Boos – en dat liet hij merken ook

Voor Bode Miller ben je pas echt een topskiër als je ‘Kitzbühel’ hebt gewonnen – hij zou wellicht zijn olympische en twee wereldtitels ervoor willen ruilen. Vandaar de frustratie over zijn derde plek. Foto AFP

Erecodes en conventies zijn aan Bode Miller niet besteed. Waarom zou hij zijn gevoelens uitschakelen als hij ongelooflijk de pest in heeft? Fuck off. De Amerikaanse skiër zegt wat hij denkt en doet wat in hem opkomt. Hij wilde zaterdag eindelijk de afdaling bij de Hahnenkammrennen winnen, maar werd derde. De routinier was diep gefrustreerd. En dat liet hij merken ook.

Natuurlijk feliciteerde Miller de Oostenrijkse winnaar Hannes Reichelt. Zo veel fatsoen kan hij nog wel opbrengen. Maar verwacht van hem geen politiek correct geneuzel over respect voor diens zege. Come on. Niet Reichelt, maar Miller had moeten winnen. Vindt Miller. Dat zou ook zijn gebeurd als hij niet twee fouten had gemaakt. Twee afwijkingen van de ideale lijn en zijn grootste wens blijft onvervuld.

Miller was er doodziek van. „Wat moet ik met al die tweede, derde, vierde en weet-ik-al-niet-wat-plaatsen in Kitzbühel”, kreunde hij. „Niets. Ik kom hier om te winnen. Dit was waarschijnlijk mijn laatste kans. Ik moet mijn seizoen nog evalueren, maar ga er maar van uit dat ik na de Olympische Spelen niet terugkeer.”

Het idee dat Miller zijn carrière afsluit zonder ‘Kitzbühel’ te hebben gewonnen voelt als ondraaglijk. Zijn twee wereldtitels en olympisch goud zal de 36-jarige Amerikaan graag willen ruilen voor één overwinning op de Streif, zoals de Kitzbühler piste wordt genoemd. In zijn ogen de moeilijkste, gevaarlijkste maar veruit mooiste afdaling ter wereld – je bent in zijn ogen pas echt een topskiër als de Hahnenkamm op je erelijst staat.

Viel er naast hemzelf anderen iets te verwijten? Ja, de technische leiding. Wat bezielden racedirecteur Günter Hujara en zijn staf om de afdaling aan te passen? De Hausberg*, de laatste, zeer steile passage voor de finish, waar robuuste maar technische skiërs als Miller van genieten en juist hun winst kunnen boeken, werd gemeden. In plaats daarvan was er een softe omleiding, die in het voordeel was van ‘glijders’ als Reichelt en de Noor Aksel Lund Svindal, die tweede werd. Stupid decision. Omdat Miller op televisie had gezien dat de Hausberg mede dankzij een pak verse sneeuw begaanbaar was. Veiligheid oké, maar er zijn grenzen. De Streif is geen piste voor jonge juffers, wat krijgen we nou.

De woede in zijn lijf maakt Miller een gevaarlijke outsider voor afdalingsgoud, volgende maand op de Winterspelen in Sotsji. De onaangepaste Amerikaan is weliswaar olympisch kampioen op de combinatie, maar zal ter compensatie van zijn zelfverklaarde falen in Kitzbühel graag nog één kunstje op het koningsnummer willen opvoeren.

Sportief litteken

Ook al verspeelde hij de overwinning op de Streif, Miller demonstreerde dat zijn oude vorm terug is – gisteren werd hij op 0,05 seconden tweede op de super-G, achter Didier Defago. Een Miller in vorm is een hongerige wolf, die de handicaps van zijn sportgevorderde leeftijd en de naweeën van zijn anderhalf jaar durende absentie wegens een knieoperatie kan overwinnen.

Typisch Miller, die een leven lang niets anders doet dan zijn omgeving verwarren en verbazen. Zo is zijn karakter, zo is hij grootgebracht. Als kind van hippieouders, die met zijn vorig jaar overleden jongere broer Chelone en twee zussen middenin de natuur van de White Mountains opgroeide. De buitenwereld? Daar wensten de Millers zich niet aan te conformeren. Vrijheid is hun grootste goed, altijd en overal.

Miller is niet het type dat een last lang meedraagt, maar de verspeelde zege op de Hahnenkamm ervaart hij als een sportief litteken. Hoe anders voelde Reichelt zich. De 33-jarige Innsbrucker mocht zich één dag de koning van Oostenrijk noemen. Zegevieren in Kitzbühel is vergelijkbaar met het winnen van de Elfstedentocht in Nederland. Hij heeft in Oostenrijk eeuwige nationale roem vergaard. En dan moeten de Winterspelen nog beginnen.

Reichelt is alles wat Miller niet is: immer vrolijk, correct en begripvol. Hem zal je niet horen foeteren over onwenselijke zaken. Reichelt kleedt zijn kritiek immer keurig in. Je hoort hem evenmin snel klagen, al had hij daar in aanloop naar de Hahnenkamrennen reden toe. De Oostenrijker had tot kort voor de afdaling last van zijn rug – een oude kwaal – en vroeg zich in stilte af of het wat zou worden in Kitzbühel. Nou, die vraag werd zaterdag rond het middaguur snel beantwoord. In een vrijwel vlekkeloze race versloeg hij Svindal en Miller.

Een machtsgreep waar skinatie Oostenrijk hard aan toe was. Want de kritiek over de magere prestaties zwol aan. Oostenrijkers zijn niet gewend het een jaar lang zonder wereldbekerzege te moeten doen. In 2013 is bij de mannen niet één keer gewonnen. Dat voelt bijna als een nationale schande.

Maar toen kwam Reichelt, de skiër die dit seizoen met drie tweede plaatsen in wereldbekerwedstrijden de hoop een beetje levend hield. Maar tweede plaatsen tellen niet. Het is eervol, zeker, maar daar doen ze het in Oostenrijk niet voor. Er moet gewonnen worden. Niet wekelijks, maar toch wel met enige regelmaat.

Maar het Oostenrijkse skiën maakt moeilijke tijden door. Talenten genoeg, maar niemand die er bovenuit steekt. Geen tweede Karl Schranz, geen tweede Franz Klammer of tweede Hermann Maier. Die bron lijkt opgedroogd. Zelfs Reichelt kan die vaststelling niet wegnemen. Hij is in vorm dit seizoen, dat is waar. Maar dat is vooral het resultaat van jarenlange investeringen. Hoe goed Reichelt ook is, met zijn 33 jaar kan hij onmogelijk als de toekomst van het Oostenrijkse skiën worden gezien.