Wie wordt de spekkoper van 2030?

Trendwatcher Adjiedj Bakas ziet heel wat veranderingen op Nederland afkomen, in 2014 en daarna. Een greep uit zijn recente voorspellingen. 1. Standaardkantoorwerk wordt vervangen door slimme automatisering. Alle mensen die nu nog hun geld verdienen met het verzamelen, bewerken en verplaatsen van informatie moeten gaan uitkijken naar ander werk.

2. Steeds meer mensen combineren meerdere ‘kleine’ banen. Twee dagen per week verkoper bij Ikea, twee dagen je eigen webshop en een dag koken voor mensen in de buurt die daar zelf geen tijd voor hebben.

3. Vroeger was de vader het rolmodel als het om werk ging. Veertig uur per week buiten de deur werken om geld te verdienen voor het gezin. Tegenwoordig is de moeder het rolmodel. Zij combineert zorg, werk en eigen ontwikkeling op een slimme manier, met meer oog voor de kwaliteit van het leven.

Prikkelend. Maar moeten we hier iets mee? Verandert er echt zoveel?

Om met de laatste vraag te beginnen, waarschijnlijk wel. Vorig jaar publiceerde adviesbureau Boston Consulting Group een rapport met als titel NL2030. BCG becijferde daarin onder meer dat in 2000 het aantal wereldwijd toegekende patenten 30 procent hoger lag dan in 1990. En in 2010 lag het 75 procent hoger dan in 2000. Naast deze snelle technologische ontwikkeling signaleert BCG ook een versnippering aan de vraagkant. Stijgende mondiale welvaart leidt tot meer vraag naar maatwerk. En daarnaast speelt de globalisering van werk en handel een belangrijke rol in het tempo van veranderingen.

Waar dit alles toe leidt? Veel Nederlandse bedrijven verdienden vroeger hun brood met een breed, stabiel takenpakket, gericht op de lokale markt. In de komende jaren zullen steeds meer bedrijven zich concentreren op één smal expertisegebied, daarbinnen doorlopend innoveren en daarmee klanten over de hele wereld bedienen.

Moeten we hier iets mee? Volgens BCG wel. Als we in Nederland ons niveau van welvaart en welzijn willen vasthouden, moeten met name bedrijven die internationaal opereren het beter gaan doen. En daarvoor zijn twee dingen nodig: vernieuwingstalent en maatschappelijk aanpassingsvermogen.

Vernieuwingstalent gaat over mensen die goed zijn in het herkennen van kansen en het bedenken van oplossingen. Slimme, creatieve, ondernemende mensen. Dit vernieuwingstalent is er wel, maar we ontwikkelen het onvoldoende en gebruiken het mondjesmaat. Het onderwijs in Nederland zou zich volgens BCG niet alleen moeten richten op een hoog gemiddeld niveau, maar ook op het herkennen en stimuleren van toppers. Idem voor het bedrijfsleven, waar toptalenten vaak te weinig toekomen aan werkzaamheden waarin ze uitblinken.

Maatschappelijk aanpassingsvermogen gaat over heel veel onderwerpen: belastingregime, vergunningen, beschikbare kredieten, arbeidsrecht, infrastructuur. Maar ook het vermogen van mensen om ons snel en soepel aan te passen aan een verandering. Volgens BCG moeten we collectief beter worden in ondernemen, innoveren, leren, aanpassen en veranderen.

Interessant. Eigenlijk is de grote uitdaging voor ons werkende mensen om in de komende jaren onze psychologische lenigheid te vergroten. Handiger veranderen. Slimmer leren. Intelligenter innoveren.

Misschien dat juist daarbij flamboyante types als Bakas hun nut bewijzen. Zo heeft hij ook een provocerende mening over waar al die welvaart toe leidt. Volgens Bakas zullen we steeds minder werken, gaan we ons daardoor te pletter vervelen en zien we uiteindelijk de zin van het leven niet meer.

En het vernieuwingstalent dat daarvoor een oplossing weet te verzinnen, is de spekkoper van 2030.