Anders doen we toch iets met projecties?

Geven acteurs of theatermakers zich in hun werk écht bloot? Zeker, soms. Letterlijk, vaak. Maar net zo vaak gaan ze schuil achter dogma’s, ego’s of ijdelheid (wat overigens niet wil zeggen dat er geen goeie kunst van komt). In de nasleep van Melle Daamens oproep tot meer zelfkritiek in de kunstensector werden die dogma’s onderwerp van een Facebookinitiatief, dat de afgelopen weken vrolijk en vol zelfspot inzage bood in het denken van theatermakers.

Voor ‘Theatermakers be like’ stuurden makers zelf bijdragen in, zoals de foto van de straalbezopen acteur, slapend op de bar, met het bijschrift ‘Morgen première’. Bij een foto van een acteur op auditie: ‘Maar vertel het nu als gebakken ei’. En bij een tribune in de buitenlucht: ‘En dan spelen we met zonsondergang!’, een geestige sneer naar het soms wat gratuite locatietheater.

Belachelijke regieaanwijzingen worden geridiculiseerd, ijdele acteursaanstellerij (‘Maar dat doet mijn personage niet!’) evenzeer. Door de sector zelf. Nee, er zijn geen kleine rollen, verzekert de vrouw in het kerstboomkostuum. Die rol in dat reclamespotje heb je heus alleen maar om daarnaast je eigen producties te kunnen maken. En acteurs komen echt alleen in café de Smoeshaan om te netwerken.

Hoe makers zich er soms al te makkelijk van afmaken wordt duidelijk in een leeg word-document met de titel ‘Concept’, waar iemand onder schreef: ‘Dat lossen we op de vloer wel op’. Of, bij een lege flip-over: ‘Anders doen we gewoon iets met projecties ofzo?’ Bij het behalen van duizend likes schreven de initiators: ‘Misschien kunnen we die likers wel om crowdfunding gaan vragen’.

Theatermakers be like is eerlijk, verfrissend en geestig . Vanwege de zelfspot, en het feit dat de draak wordt gestoken met hardnekkige dogma’s. Maar ook hartverwarmend: omdat maar weer eens blijkt hoe lullig de omstandigheden voor makers vaak zijn. ‘Vier jaar toneelschool’ bij een foto van een living statue op de Dam. Een acteur vraagt hoopvol: ‘Krijgen we bonnen?’ Een maker: ‘Joh, dat decor neem ik wel mee op de fiets.’ Dat neemt je ondanks alle luiheid en ideeënarmoe die ook voorbijkomt weer enorm voor ze in.

In de monoloog White Lies, geschreven door Rob de Graaf (4 en 5 febr in Frascati, Amsterdam), zet actrice Lies Pauwels een archetypische actrice neer. ‘Ze mogen blij zijn, de mensen, dat ik over ze nadenk en mededogen heb’, zegt zij. ‘En dat ik daar dan iets moois van maak.’ Zelf wil ze vooral nadenken over zichzelf: ‘Is er een ander onderwerp?’ Eigenlijk is het een vreselijke mens, deze actrice; egocentrisch, ijdel, narcistisch, maar dan wel weer geniaal vertolkt door Pauwels.

Steeds gaat er een laagje van het pantser af, tot uiteindelijk, bij het applaus, alleen weer Pauwels overblijft, de geweldige actrice die zo mooi de schaduwzijde van een actrice toont.

Een mooie metafoor: je kunt je blauw ergeren aan bepaald gedrag van kunstenaars, maar uiteindelijk overheerst de eerbied voor de prestatie.