Weer knokken dit weekend

„Ik ga ze terugpakken, die vuile flikkers.” De man voelt aan zijn gezicht. Met Gelders accent: „Kut, ik voel niks meer.”

Vorige week vrijdag, kwart over één ’s nachts. Op de spoedeisende hulp van het Rijnstateziekenhuis in Arnhem is een man van middelbare leeftijd binnengebracht door zijn zoon en dochter. Vijftien flesjes bier – „hooguit” – had hij gedronken in café Plein 33 in het Gelderse Zevenaar, voor hij „zomaar” in elkaar werd geramd. „Ik ging op weg naar huis een patatje saté halen toen ze opeens op me afkwamen. Met drie man!” Een aanleiding was er niet, zegt hij. „Bam, daar lag ik terwijl ze tegen mijn kop schopten.”

Zijn zoon, trainingspak, Nike-pet en zilveren oorbel, trilt nog na. Nietsvermoedend kwam hij thuis van een kameraad toen hij iemand tegen de schuur zag liggen. Het bleek zijn vader te zijn, het gezicht volledig onder het bloed.

Van de politie „en dat soort mensen” moet de vader niets hebben. En dus kroop hij, met hulp van zijn zoon, van de schuur naar zijn bed. Zoon: „Maar hij werd niet rustig. Hij bleef kreunen en vloeken. Ik weet dat hij het niet wil, maar toen heb ik de ambulance gebeld.”

Vorig weekend was een gewoon uitgaansweekend in Nederland. Rustig, want het weer was slecht en mensen hebben na december weinig geld. Toch levert dat alleen al in de regio Arnhem op vrijdag- en zaterdagavond vechtpartijen op die lijken op de mishandelingen waarvan kickbokser Badr Hari wordt verdacht: glas in gezicht, gebroken neus, verbrijzelde oogkas, afgebroken tanden. Arnhem behoort met Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Eindhoven tot de steden met het meeste uitgaansgeweld.

Slaan, duwen en trekken

Horen geweld en uitgaan bij elkaar? Ofwel, loopt iedereen die gaat stappen de kans tegen een Hari op te lopen?

Ja, zegt iedereen die je het vraagt op de Korenmarkt in Arnhem. Daar beginnen, eerder op vrijdagavond, de kroegen vol te lopen. Het miezert, jongens in zwarte jacks begroeten elkaar met een omhelzing. Iemand trapt een lege container om, met een stralende lach. Of er weleens gevochten wordt?

„Ieder weekend.”

„Minstens eens in de maand.”

„Soms weken niet, soms vier keer op een avond.”

Wat ze dan zien? Veel slaan, duwen en trekken, soms steekwonden of mensen die elkaar bewerken met glas. Een enkeling zag een pistool. Charell (25), kaarsrecht gestyled lang zwart haar, was erbij toen een vriend werd neergestoken in café Rio.

Shalou, een jongen van 25 met een transportbedrijf, is zelf ook wel eens in een gevecht beland. Niet alleen mannen vechten, weet hij. Laatst nog: een groep vrouwen had de taxi van een ander groepje ingepikt. „Dat gaat er keihard aan toe.”

Dat Badr Hari van acht gevallen van mishandeling wordt verdacht, vindt Shalou niet extreem veel. „Ik ken een jongen die iedere zaterdag ruzie heeft. Waarom? Iemand loopt tegen hem op. Zijn haar zit niet. Hij heeft buikpijn. Het kan van alles zijn.”

De omvang van het uitgaansgeweld is lastig te bepalen. Volgens de politie is het de afgelopen jaren flink gedaald. In 2009 registreerde ze 7.244 gevallen, vorig jaar waren dat er 5.862. Veel onderzoekers houden het erop dat het geweld de laatste jaren ongeveer gelijk is gebleven, en melden grotere aantallen. Alleen al voor Amsterdam komen onderzoekers Ilse de Groot en Marco van der Land van de Vrije Universiteit uit op 10.000 meldingen van zogeheten ‘expressief geweld’ in 2010: geweld zonder beroving als doel. Maar, zegt de politie over die cijfers, in dat onderzoek zijn alle meldingen van geweld en bedreiging meegeteld, en op alle tijdstippen.

Probleem is dat een eenduidige definitie van uitgaansgeweld ontbreekt – tel je vechtpartijen op uitvalsroutes mee? Beperk je het tot de nachtelijke uren? Ook wordt niet altijd aangifte gedaan. De man in het Arnhemse ziekenhuis blijft bijvoorbeeld buiten de politiestatistieken.

