Federer. Wawrinka zocht ontspanning door in Melbourne een expositie van vijftig jaar James Bond te bezoeken.

Naar eigen zeggen heeft Wawrinka in de loop van de tijd leren relativeren. Als vader van een dochtertje staat hij als tennisser anders in het leven. Zo vertelde hij vorige week op het centercourt dat zijn kind steeds hoopte op een nederlaag van hem. Wawrinka zou dan eerder thuis zijn. De tennisser kon er zelf om lachen. Naar eigen zeggen is zijn leven in balans en staat hij met plezier op de baan. Wawrinka raakt niet meer onder de indruk als hij op een baan voor vijftienduizend mensen moet spelen. Hij gelooft als nooit tevoren in zijn eigen kunnen en kruipt uit de schaduw van zijn voorbeeld Federer.

Wawrinka heeft een groot deel van zijn succes te danken aan zijn coach Magnus Norman. Sinds april vorig jaar werkt hij samen met de voormalige nummer twee van de wereldranglijst. De kleurloze Zweed stond in 2000 zelf in de finale van Roland Garros. En hij was degene die Robin Söderling bijstond op Roland Garros in 2009. Norman verzon de tactiek om Nadal op het gravel van Parijs te vloeren. Het is nog altijd de enige nederlaag die de Spanjaard daar leed.

Wawrinka stapte tegen Nadal de baan op met een gevoel dat hij niets te verliezen had. Hij speelt al sinds zijn 22ste in de (sub)top van het internationale tennis. In het verleden vond hij nooit op de grandslamtoernooien de juiste weg. Onder leiding van Norman veranderde dat. Vorig jaar verraste Wawrinka vriend en vijand met een plaats in kwartfinale op Roland Garros en een plek in de halve eindstrijd op de US Open.

De tennisser met de fluwelen backhand begon zeer overtuigend tegen Nadal. Onder het toeziend oog van oud-kampioenen als Rod Laver en Pete Sampras legde Wawrinka zijn tegenstander zijn wil op. Al snel werd duidelijk dat Nadal fysiek niet in staat was de zuivere klappen van Wawrinka te pareren. De fysiotherapeut kwam een paar keer de baan op om Nadal te verzorgen. Wawrinka ging de discussie met de scheidsrechter aan en leek even zijn concentratie te verliezen. Het kostte hem de derde set. Maar in de vierde set sloeg hij alsnog toe.