Wietschuur Nederland is toe aan lokale regulering

In Nederland wordt jaarlijks 65 ton wiet opgerookt of geconsumeerd. De productie is echter 448 ton, zodat de politie de export op 383 ton schat. 85 procent van de nederwiet gaat dus naar het buitenland. Althans, dat schatte de politie in de Criminaliteitsbeeld analyse 2012, over de georganiseerde hennepteelt in Nederland.

Het is een essentieel gegeven in de wietdiscussie, waar weinig bij wordt stilgestaan. Het laat zien dat gemeentelijke pleidooien om wietteelt te reguleren altijd maar een deel van het probleem oplossen. Namelijk het kleinste deel, dat van de binnenlandse consumptie. De illegale teelt zou gewoon blijven bestaan. Geen bestuurder of politicus stelt voor om exportteelt te legitimeren. En dus blijven illegale wietplantages ook bestaan, met alle gevaren van dien. Van fysieke onveiligheid tot corruptie. En dus blijft de staat ook verplicht om deze te bestrijden, tegen hoge kosten. Het is dit feit dat de handen van het kabinet bindt en waar weinig tegen in te brengen valt.

Wietteelt is en blijft een EU-probleem dat alleen internationaal, met opgave van soevereiniteit dus, opgelost kan worden. Feitelijk is die soevereiniteit al opgegeven, c.q. gedeeld met de andere lidstaten van de VN en de Europese Unie waarmee bindende afspraken zijn gemaakt. Als er al juridisch ruimte is voor lokale maatregelen, zullen die altijd maar beperkt effect hebben zolang de grenzen openblijven, het verkeer van goederen vrij blijft en het drugsbeleid elders ongewijzigd. Dromen over de heffing van belasting- of accijnzen op drugs is precies dat: dromen. Zolang drugs volgens internationaal recht illegaal zijn, mag geen overheid ze belasten.

Dat de Nederlandse wietteelt intussen een echte bedrijfstak is geworden, laat vandaag het portret in deze krant over ‘Tilburg Wietstad’ zien. Daar is de ondergrondse wietbranche inmiddels een van de grootste bedrijfstakken. De problemen met illegale wietplantages zijn de gemeenten boven het hoofd gegroeid. Zij dringen komende maandag in een manifest aan op experimenteerruimte met gereguleerde lokale teelt, om de druk van de ketel te halen. Eerder deze week noemde de burgemeester van Heerlen, Paul Depla, de wietbranche „volledig uit de hand gelopen”. Dat deed hij nota bene in een pleidooi om de sterk groeiende illegale xtc-fabricage niet „net zo” te laten ontsporen. Dat er in Zuid-Nederland een criminele infrastructuur rond softdrugs is gegroeid die ook in xtc, mensenhandel en wapens doet, is al jaren bekend. Het probleem is dringend – het kabinet komt niet verder dan pogingen de wiethandel te beheersen, de neveneffecten te bestrijden en overigens te onderstrepen dat internationale verdragen alleen wietteelt voor wetenschappelijke of farmaceutische doeleinden toestaat. Dat mag zo zijn, maar in landen zo uiteenlopend als België, Uruguay, Spanje en de VS worden diezelfde verdragen toch ruimer geïnterpreteerd.

Of (Zuid-)Nederland inderdaad de ‘wietschuur’ van Europa is geworden, blijft overigens omstreden. De politiecijfers kennen een behoorlijke marge van onzekerheid. De politie ziet naar eigen zeggen maar 35 procent van de handel: dat deel van de handel dat wordt opgerold. Zo laag is die pakkans overigens niet – voor gewone criminaliteit is die lager, 24 procent. Politieschattingen van het exportdeel van de wietteelt variëren intussen van 48 tot 97 procent, per oogstjaar. Dat suggereert dat in het gunstigste geval toch de helft van de wiethandel via gereguleerde productie bovengronds kan worden gehaald. Dat is ook weer niet niks.

De discussie over de regulering van wietteelt is ook aan het kantelen. Deels onder invloed van de steeds vreemdere sprongen die het kabinet maakt om de verkoop aan toeristen binnen de perken te houden. Maar ook door de evenzeer onontkoombare logica dat een product dat legaal mag worden gebruikt en onder strenge voorwaarden verkocht, toch ook legaal moet kunnen worden geproduceerd. Zeker nu de overheid zich opmaakt om aan het gehalte van de werkzame stof specifieke eisen te gaan stellen. Dergelijke ongerijmdheden brengen overheden elders tot nieuwe inzichten. De stelling van het kabinet ‘regulering kan niet en lost niets op’, is betwistbaar. Misschien vallen de effecten ervan tegen, maar reguleren kan elders kennelijk wel. De teelt zwart-wit verbieden loste in ieder geval niets op. Het kabinet dient zich daarom in te spannen voor een Europese oplossing en initiatieven ter regulering mogelijk te maken. Op de wietteelt in de huidige omvang heeft niemand greep.