De daling die de politie ziet, strookt met de algemene afname van misdaad. Sinds 2005 liep het aantal geregistreerde misdrijven terug met 15 procent. De afname van uitgaansgeweld komt door de ‘geïntegreerde aanpak’, waarbij politie, horeca en gemeente samenwerken, zegt Ruud Bik. Hij is plaatsvervangend korpschef van de nationale politie.

In Arnhem is de politie deze vrijdagavond alomtegenwoordig: een paar koppels politieagenten, twee agenten te paard, twee agenten op de fiets en een politiebusje dat maar net door de steegjes achter de markt past. Net als iedere donderdag-, vrijdag- en zaterdagavond, en op een gebied van nog geen drie voetbalvelden groot. Er hangen ook tientallen camera’s. Met een speciale horecatelefoon kunnen uitsmijters direct de politie inschakelen.

Er zijn avonden, vertelt een agent, dat ze wel dertig keer worden opgeroepen. Deze agenten zijn de speciale Openbare Orde Teams. Arnhem is ermee gaan werken in 2008, toen na de voetbalwedstrijd Nederland-Rusland agenten in het nauw werden gedreven. Dat nooit meer.

Tegen twee uur ’s ochtends sluiten de twee politiepaarden plotseling de Varkensstraat af. Een paar tieners, eerder op de avond al danig onder invloed van drank, wordt ingesloten door zes agenten. Een agent: „Je noteert hun naam. Daarmee trek je ze uit de anonimiteit. De kans is dan klein dat er later op de avond nog iets gebeurt.”

Dit weekend blijft het rustig: enkele aanhoudingen wegens verdovende middelen, drie voor belediging en één voor openbare dronkenschap. Er zijn ook avonden met twintig aanhoudingen, laat een woordvoerder van de politie weten. „Gemiddelde avonden bestaan niet.”

Het aantal incidenten mag dan dalen, de aandacht ervoor lijkt toe te nemen, zegt politiechef Bik. „Uitgaansgeweld is zichtbaarder geworden. Incidenten worden door omstanders gefilmd en op internet gezet. Het is mede daardoor meer onderwerp van gesprek.” Uitgaan zonder geweldsincidenten is een utopie, zegt hij. Wat een aanvaardbaar niveau is? „Dat bepaalt de politie niet zelf. Dat mogen buitenstaanders zeggen; de gemeenteraad, de burgers, de bezoekers.”

Inderdaad, nul incidenten zal nooit lukken. Uitgelatenheid, losbandigheid hoort juist bij uitgaan, zegt onderzoeker Marco van der Land. „En dat staat op gespannen voet met zelfbeheersing, zeker als er alcohol in het spel is. Uitgaan is soms een soort morele vakantie.”

Wekelijks vallen gewonden bij het uitgaan. Maar zulk zwaar lichamelijk letsel als waar Badr Hari van wordt verdacht, dat wil korpschef Bik wel kwijt: „Dat zie je niet iedere week.”

Dat is ook de indruk van coördinerend arts Nadine van Dijk (37) van de spoedeisende hulp in Arnhem. In de afgelopen vier jaar zagen ze op haar afdeling twee keer echt zwaar letsel uit het uitgaansleven: beide keren gepleegd met een honkbalknuppel. Het gevolg: een schedelbasisfractuur en de andere keer onder andere twee verbrijzelde knieschijven.

De neus staat redelijk recht

Deze vrijdagavond is Van Dijk vooral in de weer om de wonden te hechten. Van de verdovingsspuit heeft de man die eerder in de snackbar werd mishandeld niets gemerkt. „Zit ie d’r al in, schatje?”

Achter haar computer bekijkt Van Dijk vervolgens de beelden van de CT-scan van het hoofd. Geen zichtbaar hersenletsel, maar de linker oogkas is op zeker drie plaatsen gebroken. Van Dijk tegen een verpleegkundige: „Zeg nu tegen hem dat hij zijn neus niet meer mag snuiten. Door de druk komt er meer lucht in de oogkas waardoor het oog eruit lijkt te komen.” De neus van de man staat volgens Van Dijk „nog redelijk recht”.

De man zelf heeft heel andere zorgen. „Mijn ribben zijn kapot, ik voel het. Godverdomme wat een pijn.” Van Dijk geeft hem pijnstilling voor de nacht.

Het is ruim na tweeën als de man in zijn met bloed bevlekte badjas naar de uitgang schuifelt. „We gaan ze terugpakken”, zegt hij opnieuw tegen zijn zoon. „Eerst beter worden, pa.” Dan stopt de man. „Dat zeg ik: morgen!” De zwelling heeft zijn linkeroog inmiddels volledig dichtgedrukt.