Column

Boze Wawrinka

Na afloop van de finale van de Australian Open kon ik het gistermiddag niet laten een rondje over het grasveld van het Amsterdamse Westergasterrein te lopen. Waarom uitgerekend daar? Dat zal ik, niet zonder nationale trots, uitleggen.

Op die plek stond op 14, 15 en 16 september 2012 een tijdelijk tennisstadion, waar Nederland en Zwitserland een Davis Cup-wedstrijd speelden. Voor Nederland kwamen Robin Haase, Thiemo de Bakker en Jean-Julien Rojer uit, voor Zwitserland Roger Federer en… Stanislas Wawrinka. Na de eerste dag stond Nederland al met 2-0 achter. De Bakker was kansloos tegen Federer, Haase verloor met redelijke cijfers van Wawrinka (6-3, 3-6, 6-3, 7-6).

De volgende dag kon de beslissing vallen, Haase en Rojer moesten het in het dubbelspel opnemen tegen Federer en Wawrinka. Het was de enige wedstrijd die ik ging bekijken, omdat Nederland mij hier iets minder kansloos leek dan in de enkelspelen. En wat gebeurde? Haase en vooral Rojer joegen de Zwitsers op in een zinderende wedstrijd en wonnen met 6-4, 6-2, 5-7 en 6-3. De Zwitsers gaven zich niet gemakkelijk gewonnen, maar Haase en Rojer speelden de wedstrijd van hun leven, terwijl vooral Federer onder zijn maat bleef.

De laatste dag ging het voor Nederland alsnog fout – Federer klopte Haase met gemak – maar dat kon deze kortstondige opleving van het Nederlandse tennis niet bederven.

Wat ik me van Wawrinka herinner, was zijn wisselvalligheid: schitterende shots afgewisseld met onbegrijpelijke missers. Hoe goed zo’n speler later ook presteert, je blijft hem toch enigszins op zo’n zwakke wedstrijd afrekenen. Ik zette de tv gisteren dan ook alleen maar aan om te zien hoe snel Nadal de eerste set zou winnen. Hij had tot dusver in zijn carrière àlle sets van Wawrinka gewonnen.

Maar Wawrinka speelde als een nieuwe god en blies Nadal in die eerste set vooral met zijn schitterende backhand van de baan. Wat ’n tennis! De Wawrinka van het Westergasterrein zag ik pas terug toen Nadal in de tweede set aan zijn rug geblesseerd raakte. Wawrinka was opeens slecht geconcentreerd en sloeg hoge afzwaaiers. Als Nadal iets fitter was geweest, zou hij de partij alsnog gewonnen hebben. Toch vond ik Wawrinka uiteindelijk de terechte winnaar, want blessures horen er ook bij – en Nadal lijkt er met zijn krachttennis soms om te vragen.

Het was geen goede, maar wel een emotionerende finale. Iedere speler had een extra tegenstander: Nadal zijn blessure, Wawrinka zichzelf. Wankelend hielden ze elkaar in evenwicht, totdat Nadal bezweek.

Na afloop hoorde ik de spelers elkaar complimenteren. Ze bleken ook grote vrienden van elkaar. Maar toen Nadal in de tweede set een time-out aanvroeg en van de baan verdween, stak bij Wawrinka argwaan de kop op. Hij bombardeerde de umpire met boze vragen. Waarom gaat Nadal weg? Wat is zijn probleem? Weet u het niet? Ik eis dat u het hem vraagt! Als dat niet gebeurt, loop ik ook van de baan!

Pas toen de hoofdscheidsrechter kwam vertellen dat Nadal een rugblessure had, bedaarde Wawrinka enigszins. Ik, veilig in mijn stoel, wilde hem toeroepen: wat kan het jou schelen wat-ie precies heeft, wacht af en concentreer je op je eigen spel.

Het mooiste beeld zat aan het slot: tennislegende Rod Laver (75) die een fotootje maakt van tennislegende Nadal (27). Nee, niet van Wawrinka, dat wordt geen legende, dat blijft toch iets te veel Westergasterrein.